Tag: Rotterdam

Camera in Rotterdam

Podcastserie Cameraspotter: overal hangen camera’s, maar maken die ons écht veiliger?

Camera in Rotterdam
Pol Sangster / Vers Beton

Hoera, een nieuw kind! Ik ging in gesprek met zeven experts over surveillancecamera’s in Rotterdam, hoorde zeven totaal verschillende verhalen, en die zijn nu als podcast beschikbaar.

De serie, Cameraspotter, maakte ik voor Vers Beton, namens het Centre for Bold Cities, als onderdeel van ons megalomane project om de gewoonheid van camera’s weer ongewoon te maken, en zo de publieke en politieke discussie daarover op te starten. Want wat is veiligheid eigenlijk? Waarom heb je daar (altijd) camera’s voor nodig? Welke nadelen komen daarbij kijken? En kan het ook anders?

De gesprekken daarover leerde me heel veel. Zoals media-kunstenaar Roos Groothuizen, die de slimme-deurbel-als-huisvriend-bubbel doorprikt. Of PRO-raadslid in Amsterdam Elisabeth IJmker, die voor elke camera een alternatief weet. Of sociaal advocaat Guido Grijs, die vrolijk een rechtszaak begint tegen Gemeente Rotterdam.

Met verder burgeractivist Peter Stijnen (die zijn eigen overzichtskaart maakt), onderzoeker Paul van Egmond van DSP-groep, incidenten-liefhebber en raadslid Loes Rojer van D66 Rotterdam, en Erasmus Universiteit Rotterdam-wetenschapper Marc Schuilenburg die oproept tot meer debat.

Alle podcasts (inclusief een overzicht van de belangrijkste inzichten) vind je op Vers Beton en op Spotify. En mocht ik in deze serie gesprekken iets of iemand vergeten zijn, gemist hebben, over het hoofd hebben gezien, dan hoor ik het graag!

Cameraspotttour 2025

Camera-onderzoek Centre for Bold Cities: zo gaat de gemeente (niet) om met bezwaren van burgers

Cameraspotttour 2025Voor het Centre for Bold Cities doe ik onderzoek naar camera’s in Rotterdam. Daarom keek ik hoe de gemeente omgaat met de bezwaren op haar camerabeleid. De conclusie: de bezwaarprocedure geeft burgers een goed gevoel, maar de afhandeling ervan lijkt vooral bedoeld om het gemeentebestuur te steunen in zijn doelen.

Camera’s in Rotterdam: de burger wikt, de overheid beschikt

De uitvoering van de gemeente Rotterdam voor de inzet van veiligheidscamera’s de komende drie jaar leverde tientallen klachten en een drukbezochte bijeenkomst met kritische burgers op. Toch verandert het gemeentebestuur vrijwel niets aan het cameratoezicht, blijkt uit de afhandeling van de bezwaren. Daarbij ontstaat het beeld dat de gemeente liever haar eigen doelen haalt, dan dat ze oog heeft voor hoe burgers de stad ervaren.

Het leek zo’n mooi tegengeluid voor politiek cynisme, afgelopen herfst. Eind oktober organiseerde de zogeheten Algemene Bezwaarcommissie een bijeenkomst om tientallen burgers hun verhaal te laten doen. Deze klagers waren het allen oneens met het zogeheten aanwijzingsbesluit cameratoezicht van de gemeente Rotterdam. Hierin legt zij uit hoe camera’s de komende drie jaar worden ingezet voor de openbare orde. De ene groep burgers wilde juist meer camera’s, de andere juist minder, elk met hun eigen argumenten.

Keurig kwamen bij die bijeenkomst al die verhalen voorbij, inclusief reactie van de verantwoordelijke ambtenaren. Iedereen voelde zich gehoord, en hoopte vol goede moed dat de commissie dit alles zou verwerken tot een advies aan het gemeentebestuur dat het besluit ten goede zou bijsturen. Het systeem van participatieve democratie werkte als nooit tevoren.

