Samen met collega-journalist Tara Lewis maakte ik in augustus de vierdelige hyperlokale talkshow Delfshaven Draait Door. Hierin bezoeken we plekken waar het leven van deze Rotterdamse wijk plaatsvindt en waar mensen elkaar ontmoeten. Samen met deze mensen bespreken we in een moordtempo het leven en bieden zo een venster op de wereld door de ogen van de wijk.
De podcast wordt elke vrijdag gepubliceerd op Vers Beton en Open Rotterdam. Delfshaven Draait Door wordt mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsbudget Lokale Media van de Gebiedscommissie Delfshaven.
Beluister de eerste uitzending vanuit Café Aan Zet, onder meer met cultheld en stamgast Cowboy Jos
Of luister anders naar de laatste uitzending, opgenomen in Sparta-kantine De Bosselaar, inclusief live doelpunten op de achtergrond én de Sparta-mars.
Sinds 2014 schrijf ik het jaarverslag voor Theater aan het Spui. In 2015 kozen we voor een spannend plan: niet zelf deze rapportage schrijven, maar dit laten doen door andere journalisten die op hun eigen medium hierover rapporteren. Omdat dit experiment érg positief uitpakte, werkte ik de case uit voor de online titel Marketingfacts.
Case: eindelijk een jaarverslag dat wél wordt gelezen
Theater aan het Spui scoort duizenden lezers én nieuwe inzichten
Het jaarverslag is het stiefkind van elke afdeling communicatie: je wordt er niets wijzer van, het is kostbaar om te maken en het bereik is marginaal. Veel tijd, geld en moeite verdwijnen zo ongelezen in de open haard. Theater aan het Spui besloot het compleet anders te doen. Dat was niet makkelijk, maar leverde wel heel veel bereik en heel veel inzicht op. Dus hoe maak je nou een jaarverslag dat wel wordt gelezen?
Bij Theater aan het Spui, waarvoor ik ook in 2014 het jaarverslag had geschreven, stonden we begin 2015 voor deze vraag. Hoe maken we hier geen ongelezen moetje van, maar juist een document dat én veel bereik heeft én bij de productie waardevolle kennis vóór en óver onszelf oplevert?
Als eerste bepaalden we wat Theater aan het Spui wil vertellen in zijn jaarverslag. Dat bleken zes onderwerpen te zijn, variërend van de cultuureducatie die hier plaatsvindt tot de moeite die het doet om een pluriformer publiek over de vloer te krijgen. Omdat alle zes de onderwerpen nauw samenhangen met maatschappelijke ontwikkelingen en bewegingen in het culturele landschap, zijn daar zeker verhalen over te vertellen.
De vervolgreflex is normaliter om een tekstschrijver in te huren die de zes verhalen uitwerkt en aanlevert voor publicatie in het jaarverslag. Wij besloten het roer niettemin om te gooien. Als Theater aan het Spui écht zo relevant is, dan moet het toch ook wel lukken om per verhaal een extern medium te vinden dat hierover wil schrijven? Dat verhaal verschijnt eerst extern, terwijl wij achteraf die zes verhalen (inclusief de verplichte hoofdstukken over personeelsbeleid en financiële huishouding) bundelen tot één jaarverslag.
Makkelijker gezegd dan gedaan
Dat deden we als volgt: voor elk van de zes verhalen gingen we op zoek naar een krant, magazine of ander medium dat hier (eventueel inclusief een kleine vergoeding voor de productiekosten) aandacht aan wil geven. De voorwaarde is dus dat elk medium er zelf brood in ziet én journalistiek onafhankelijk te werk gaat. Mocht dat lukken, dan bereikt Theater aan het Spui per medium nieuwe mensen, waardoor het pr-effect maximaal is. Bovendien zorgt elk medium voor zijn eigen invalshoek en productie, waardoor de kans op nieuwe inzichten ook veel groter wordt.
