Tag: Rotterdam

riek-bakker-co-verdaas-gebiedsontwikkeling.nu

Podcast ‘Gebiedsontwikkeling voor alle leeftijden’ #4: grote projecten met Riek Bakker en Co Verdaas

riek-bakker-co-verdaas-gebiedsontwikkeling.nuAls nieuwe bewoner van Kop van Zuid was een podcast maken met Riek Bakker, moeder alle grote gebiedsontwikkelingen, een groot voorrecht. Samen met hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas vertelt ze voor Gebiedsontwikkeling.nu hoe we ook nu nog grote projecten zoals Kop van Zuid of Leidsche Rijn kunnen realiseren.

(spoiler: it’s the participatie, stupid!)

Maar ook: waarom Vinex-wijken helemaal niet mislukt zijn, haar frustratie over wethouders, haar trucs om ambtenaren mee te krijgen, en haar gebruikersonderzoek vanuit een bakfiets.

Podcast ‘Gebiedsontwikkeling voor alle leeftijden’ #4: grote projecten met Riek Bakker en Co Verdaas

In de interviewserie ‘Gebiedsontwikkeling voor alle leeftijden’ bundelen een junior en een senior-expert hun krachten. Stedenbouwkundige Riek Bakker (de senior) en hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas (de junior) bespreken hoe in deze ingewikkelde tijden grote gebiedsontwikkelingen gerealiseerd moeten worden. “Neem van tevoren goed de tijd om te kijken waar de pijn zit.”

Met een cv waarop functies staan als Tweede Kamerlid, staatssecretaris en dijkgraaf wordt Co Verdaas niet vaak meer als junior van een gesprek beschouwd. Maar aan tafel met Riek Bakker, moeder van de gebiedsontwikkeling in Nederland, legt hij zich snel neer bij de rolverdeling. Dat is ook vanwege hun gezamenlijke voorgeschiedenis. “Mijn eerste baan was bij de gemeente Zwolle als creatief strateeg en projectleider. Riek was het externe geweten voor de stad en het bestuur. In je eerste baan met Riek aan de slag, mooier kan je start het niet zijn.” Kan Bakker de werkdagen met Verdaas zich ook nog zo goed herinneren? Lachend: “Nee, sorry. Dat is gewoon te lang weg.”

Help, ik ben nieuw

Bakker stond aan de wieg van grote gebiedsontwikkelingen als de Kop van Zuid in Rotterdam en Vinex-wijk Leidsche Rijn in Utrecht. Maar hoe krijg je zulke grote projecten in 2022 nog van de grond, met complicaties als versnipperd grondeigendom, tegenstrijdige belangen en meervoudige ruimteclaims?

“Begin zulke projecten met een hardgrondige analyse”, adviseert Bakker. “Hoe zit het politiek, bestuurlijk en ambtelijk. En wat vinden de mensen ervan? Ik heb geleerd dat je altijd met participatie aan de gang moet. Het is de enige manier om uit te vinden wat mensen willen. ‘Vertrouwen’ is het allerbelangrijkste woord bij dit soort projecten. Als de politiek aarzelt, maar je kunt oprecht vertellen dat je de bewoners al zover hebt dat ze het project graag willen, dan krijg je de politiek al een heel eind mee.”

Als je elkaar niet vertrouwt in een complex, langdurig gebeuren, dan gaat het gewoon niet lukken
— Hoogleraar Co Verdaas

Bakker vertelt hoe zij deze tactiek ook toepaste in haar eigen huis. Vanwege de ontwikkeling van de Kop van Zuid verhuisde zij naar Rotterdam. “Ik ontdekte al heel snel dat de mensen verbeelding nodig hadden. Ik had een heel groot huis in het centrum van de stad en veegde daarin een verdieping leeg. Aan de ene kant had ik een maquette staan, aan de andere kant een presentatiezaal met stoeltjes. Drie maanden lang heb ik mensen ontvangen. ‘Help, ik ben nieuw, ik ben een Amsterdammer. Zouden jullie mij willen helpen dit voor elkaar te krijgen?’”

Grotere ellende

Verdaas herkent het belang van participatie vanuit zijn eigen ervaringen in de gebiedsontwikkeling. “Riek benoemt heel veel lagen. De oprechtheid van: ik ben echt open en ik wil snappen hoe het hier zit. Dat is van een waarde voorbij de precieze programmering, de euro’s en de belangen. Je kan een prachtig ontwerp hebben, de beste professionals, geld in overvloed. Maar als je elkaar niet vertrouwt in zo’n complex, langdurig gebeuren, dan gaat het gewoon niet lukken.”