Meer frustratie

Nu, drie maanden later, is van die hoop weinig over. In haar advies veegt de commissie namelijk alle klachten van tafel, en die uitkomst neemt het Rotterdamse stadsbestuur volledig over. En hoe goed onderbouwd dat advies ook is, de uitkomst leidt tot veel frustratie bij de bezwaarmakers. De een voelt zich geschoffeerd en teleurgesteld, de ander heeft een tegenrapport geschreven om de gemeente alsnog op andere gedachten te brengen, en een derde start een rechtszaak.

De rode draad van deze reacties is de teleurstelling bij burgers over het verloop van de inspraakprocedure. Bij de bezwaarcommissie ontstond het gevoel dat er een goed gesprek mogelijk was over nut en noodzaak van camera’s, inclusief ruimte voor nuances, afwijkingen en zijpaden. Maar in het advies van de commissie is daar nauwelijks meer ruimte voor. De vraag is daarom of het optuigen van meer inspraak zonder dat daar consequenties aan verbonden worden, niet juist leidt tot meer frustratie.

Ongegrond

Ten eerste waren daar de klagers die juist meer camera’s wilden. Formeel gezien mochten zij niet meedoen aan de bezwaarprocedure, want zij waren geen bewoners of gebruikers van gebieden waar camera’s voor gepland stonden. Bij uitzondering mochten zij inspreken en hun verhaal vertellen, wat het gevoel gaf dat ze een kans hadden.

Maar in het advies van de commissie staat vervolgens dat zij toch echt geen ‘belanghebbenden’ zijn. Ook zou hun angst voor het waterbedeffect van camera’s in een naburig gebied (dat de problemen zou verplaatsen naar hun leefomgeving) ongegrond zijn. Het enige lichtpunt voor de klagers is dat de adviescommissie het college adviseert de ingediende bezwaarschriften “als aanvragen in behandeling” te nemen voor het mogelijk instellen van nieuwe cameragebieden.

Kritiek pareren

Ten tweede waren er burgers die juist kritisch waren op de te plaatsen camera’s. Tijdens de zitting gingen de klagers en de bezwaarcommissie diep op hun argumenten in. De bezwaarmakers vertelden over misdaadcijfers die niet klopten, onjuiste bebording om cameragebieden aan te geven, onduidelijke regels voor wanneer camera’s wel en niet geplaatst (en weer verwijderd) mogen worden, conflicten met het recht op privacy in de openbare ruimte, en verwarring over hoe het nut van camera’s te meten is.

Tijdens de sessie onderschreven de commissieleden de waarde van deze vragen, en gaven ze als huiswerk aan de aanwezige ambtenaren mee. Maar in het uiteindelijke advies heeft de commissie zelf al deze kritiek gepareerd. De rode draad: de veiligheidsproblematiek in Rotterdam is dusdanig, dat de nadelen van en onduidelijkheid over die inzet daarbij in het niet vallen. Geen van die argumenten is doorslaggevend om van het plan af te wijken

Desillusie

De teleurstelling van dit proces zit hem in de onduidelijke spelregels. Door het instellen van de bezwaarcommissie en de ruimhartige behandeling van klachten tijdens die bijeenkomst, ontstond het gevoel dat er iets mogelijk was. Maar in de afhandeling toont zowel de commissie als het college zich een bureaucratische machine die enkel naar de letter van de wet kijkt, en bij discussiepunten zichzelf het voordeel van de twijfel geeft.

De overheid gaat op deze manier grotendeels voorbij aan het onderliggende hulpverzoek van burgers. Want of zij nou meer of minder camera’s willen, ze willen vooral een oplossing voor hun problemen. Door enkel te zeggen dat hun kritiek niet gegrond is, blijven zij hiermee rondlopen, alleen dan inclusief de desillusie van inspraak die hoopvol leek maar nergens toe leidde.

Steken laten vallen

Bovendien toont de overheid zich zo geen gelijkwaardige gesprekspartner. Kritische burgers moeten hun argumenten 100 procent waterdicht, tijdig en volgens de regels inleveren, anders worden zij terzijde geschoven. De overheid mag daarentegen steken laten vallen. Zij komt weg met onvolledige, onjuiste of te laat ingeleverde misdaadcijfers als argument voor onveiligheid, het niet kunnen aantonen wat het effect van camera’s is, en het niet kunnen vertellen wat de ondergrens voor onveiligheid is. Hierdoor ontstaat sterk het gevoel dat voor de gemeente de uitkomst al vaststaat, namelijk dat er intensiever cameratoezicht nodig is om meer veiligheid te bereiken.