Klinkt goed? Inderdaad, maar al snel bleek dat wat op papier legendarisch klinkt, in de praktijk lastig te realiseren is. Ja, het is uiteindelijk gelukt, maar bepaald niet zonder slag of stoot. Hieronder vind je daarom de belangrijkste lessen die we geleerd hebben en de kritische noten die je bij deze aanpak kunt plaatsen.
Het resultaat: duizenden views en waardevolle kennis
Niettemin leverde de aanpak vooral veel successen op. Ten eerste is er het toegenomen bereik van dit type jaarverslag. Met publicaties van de verhalen op Marketingfacts, radiostation Den Haag FM, sectorinitiatief de Code Culturele Diversiteit, vakblad De Theatermaker en onderwijsplatform LKCA wist Theater aan het Spui zijn naam zowel bij nieuw als bestaand publiek onder de aandacht te brengen. Alleen al het artikel op Marketingfacts leverde bijna 20 duizend views op, wat voor een (onderdeel van een) jaarverslag astronomisch is.
Daarnaast leverde het project veel nieuwe kennis op voor Theater aan het Spui. Opeens moest de directeur zijn beleid voor talentontwikkeling op de radio uitleggen, werd de rol van het vlakke-vloertheater onder de loep genomen en ontstond er een rondetafelgesprek met instellingen uit heel Nederland over pluriform theater. Hierdoor kwam het theater veel over zichzelf te weten, maar ook over hoe andere instellingen zaken aanpakken. Deze informatie is cruciaal voor subsidieaanvragen.
Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui, is in ieder geval tevreden met het resultaat: “Dit jaarverslag heeft nu al meer opgeleverd dan ooit. De verzameling artikelen schetst een mooi beeld van onze organisatie, maar de de losse artikelen kregen ook aandacht. Zo werd er driftig getwitterd over onze digitale marketing, werd ik gebeld door collega’s die meer wilden weten over onze aanbevelingen voor multicultureel programmeren, en kan bij discussies over cultuureducatie verwijzen naar ons artikel hierover. Bovendien blijkt deze vorm uitstekend te werken als introductie bij nieuwe fondsaanvragen. Kortom, als een ander jouw verhaal verteld, dan is het waar en werkt het beter.”
Heb je een goed verhaal te vertellen, doe je oprecht goede dingen en durf je het aan om een project met een ongewisse uitkomst uit te voeren? Dan is dit type jaarverslag (dat ik heel voorzicht ‘mediajaarverslag’ noem) iets voor jou.
Voor de liefhebbers: details!
Waar moet je rekening mee houden?
1: Wees flexibel en eerlijk
Als opdrachtgever, dus als partij die op deze wijze een jaarverslag wilt laten maken, moet je extreem flexibel en coulant zijn. Omdat je met externe partijen werkt die hun journalistieke onafhankelijkheid mogen (en moeten!) bewaken, kun je niet dicteren welke insteek er gekozen wordt. Natuurlijk kun je een verhaal pitchen en daarmee de richting sturen, maar je weet niet zeker of het medium hier ook mee akkoord gaat. Desgevraagd moet je dus af kunnen wijken.
Misschien nog wel belangrijker: je weet al helemaal niet zeker wat het resultaat oplevert. Want terwijl de opdrachtgever wilde aantonen dat zij een multiculturele benadering hoog in het vaandel heeft, blijkt uit het artikel opeens dat concurrenten dit veel beter doen. En nee, daar kun je achteraf niet meer op sturen.
2: Begrijp hoe media werken
Een aantal media waar we contact mee opnamen, wilden pertinent niet meewerken. Het idee dat wij (als opdrachtgever) een journalist voor een karretje zouden spannen (zo voelde het), werd vrij subiet afgeschoten. Daar zit natuurlijk iets geks in, want een goed persbericht wordt wél overgenomen of als basis gebruikt voor een verhaal.