Bakker kent de scepsis over participatie. “Je zou kunnen denken: dat kost tijd en die tijd verliezen we dan. Maar sla je dit proces over, dan lukt een project niet of maar half. Of er begint halverwege gedoe.” De woningbouwcrisis is volgens haar een actueel thema waarin deze dynamiek terugkomt. “Het gaat er niet om: er zijn een miljoen woningen nodig, dus laten we Nederland volgooien. Het gaat erom woonmilieus te krijgen die op een goede plek staan, niet bijten met alle andere problemen die we moeten oplossen, en ervoor zorgen dat mensen kunnen kiezen waar en hoe ze willen wonen. Daar mag je er best een beetje tijd in stoppen om dat voor elkaar te krijgen. Want lukt het niet, dan heb je een veel grotere ellende.”

Als we zulke grote aantallen woningen moeten maken, doe het weer groots
— Stedenbouwkundige Riek Bakker

Als hoogleraar gebiedsontwikkeling krijgt Verdaas vaak de vraag van professionals hoe zij voor dat vertrouwen kunnen zorgen in een (grote) gebiedsontwikkeling. Ondanks al zijn ervaring moet hij het antwoord schuldig blijven. Er is namelijk geen vast recept voor. “Dat is het fascinerende en meteen ook ingewikkelde van ons vakgebied. Ik denk dat gebiedsontwikkeling mensen aantrekt die als ze volgens een handboek twee keer exact hetzelfde moeten doen, gillend gek worden. Het is elke dag opnieuw kijken. Je kan heel veel leren van ervaring, maar als je denkt ‘die aanpak kunnen we kopiëren’, dan ga je de bietenbrug op.”

Breien op een klein stukkie

Afgelopen november kwam ‘De ruimte van Riek’ uit, een boek waarin ze terug- en vooruitkijkt op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en haar rol daarin. Zijn er in al haar jaren ook projecten of wijken geweest waar ze aan heeft gewerkt waar Bakker met minder trots op terugkijkt? “Bloemkoolwijken. Daar denk je nu van: jeetje, wat hebben we gedaan? Gelukkig zijn die niet op zulke grote schaal gebouwd en zijn die wel te repareren. Het is geen drama.”

De Utrechtse Vinex-wijk Leidsche Rijn beschouwt ze juist als een van de hoogtepunten van haar oeuvre. De negatieve blik waarmee er vaak naar Vinex-wijken wordt gekeken, snapt ze dan ook totaal niet. “Als we zulke grote aantallen woningen moeten maken, doe het weer groots. Ga niet zitten breien op een klein stukkie. Bouw pak hem beet 30 duizend woningen op een goede plek. Neem de tijd ervoor en doe het goed. Dan ben je veel beter af dan met al die kleine plakplaatjes.”

Stedenbouwkundige Riek Bakker (1944) was onder meer directeur Stadsontwikkeling, Stedenbouw en Volkshuisvesting van de gemeente Rotterdam. Ook was zij hoogleraar stedenbouwkunde aan de TU Eindhoven. Bakker is vooral bekend vanwege haar werk aan de Kop van Zuid (Rotterdam) en Leidsche Rijn (Utrecht). In 2021 verscheen haar biografie ‘De ruimte van Riek’ (lees hier onze recensie).

Hoogleraar en dijkgraaf Co Verdaas (1966) was als politicus onder meer gedeputeerde in Gelderland, Tweede Kamerlid en staatssecretaris. Tegenwoordig is hij hoogleraar Gebiedsontwikkeling bij de TU Delft en dijkgraaf in het waterschap Rivierenland. Verdaas publiceert ook regelmatig op Gebiedsontwikkeling.nu.

gebiedsontwikkeling.nu-smart-city-AP

AP: maak burger brein van de smart city

gebiedsontwikkeling.nu-smart-city-APHet klinkt zo hip: de smart city, steden die via sensoren in de publieke ruimte data verzamelen over burgers en bezoekers en zo hun beleid slim vormgeven. De realiteit is niettemin veelzijdiger. Voor Gebiedsontwikkeling.nu ploos ik het onderzoek van Autoriteit Persoonsgegevens (Dutch DPA) uit naar hoe goed twaalf gemeenten bij hun smart city-toepassingen rekening houden met zaken als inbreuk op privacy, nut & noodzaak en democratische controle.

Samenvatting: it’s not a pretty sight. “Zonder aandacht voor deze aspecten loopt de Nederlandse smart city het risico om de burger uit het oog te verliezen en zelfs de rechten en vrijheden van het individu te bedreigen. Dit risico geldt juist in de openbare ruimte, waarin burgers zich vrij en onbespied moeten kunnen wanen.”