Blijkbaar leeft er onvrede in Rotterdam. Aan de oppervlakte gaat dat over de inzet van surveillancecamera’s, maar daaronder schuilt een veelvoud aan problemen. Zeggen dat die onvrede aan de oppervlakte geen geldige grond kent, lost de onderliggende problemen niet op. Ook slechts eens per drie jaar deze inspraak mogelijk maken, is te weinig van het goede.

Meest werkbare oplossing

Terwijl het zo makkelijk zoveel beter kan. De gemeente hoeft enkel in breder perspectief om te gaan met de klachten. Ga bij bezwaren vaker het gesprek aan, en beperk je daarbij niet tot wie er volgens de wet gelijk heeft. Begin met de simpele vraag: waar zitten jullie mee, en hoe kunnen we die situatie verbeteren? Bespreek vervolgens de opties met de bezwaarmakers, zonder gebruik te maken van een voorsprong in kennis van de praktijk en de wet. Bepaal zo welke oplossing het meest werkbaar is voor de problemen, rekening houdend met de wetenschap dat geen daarvan ideaal is. Daar zou iedereen van profiteren. Het begin is er al, met de manier hoe de Algemene Bezwaarcommissie tijdens de bijeenkomst werkt. Nu de uitwerking nog.

Dit doen de bezwaarmakers nu

De rechtszaak

Een van de bezwaarmakers, advocaat Guido Grijs van kantoor AVSK in IJsselmonde, laat weten een rechtszaak tegen de gemeente aan te spannen over het cameratoezicht. Hij richt zich daarbij specifiek op zijn eigen wijk. 

Grijs stelt onder meer dat de misdaadcijfers die de camera-inzet in IJsselmonde moeten onderbouwen niet kloppen. Ook zou er volgens hem een aantoonbare reflex in Rotterdam zijn om repressieve maatregelen snel en langdurig in te zetten (terwijl wettelijk in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens is vastgelegd dat dit juist terughoudend en tijdelijk moet gebeuren). Verder ontbreekt volgens Grijs het bewijs voor het nut van camera-inzet. Zo is, stelt hij, nooit aangetoond dat de moordenaar van IJsselmonde opgepakt kon worden vanwege de aanwezige camera’s, in tegenstelling tot wat de gemeente beweert.

Ook bekritiseert Grijs de afwezigheid van een ondergrens voor veiligheid voordat camera’s worden geplaatst. Hierdoor is nooit duidelijk wanneer dit wel en niet mag. Volgens de eiser kan een stad als Rotterdam nooit nul incidenten hebben. “Incidenten zijn dan ook geen rechtvaardiging om over te gaan tot zo een ingrijpende middel.”

De contra-evaluatie

Peter Stijnen heeft als zelfverklaard kritisch burger een contra-evaluatie gemaakt van de meest recente evaluatie van het cameratoezicht, uitgevoerd in 2025. Zo wil hij duidelijk maken waar deze steken laat vallen, en daarmee dat deze evaluatie dus geen solide basis biedt voor het nieuwe camerabeleid. 

Stijnen deed dat onder meer door heel veel door de stad rond te lopen en observaties van het rapport te vergelijken met de realiteit. Hij concludeert onder meer dat het rapport inconsistent is. “Zo staan er soms meer camera’s op de plattegrond dan in de tekst, soms omgekeerd, en bovendien blijken er verschillen te zijn tussen de weergegeven cameraposities en de feitelijke situatie.” Ook merkt Stijnen op dat er soms camera’s buiten of precies op de grens staan van het gebied waar ze moeten filmen, wat juridisch twijfelachtig is.