In dit geval kwamen we niet met een persbericht, maar met een idee voor een verhaal, inclusief mogelijke interviewkandidaten. In één geval hadden we ook echt een scoop die interessant zou zijn voor het medium, maar alsnog kon de redactie er niet met haar hoofd bij dat iemand anders tegen hen, de objectieve waakhond, de vierde macht, et cetera, zou vertellen waar ze over zouden schrijven. Daar is ongetwijfeld het nodige voor te zeggen, maar het toont ook aan dat onbekend snel onbemind maakt.
3: Accepteer dat het lang duurt
Nee, je kunt niet meer ouderwets met de zweep op je afdeling communicatie slaan en roepen dat de deadline toch écht over drie dagen is. Je bent afhankelijk van externe media, en die hanteren heel andere agenda’s.
Bij de één komt er opeens een themaweek over een bombardement tussendoor (“sorry, het wordt een week later”), elders is opeens een journalist verdwenen (“nee, die had een aflopend contract, waar ging het over?”), op de volgende plek werk je met vrijzinnige freelancers (“achteraf is het toch niet zo’n goed idee als ik dit doe, dus ik zie er vanaf”) en vervolgens blijken afspraken ook al niet heilig (“we hadden 250 euro afgesproken, maar we stellen voor dit anders aan te pakken en dan 1250 euro te rekenen, oké?”).
Natuurlijk accepteer je niet alles, maar weet wel dat je veel minder controle kunt uitoefenen dan dat je gewend bent. Wij zijn bijvoorbeeld totaal vier maanden bezig geweest, zo’n twee maanden langer dan gedacht. Aan de andere kant: alle begin is moeilijk, dus volgende keer gaat het ongetwijfeld een stuk sneller.
4: Doe dit alleen als je een verhaal te vertellen hebt
De enige manier waarop dit concept kan werken, is wanneer je ook écht wat te vertellen hebt. Zonder dat wordt het niets. Je verhaal voor een duurzaamheidsmagazine redt het niet omdat je tegenwoordig plastic en papier gescheiden inzamelt op je kantoor. Een krantenjournalist debunkt genadeloos je selectieve onderzoek onder een te kleine populatie dat ‘toevallig’ in jouw voordeel spreekt. Een radioprogramma bereik je niet omdat je een probleem hebt waar alleen jij last van hebt.
En ja, een ‘malafide’ oplossing is natuurlijk om je verhaal op te kloppen. Maar een beetje journalist prikt zonder problemen door ballonnen vol gebakken lucht en window dressingheen. En als ze dat gedaan hebben, dan geven ze in het beste geval de opdracht terug (“het was niet wat ik dacht dat het zou zijn”) en in het slechtste geval maken ze je publiekelijk af (‘Wanhoopspoging bedrijf X blijkt fiasco’).
Mag dit wel? Is dit geen mediahacking?
De aversie die ik bij sommige (vooral traditionele) media merkte voor deze aanpak, zette mij wederom aan het denken. Volgens mij zijn er twee criteria voor een medium om dit aan te durven: zou je dit verhaal ook maken als je er géén (klein) budget voor kreeg en blijf je voor de lezer geloofwaardig? Is het twee keer ‘ja’, dan zie ik geen problemen.
Nu ik (als journalist) aan de andere kant van de tafel zat, merkte ik dat ik ook als opdrachtgever allemaal innerlijke discussies ging voeren. Want dat je de media kan bespelen, dat maakt dit prachtige artikel over ‘mediahacking’ van John Borthwick op sublieme wijze duidelijk. En net zoals je onder hackers de ethische white hat– en de ‘misdadige’ black hat-versies hebt, wilde ook ik aan de goede kant van de lijn blijven.
Ik probeerde dus ook altijd na te denken of ik het gepitchte idee zelf zou willen publiceren als ik het medium was. Dat is geen garantie voor moreel slagen (want juist ik ben de laatste die objectief is, aangezien ik mijn eigen vlees keur), maar ik ging in ieder geval niet puur voor het gewin van de opdrachtgever.