Ook viel het Stijnen op dat de preventieve werking van camera’s maar moeizaam tot zijn recht komt. Zijn evaluatie laat zien dat overheidscamera’s vaak slecht zichtbaar zijn, bebording die cameratoezicht aankondigt afwezig of slecht zichtbaar is, en dat onduidelijk is welke camera’s van de overheid en welke van bijvoorbeeld bedrijven of particulieren zijn. Dat blijkt volgens hem ook uit de zogeheten Omnibus-enquete 2025 van de gemeente Rotterdam. Daarin geeft 42% van de Rotterdammers aan niet te weten of er cameratoezicht in diens buurt is. 

Stijnens laatste punt van kritiek is dat het rapport belangrijke zaken onbenoemd laat, zoals aanzienlijke uitbreidingen of verplaatsingen van camera’s. Dat is vreemd, stelt Stijnen, want eerdere rapporten gaven juist het advies om het cameratoezicht in de huidige vorm te continueren. Ook merkte hij een advies in het rapport op dat identiek in het vorige rapport stond én al uitgevoerd is.

Door al die fouten, concludeert Stijnen, “ontstaat het beeld van een systeem waarvan niemand het geheel meer kan overzien, terwijl het zich intussen verder blijft uitbreiden en ontwikkelen. Dit staat op gespannen voet met het ingrijpende karakter van cameratoezicht dat niet zomaar ingezet mag worden vanwege de inbreuk op de privacy.” Evaluaties, besluit hij, lijken daardoor niet bedoeld om de uitvoering bij te sturen, maar om het te rechtvaardigen.

Inmiddels heeft Stijnen contact gehad met de gemeente, waarna een aantal aandachtspunten tot zijn vreugde zijn opgepakt. Zo worden fouten op de camerakaarten rechtgezet, en zijn er nieuwe borden besteld om de zichtbaarheid te vergroten. “De hoofdpunten die ik heb aangekaart zijn dus daadwerkelijk opgepakt. Dat geeft de burger moed.” Wel is hij benieuwd of de acties ook echt uitgevoerd worden. Bovendien mist Stijnen nog altijd het fundamentele debat over waarom we eigenlijk camera’s willen en wat ze precies voor effect hebben, zoals voor preventie en het veiligheidsgevoel.

Kader: Reactie gemeente Rotterdam

De verantwoordelijk wethouder en ambtenaar van de gemeente Rotterdam willen niet reageren op deze analyse. Dit is, zegt een woordvoerder, omdat de gemeente nog in gesprek is met een bezwaarmaker over diens kritiek. “Voor het verdere goede verloop van deze gesprekken kiezen we ervoor om niet mee te werken aan dit verzoek.”

uitgewikkeld-rmc-groene-conferentie-2025

Live column bij Rotterdams Milieu Centrum: 9 actiepunten voor schone lucht waar we nú mee aan de slag gaan

uitgewikkeld-rmc-groene-conferentie-2025Een jaarlijks terugkerend feest: een column voordragen bij de Groene Conferentie van het Rotterdams Milieu Centrum. Begin december was het weer zover, ditmaal in Oase Rotterdam, met luchtkwaliteit als thema. Om mijn (hernieuwde) fascinatie voor live columns te voeden, schreef ik ter plekke een reflectie op alles wat er gezegd en gedaan werd. Het resultaat: een negenkoppig actieplan waar iedereen direct mee aan de slag kon om de lucht in Rotterdam schoner te maken. Kap bijvoorbeeld eens wat vaker een boom.

Lees verder

Take A Way Tarwewijk - workshop luisteren

Workshop luisteren bij buurtcentrum Take A Way Tarwewijk

Take A Way Tarwewijk - workshop luisterenEind oktober gaf ik een luister-workshop aan wijkbewoners in Rotterdam Tarwewijk. We leerden welke verhalen je te horen kunt krijgen als je onbevooroordeeld en oprecht luistert, en ervoeren hoe het was als er iemand écht naar je luistert.

Take A Way in Tarwewijk is initiatief waar wijkbewoners in een buurtcentrum samen praten, werken en eten. Dit jaar werkt het collectief aan een wijkkrant, als tegenwicht voor nep- en snel nieuws. Ik kreeg daarom de vraag om een beginnerscursus journalistiek te geven. Zoiets is in een dagdeel lastig te doen en al helemaal aan mensen die hier vrijwel geen ervaring mee hebben.

Ik bood daarom een alternatief aan: ervaren wat het is om écht te luisteren, en hoe het is als er écht naar je geluisterd wordt. Want dat is volgens mij de belangrijkste eigenschap van een journalist: goed, oprecht en geïnteresseerd luisteren.

Take A Way Tarwewijk - workshop luisterenEn dus gaf ik een workshop onbevooroordeeld luisteren. Dat je niet luistert om te reageren, of vragen stelt om het gesprek te sturen, maar dat je openstaat voor de ander, en meegaat in waar deze over wil praten. Op die manier, was mijn idee, kom je erachter dat elk persoon een verhaal heeft dat het waard is om over te horen.

Het resultaat was prachtig. Mensen die al jaren samenkwamen, hoorden verhalen die al die tijd onuitgesproken waren gebleven. Schijnbaar onmogelijke combinaties als jonge hipsters en oude arbeidsmigranten bleken nog uren verder te willen praten. Sommigen boorden zelfs zulke diepe lagen aan, dat ze besloten de verhalen voor zichzelf te houden. Aan het einde besloten we daarom deze workshop over een paar maanden nogmaals te houden.

Hieronder vind je de instructies die ik deze ochtend gaf, voor als je er zelf mee aan de slag wilt gaan. Je kunt ook altijd contact met je opnemen om hier verder over te praten, dat vind ik ook geweldig.

Lees verder

Centre for Bold Cities - hoofdbeeld (Margriet Osinga)

Onderzoek voor het Centre for Bold Cities: spot alle camera’s in Rotterdam

Centre for Bold Cities - hoofdbeeld (Margriet Osinga)
Beeld: Margriet Osinga

We gaan iets leuks/megalomaans/belangrijks doen met het Leiden-Delft-Erasmus Centre for BOLD Cities: camera’s spotten in Rotterdam. Dinsdagmiddag 28 oktober trappen we dat onderzoek af in Het Nieuwe Instituut. Kom je ook?

Wie om zich heen kijkt, ziet steeds meer digitale camera’s. Van de overheid, hoog in lantaarnpalen. Maar ook van de NS en RET, rondom winkels, op bedrijventerreinen, en natuurlijk zo ongeveer elk huis met een Ring of Nest.

Tegelijkertijd weet niemand echt wie er meekijkt, wat er met die gegevens gebeurt, voor welk doel ze er hangen, en wat dit doet met mensen op straat. Bovendien is er amper een gesprek over: niet in de maatschappij en niet in de politiek.

Daar willen we verandering in brengen. In de komende anderhalf jaar ontwikkelen we* daarom een app. Hiermee willen we Rotterdammers in staat stellen om zoveel mogelijk camera’s te fotograferen en te registreren die het publieke domein (gevraagd en ongevraagd) in de gaten houden. We maken daarvan een prachtige kaart en database, zodat duidelijk(er) is hoe de stad ervoor staat. Zo willen we het gesprek met de stad en de politiek aangaan over waarom dit gebeurt, wat dit betekent voor je veiligheid en privacy, wie hier de winnaars en verliezers van zijn, en hoe het eventueel anders kan.

Da’s nogal een project. En dus starten we dit onderzoek op dinsdag 28 oktober met een feestelijke middag in het Nieuwe Instituut. Tussen 15 en 17 uur vertelt academisch directeur Jiska Engelbert wat we gaan doen, laten kunstenaars Roos Groothuizen en Maarten Inghels zien waarom zij camera’s kritisch in hun werk gebruiken, presenteert journalist Rens van de Plas zijn Woeste Grond-onderzoek naar de camera-situatie in Eindhoven, en maken Annet Van Otterloo en mustapha eaisaouiyen duidelijk wie hieraan mee moet doen (spoiler: iedereen!).

En om het feest compleet te maken, kun je van tevoren tussen 13 en 15 meedoen aan een camera-spot-tour, waarin professionele cameraspotters Tom van Arman en Mike de Kreek je meenemen in en rondom Museumpark om verborgen en exotische cctv-parels te ontdekken en te bespreken.