De zes onderwerpen en resultaten
Als voorbeeld van hoe zo’n jaarverslag eruit kan komen te zien en hoe het tot stand komt, vind je hier per hoofdstuk het onderwerp, de publicatievorm en het bereik ervan. Van veel cijfers is het bepalen van de bijbehorende waarde natuurlijk puur koffiedik kijken, maar het geeft in ieder geval een idee wat wat de potentie is.
Hoofdstuk 1: talentontwikkeling
Vorm
Thema-uitzending van het radioprogramma Kunstlicht op Den Haag FM.
Den Haag FM bereikt jaarlijks zo’n 100.000 luisteraars. Het is onbekend hoeveel er naar specifieke programma’s luisteren.
Hoofdstuk 2: pluriformiteit
Vorm
ronde-tafeldiscussie in Theater aan het Spui met 9 theaterdirecteuren en programmamakers.
Verslag met daarin dé 7 lessen om een pluriformer theater te creëren, zowel op het podium als in de zaal Code Culturele Diversiteit, het platform ter promotie van culturele diversiteit in culturele instellingen.
Bereik
De website van de Code Culturele Diversiteit wordt ruim 2000 keer per maand bezocht.
LKCA.nl bereikt maandelijks zo’n 50.000 docenten en andere betrokkenen bij cultuuronderwijs en amateurkunst.
Het artikel is rond de 500 keer gelezen.
Hoofdstuk 5: rol vlakke-vloertheaters
Vorm
Analyse van de veranderende positie van de vlakke-vloertheaters in Nederland, met Theater aan het Spui als voorbeeld.
Voorpublicatie in het jaarverslag, uitgebreid artikel (met daarin de voorpublicatie) in het najaar van 2015 in de Theatermaker, plus publicatie op de website van auteur Robbert van Heuven.
Bereik
Theatermaker wordt gelezen door experts uit de sector. Het magazine heeft 1500 abonnees en een totale oplage van 2500.
Hoofdstuk 6: beeld van Theater aan het Spui
Vorm
Online verkiezing van de beste beelden van Theater aan het Spui uit 2014, uitgevoerd via Facebook.
Bij de VNCI, de belangenorganisatie voor de Nederlandse chemische industrie waar ik tussen 2008 en 2013 werkte, mocht ik (vanwege een zwangerschap) tussen april en augustus mijn oude functie weer even komen uitvoeren.
Voor Theater aan het Spui, het vlakke-vloertheater van Den Haag, mocht ik dit jaar wederom het jaarverslag maken. We besloten het ditmaal helemaal anders te doen: in plaats van zelf alles schrijven, keken we of er externe media waren die de onderwerpen interessant genoeg vonden om daar iets over te schrijven. Al die artikelen bundelden we, waarna Since Today het in een prachtig design goot. Zo kreeg Theater aan het Spui heel veel outside-in-informatie én scoorde het heel veel publiciteit.
We wisten onze verhalen onder meer gepubliceerd te krijgen in Marketingfacts, radiostation Den Haag FM, sectorinitiatief de Code Culturele Diversiteit, vakblad De Theatermaker en onderwijsplatform LKCA. Zo wist Theater aan het Spui zijn naam zowel bij nieuw als bestaand publiek onder de aandacht te brengen. Alleen al het artikel op Marketingfacts leverde bijna 20 duizend views op, wat voor een (onderdeel van een) jaarverslag astronomisch is.
Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui, is dan ook tevreden met het resultaat. “Dit jaarverslag heeft nu al meer opgeleverd dan ooit. De verzameling artikelen schets een mooi beeld van onze organisatie, maar de de losse artikelen kregen ook aandacht. Zo werd er driftig getwitterd over onze digitale marketing, werd ik gebeld door collega’s die meer wilden weten over onze aanbevelingen voor multicultureel programmeren, en kan bij discussies over cultuureducatie verwijzen naar ons artikel hierover. Bovendien blijkt deze vorm uitstekend te werken als introductie bij nieuwe fondsaanvragen. Kortom, als een ander jouw verhaal verteld, dan is het waar en werkt het beter.”