Deelname aan alles is gratis, je hoeft je alleen even te registreren. Meer info over de middag vind je bij het Centre for Bold Cities.

(vragen, opmerkingen, ideeën? bel, mail of reageer vooral, ik ben heel benieuwd)

*en dat ‘we’, dat is een bont consortium van academische onderzoekers, journalisten, burgercollectieven, studenten, ambtenaren, techneuten en andere geïnteresseerden. Meerstemmigheid is de nieuwe autocratie.

Dood & Verderf @ Baroeg Open Air 2025

Live podcast van Dood & Verderf tijdens Baroeg Open Air

Dood & Verderf @ Baroeg Open Air 2025Bucketlist der bucketlisten: ik sta geprogrammeerd op Baroeg Rotterdam Open Air. Niet met een band, niet met een foodtruck, maar met mijn podcast Dood & Verderf.

Ik kom al, denk ik, 10 jaar op Baroeg Open Air. En dat terwijl ik in de regel weinig leuk vind aan metalfestivals. Te veel mensen, te veel, tsja, herrie. Ik vind concerten sowieso leuker dan festivals.

Maar dit! Ha. Baroeg Open Air is een anomalie. Ten eerste omdat de helft van de programmering vuige elektronica betreft, wat mijn grootste liefde is. Ten tweede omdat er absurd veel ruimte op het terrein is, waardoor ik me nooit opgesloten of klapvee voel. Ten derde omdat ik altijd wel weer wat nieuwe, kleine bands ontdek.

Maar ten vierde (en ten belangrijkste) omdat BOA het meest sociaal-gevarieerde festival is dat ik ken. Emo-pubers die voor het eerst hun kindred spirits tegenkomen, accountants uit Berkel die hun jaarlijkse latex-industrial-dag vieren, peuters met corpsepaint en softijs, lieve (vrijwillige!) medewerkers, en zonder uitzondering goed weer.

En daar ben ik komende zaterdag dus een mini-onderdeel van. In de podcast-container maak ik (net als Marcel Schop van Metal Health en Ernst A. van Loodzware Jongens) een thema-editie, ditmaal over Spaanstalige stoner, rock en metal met ¡Pendejo!

Ben je op het terrein? Kom dan tussen 13 en 14 langs voor de opname, leuk! En ben je er niet? Koop dan een ticket en kom alsnog!

(en voor de voorpret: hieronder vind je vorige editie van Dood & Verderf, met daarin hoofd productie Bas Vonk over hoe je in vredesnaam zoiets als BOA op poten zet)

Inge Janse @ Future Society Lab

Presentatie ‘AI & Resistance: why saying ‘no’ is sometimes the boldest move’

Inge Janse @ Future Society LabDat was geinig: begin juli vertelde ik bij kennisplatform Future Society Lab ‘iets’ over waarom we kritisch moeten zijn op het gebruik van AI. Dat verliep even hoopgevend als desillusionerend.

Dat zit als volgt. Bij het Leiden-Delft-Erasmus Centre for BOLD Cities zien wij (net als de rest van de wat meer tech-kritische wereld) iedereen maar zo veel en zo hard mogelijk experimenteren met AI. Terwijl het vaak gewoon saai is. Of slecht. En meestal allebei. En dus vroeg Future Society Lab-aanjager Harmen van Sprang me om daar iets over te komen vertellen. Leuk, beetje prikken, beetje stangen, borrelnoten achteraf, prima.

Dus collega’s Jiska Engelbert, Arthur De Jaeger en Mirte van der Sangen en ik inventariseerden waar we meer kritische reflectie nodig vinden. En dat leverde vijf punten op. Niet dat we tegen AI (of technologie) zijn. Verre van. Maar je kunt er ook in doorslaan. En dat doen we momenteel absoluut.

Dus daar stond ik, voor een man of veertig, op de honderdmiljoenste verdieping van de Milleniumtoren tegenover CS. Leuk, rellen. Maar nerveus ook, want ik had dit verhaal nog nooit eerder verteld. Ik had bovendien geen idee hoe dit zou vallen bij mensen die bij onderwijsinstellingen, overheden en andere publieke organisaties juist met die vermaledijde AI experimenteren.