Samen met journalist Adriaan van Hooijdonk maak ik voor Hertel Nederland het relatiemagazine InRelation en het personeelsmagazine InPeople. In overleg met Hertel verzinnen we de onderwerpen, werken we deze uit en zorgen we voor de eindredactie. Ook ontwikkelden we een nieuwe bladformule en verzonnen we een methode voor slim gebruik van de artikelen op de website, Twitter en LinkedIn.
Hertel Nederland werkt samen met industriële bedrijven (zoals in de chemie, maakindustrie en energie) voor bijvoorbeeld steigerbouw, isolatie, corrosiebescherming en asbestverwijdering. In het magazine laten we zien bij welke bedrijven Hertel actief is en wat zij daar doen. De focus ligt daarbij op wat de klant ervan vindt: waarom werkt hij juist met Hertel en hoe bevalt die samenwerking?
Samen met Marco Visscher (van de tegendraadse nieuwsbrief Tegengeluid) maak ik namens Vers Beton op Open Rotterdam (de lokale zender van Rotterdam) het programma Vers Geluid. Hierin laten we iedere woensdagavond dwarsdenkende Rotterdammers aan het woord over hun ideeën en wat die kunnen betekenen voor de stad.
Ter voorbereiding op elke uitzending bediscussiëren de bezoekers van Vers Beton, Tegengeluid en Open Rotterdam een stelling. Bovendien gaat verslaggever Celeste Boddaert elke week de straat op om de mening van de Rotterdammer te horen over deze stelling. Daarnaast tekent Vincent Cardinaal voor de wekelijkse column. Marco en ik wisselen per uitzending van rol: de één is gespreksleider en de ander is ter aanvulling tafelheer. Beide doen daarnaast de redactie voor Vers Geluid.
In de tweede uitzending van Vers Geluid spreken we met Jan Schippers, directeur van het wetenschappelijk bureau voor de SGP, over wat religie en de Bijbel te bieden hebben aan Rotterdam. Zijn speerpunten: meer gezinswoningen in de stad en bezuinigen op armoedebeleid om meer aan eenzaamheid te doen. Tijdens deze uitzending ben ik verantwoordelijk als gespreksleider en redacteur.
Hogeschool Rotterdam – Instituut voor Communicatie, Media en Informatietechnologie
Eén van de dingen die ik heel graag wilde gaan doen als freelancer, was om te doceren. Ik presenteer graag, deel graag informatie en ben enthousiast over wat ik doe. Ik ben er daarom ook erg gelukkig mee dat ik in het studiejaar 2014-2015 een (zelf ontwikkelde) keuzemodule mag geven op de Hogeschool Rotterdam bij het Instituut voor Communicatie, Media en Informatietechnologie.
In de tweede en vierde periode van het studiejaar vertel ik studenten over wat je conceptueel kunt doen met big en open data, zoals het ontwikkelen van concepten voor voor apps en online diensten. Studenten leren wat big data en open data betekenen, weten hoe ze aan de slag moeten als ze een dienst willen verzinnen met deze datasets en ontwikkelen zelf een doordacht idee voor een dienst. Tijdens de colleges discussiëren we bovendien over ethische aspecten zoals privacy, nudging en commercie.
Sinds de zomer van 2014 mag ik Zorgon helpen met zijn communicatie. Ik schrijf artikelen voor het blog en de nieuwsbrief van dit bedrijf, dat zich richt op informatiebeheer in de zorg. Zo interview ik gebruikers van de producten die Zorgon levert (bijvoorbeeld van Supportbook, een online platform voor het functioneel beheer in ziekenhuizen en andere zorginstellingen) en redigeer ik teksten die de medewerkers van Zorgon schrijven. Daarnaast denk ik mee over hoe Zorgon zichzelf het beste naar buiten toe kan profileren.
Hieronder vind je een voorbeeldartikel dat ik voor Zorgon schreef. Ik interviewde de functioneel beheerders van het Rijnstate-ziekenhuis over de (on)mogelijkheden van Supportbook én schreef een nieuwe propositie voor dit online platform, inclusief diverse calls to action om geïnteresseerde lezers in contact te brengen met Zorgon.
Rijnstate: “Supportbook maakt het werk van een functioneel beheerder een stuk makkelijker”
Sinds kort maakt Rijnstate, het topklinisch ziekenhuis van Arnhem en omstreken, gebruik van Supportbook om zijn functioneel beheer te vereenvoudigen. Afdelingshoofd Harm Lodewijk en functioneel beheerder Frank van der Weerd leggen uit waarom deze service het werk makkelijker maakt. “Supportbook biedt handvatten om als functioneel beheerder je vak beter uit te oefenen.”
Het is bepaald geen kleintje, het topklinische ziekenhuis Rijnstate in Arnhem. De hoofdlocatie telt 750 bedden en biedt vrijwel alle medische specialismen, terwijl er ook in Zevenaar en Velp nog twee locaties zijn. Totaal lopen er zo’n 6.500 medewerkers rond, waaronder meer dan vijfhonderd artsen (in opleiding). Rijnstate heeft vrijwel alle processen in de zorg gedigitaliseerd, waarvoor het gebruikmaakt van het ChipSoft-programma Ezis. Zo kunnen alle specialismen hun eigen medisch EPD gebruiken en is er ook een verpleegkundig EPD.
Die functionaliteiten, gekoppeld aan de omvang van de organisatie, vraagt natuurlijk om solide functioneel beheer. Rijnstate heeft daarvoor Harm Lodewijk in dienst, hoofd van de afdeling voor centraal functioneel beheer en zorginformatie. Hij doet dit samen met zestien collega’s, waaronder Frank van der Weerd. De afgelopen maanden hebben zij voor Rijnstate de mogelijkheden van Zorgon Supportbook uitgeprobeerd. En met succes, want het ziekenhuis heeft besloten het pakket aan te schaffen.
Regressietest
Van der Weerd legt uit waarom de online service zijn werk makkelijker maakt. “In Supportbook heb je alle informatie in één scherm bij elkaar. Voorheen moesten we deze overal vandaan schrapen, zoals het forum van Ezis, supportcalls van ChipSoft en zelfs uit Sharepoint. Daarnaast verbetert Supportbook de beheersing van het testtraject. ChipSoft levert namelijk zijn bugfixes en nieuwe functionaliteiten samen uit in de hotfixes, wat een uitdaging is voor het functioneel beheer. Met Supportbook kunnen we een beter onderscheid maken tussen de progressie- en regressietest en deze beter uitvoeren.”
Bovendien biedt de service een betere blik op de werking van alle nieuwe SIF’s. Van der Weerd: “De verantwoordelijkheid blijft natuurlijk bij de tester liggen, want die moet akkoord geven. Maar Supportbook leidt je er echt langs en biedt meer inzicht.” Die grondigheid vereiste ook een aanpassing bij Rijnstate. “We testen nu uitgebreider, en dus moet er meer tijd aan besteed worden. Gelukkig is dat een goede ontwikkeling.”
Handvatten
Lodewijk benadrukt dat Supportbook het werk van een functioneel beheerder een stuk makkelijker maakt. “Zonder deze dienst moet hij anders omgaan met releasenotes, krijgt hij minder informatie, en moet hij meer zoekwerk verrichten. Met Supportbook kunnen we nu in één keer alle nieuwe functionaliteiten bij een update bekijken en testproducedures makkelijker uitvoeren.“
Ook levert Supportbook informatie van andere organisaties. Dat is voordelig voor Van der Weerd, want hij kan nu zien wat de ervaringen van anderen zijn met nieuwe SIF’s. “Zijn ziekenhuizen akkoord gegaan, of ondervonden zij problemen? Als anderen zeggen dat een bepaalde update problemen veroorzaakt, dan weten we dat we goed op moeten letten. Maar kijk uit! Als vijf anderen akkoord zijn gegaan, betekent dat niet dat de update automatisch goed werkt. Een wijziging kan voor elk ziekenhuis anders uitpakken.”