Hoopgevend was het zeker. Iedereen knikte druk mee, stemde er mee in, en stemde vragen die vooral doorbouwden op onze kritiekpunten.

Om vervolgens vol desillusie te zien dat bij het volgende programmaonderdeel, ‘verzin de ideale AI-companion voor je werk’, iedereen insane enthousiast en zonder morele remmingen aan de slag ging. Het goede antwoord was natuurlijk ‘geen’ of ‘de AI-companion die dood is’, maar nee, iedereen ging gelijk spijkers zoeken voor deze hamer.

Oh well. Het is een begin. En meerdere bezoekers vertelden achteraf dat een handvol jaren terug de ontvangst veel kritischer was geweest, dus we gaan in Echternachse processie de goede kant op. Hoop ik. En leuk was het zeker!

christenunie-maarten-van-ooijen-inge-janse

Publieksgesprek met Maarten van Ooijen over de toekomst van de christelijke politiek

christenunie-maarten-van-ooijen-inge-janseEind januari interviewde ik oud-staatssecretaris Maarten van Ooijen (ChristenUnie) voor een publiek van geïnteresseerde jongeren (en enkele ouderen) in Rotterdam. De insteek: erachter komen of er nog een toekomst is voor christelijke politiek, en hoe die er dan uit moet zien. 

“Achteraf zullen we op deze periode terugkijken als het tijdperk van het populisme.”

Nee, oud-staatssecretaris Maarten van Ooijen was niet bepaald bemoedigend over de toekomst van de reguliere politiek in het bijzonder, en de christelijke variant in het specifiek. Want wat kun je ooit tegenover de aantrekkingskracht van populisme zetten? Geparafraseerd: wie gaat ooit broccoli eten als je ook kunt kiezen voor m&m’s?

We spraken elkaar tijdens een avond in januari van ChristenUnie Rotterdam en PerspectieF over christelijke politiek, te midden van de milde chaos bij Navigators Studentenvereniging Rotterdam. Want heeft christelijke politiek nog wel toekomst? En zo ja, in welke vorm?

Samen met 40 betrokken (en jonge) Rotterdammers kwamen we er niet helemaal / helemaal niet uit. Ja, vertrekken vanuit idealen, daar aan vasthouden, en die verbinden met reële problemen. Maar de panacee laat nog op zich wachten. Suggesties zijn welkom 🙂

Maar we vroegen ook aan Maarten wat het van je vraagt om in de politiek actief te zijn. Was het met de kennis van nu een slimme zet van hem om zijn jonge kinderen minder te kunnen zien vanwege de lokroep uit Den Haag? (spoiler, mijn interpretatie: nee; Maarten was er diplomatieker over)

Het was ook gewoon heel erg leuk om te doen. Live interviewen, zeker met de vrijheid die ik kreeg van Thom van Dam en zijn collega’s, is een feest. Mocht er animo zijn: ik kom met liefde langs.

boekpresentatie-baroeg-islemunda

Presentator bij boekpresentatie ‘Baroeg Dik 40 Jaar’

boekpresentatie-baroeg-islemunda
Fotograaf: Caro Linares
Mijn favoriete boekpresentatie in tijden was dat van/voor het alternatieve podium Baroeg in Rotterdam. In Islemunda, het theater van IJsselmonde, was ik deze zomer gastheer, presentator en interviewer, een combinatie die heerlijk is om uit te voeren. 
Aan de hand van drie even hartverwarmende als hilarische als chaotische sessies met programmeurs (die onder meer R.E.M. en Rammstein afwezen), vrijwilligers van het eerste uur (waaronder de zelfverklaarde huisdealer) en de makers zelf, zag het boek ‘Baroeg Dik 40 jaar – Keihard de alternatiefste‘ officieel het levenslicht. Er werd gelachen, er werd gehuild, er werd ontmoet en er werd gedanst. Als elke boekpresentatie zo zou zijn, zou iedereen lezen.