De laatste grote pre is volgens Lodewijk dat Supportbook het veel makkelijker maakt om na te gaan of in een nieuwe release je aangekaarte probleem is opgelost. “Supportbook geeft een signaal als de gewenste SIF uitgeleverd is. Al die functies zijn handvatten om als functioneel beheerder je vak beter uit te oefenen.”
Gezamenlijk profijt
Natuurlijk ging het topklinische ziekenhuis niet over één nacht ijs. Lodewijk: “We hebben het product eerst een aantal weken op de proef gebruikt. Die ervaring was positief, en dus hebben we ons management verteld dat we Supportbook willen aanschaffen.” Van der Weerd benadrukt dat hij tijdens die testperiode uiterst tevreden was over de relatie en communicatie met Zorgon. “Er werd zeer adequaat, snel en vriendelijk gereageerd op onze vragen en onduidelijkheden. Zorgon streeft daarnaast aantoonbaar continu naar verbeteringen. Ik ben ook daarom zeer tevreden.”
Lodewijk was bovendien gecharmeerd van het gemak van de testperiode. “Je kunt zonder problemen Supportbook op de proef gebruiken. Bovendien krijg je direct de volledige versie ter beschikking. Dat straalt vertrouwen uit en laat zien dat Zorgon overtuigd is van zijn product.”
En dus besloot Rijnstate om Supportbook officieel in gebruik te nemen. Het duo hoopt nu dat zoveel mogelijk andere ziekenhuizen overstag gaan. Beiden raden de software namelijk ten zeerste aan, plus dat Supportbook steeds beter wordt naarmate meer instellingen hun resultaten delen. Van der Weerd: “Hier kunnen ziekenhuizen gezamenlijk profijt van hebben. Samen maak je het product beter. Hoe meer mensen hieraan meedoen, des te beter.“
Lodewijk heeft daarbij nog een tip voor zijn collega’s in andere ziekenhuizen. “Ik raad Supportbook vooral aan voor ziekenhuizen die hun testproces nog moeten vormgeven. Zeker voor hen is dit een heel goed instrument.”
Zorgon Supportbook zorgt voor een makkelijker, effectiever en efficiënter functioneel beheer. Het pakket doet dit via drie functionaliteiten. Zo vertelt Supportbook proactief aan de gebruikers of de door hen gemelde problemen opgelost zijn. Bovendien laat Supportbook zien of andere ziekenhuizen problemen ondervinden bij het installeren van updates. Als laatste biedt de service betere procedurele ondersteuning voor het testproces.
Ziet ook u nut en noodzaak in van professioneel gestuurd informatiebeheer? En gelooft u in de voordelen van samenwerking met collega-instellingen? Dan is Supportbook dé oplossing voor u. Werken met Supportbook betekent dat u inzichten, best practices en testresultaten deelt met andere zorginstellingen, efficiënter werkt, en de risico’s reduceert voor patiëntveiligheid en zorgcontinuïteit.
Meer weten? Lees dan verder en vraag een vrijblijvende demo aan!
Van augustus tot november 2014 was ik twee dagen per week actief voor Arminius, één van de belangrijkste debatcentra in Rotterdam. Als programmamaker was daar verantwoordelijk voor de redactie en productie (en soms ook presentatie) van debatten en andere publieke bijeenkomsten. Mijn focus lag daarbij vooral op avonden een Rotterdams karakter, zoals de politieke talkshow DRAAD en het Rechtbankcafé.