Gelukkig is er hoop, mits overheden echt werk maken van inspraak door burgers en tegenmacht door de gemeenteraad. Liesbet van Zoonen (Leiden-Delft-Erasmus Centre for BOLD Cities) doet daarbij nog een duit in de zak over hoe die burgers en politiek precies te betrekken zijn, en waarom je juist in gesprek moet gaan met de grootste anti-technologische luddieten.

Meer lezen

Rotterdams Milieucentrum - groene conferentie 2021

Pleidooi voor een Rotterdamse Boombond

Rotterdams Milieucentrum - groene conferentie 2021In mijn nieuwjaarscolumn 2021 voor het Rotterdams Milieucentrum pleit ik voor een Boombond: een boom voor iedere Rotterdam, van je wieg tot je graf. “Aan de vruchten kent men de boom, en dus kennen we hopelijk over een paar jaar aan de bomen ook de stad. Met dank aan de Boombond.”

De Rotterdamse Boombond

[tekst gaat verder onder de video; start column op 2.30]

Schoonheid. Schaduw. Vogels. Verkoeling. Koolstofconsumptie. Klimaatbeheersing. Waterbuffer. Windbreker.

Dat en meer. Dat bieden bomen!

Nogal wiedes dat er steeds meer initiatieven zijn om bomen te planten. Véél initiatieven. Plan Boom. Cool Down City. Meer Bomen Nu. Trees For All. Bovendien heeft de stad Rotterdam grote ambities voor het vergroenen van de buitenruimte.

Maar wie denkt door de bomen het Rotterdamse bos niet meer te zien, komt bedrogen uit. De benodigde grond voor bomen is heilig. We hebben die grond namelijk óók nodig voor parkeerplaatsen, zonnepanelen, bekabeling, windmolens, riolering, winkels, geothermie, fietspaden, waterreservoirs, uitlaatvelden, asfalt, kantoorkolossen en reclamemasten.

Oja, en dan willen we ook nog tienduizenden woningen bouwen.

In de grote rekensom die nodig is om dat alles een plek te geven, worden bomen snel uit de vergelijking weggestreept. Want wie heeft nú een boom nodig? Niemand. En dus komen bomen in de categorie die het stiefkind van elke gebiedsontwikkeling is: belangrijk, maar niet urgent – en dus ten dode opgeschreven.

Willen bomen een kans maken in de complexe algebra van de stedelijke ontwikkeling, dan moeten zij stoppen anoniem, onpersoonlijk en inwisselbaar te zijn. Bomen moeten er niet alleen vóór mensen zijn, maar ook ván mensen zijn.

Daarom pleit ik vandaag voor een gloednieuwe regeling in Rotterdam: de Boombond.

Dat zit zo.

Elke inwoner, van baby tot bejaarde, van ras-Rotterdammer tot exotische import, wordt na inschrijving in de stad automatisch de geestelijk vader of moeder van een boom.

Word je hier geboren of verhuis je de stad in, dan overhandigt de gemeente je het eigendomscertificaat voor de boom in kwestie, liefst binnen je eigen postcode. Je kunt vervolgens twee dingen doen: of tegen betaling de boom laten onderhouden (vergelijkbaar met de afvalstoffenheffing, inclusief kwijtschelding voor lagere inkomens), of dat zelf doen.

Om de Boombond zo sterk mogelijk te maken, mag je de eik, es of iep zelf een naam geven. Verder krijg je te horen op welke dag ie geplant is, zodat jij elk jaar op bijvoorbeeld 29 oktober, verkleed als eikel, de lieve zaailing een extra scheut pokon en een lekkere snoeibeurt kunt geven, plus dat je een lekkere kastanjetaart voor je buren bakt. Het is tenslotte een feestdag, nietwaar?

Administratief is de Woonbond simpel te realiseren. Zo beschikt Rotterdam over meer bomen dan inwoners dus de potentie is er. Rotterdam heeft bovendien een prachtig registratiesysteem waar al 150 duizend bomen in vermeld staan. Veld ‘eigenaar’ erbij, koppeling naar de gemeentelijke basisadministratie, en de mens-boom-relatie is een feit. En zijn er te weinig bomen? Dan kan de gemeente niet anders dan nieuwe bomen aanplanten.

Ja, ik weet het: tussen boom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. Nóg meer kosten? Ach, lieve mensen. Wie een nieuwbouwwoning koopt, wordt zonder uitzondering gevraagd om een parkeerplaats à 30 duizend euro af te nemen, ook al heb je helemaal geen auto. Wat zijn dan een paar tientjes per jaar voor je hoogstpersoonlijke boom, van wiens voordelen jij verder helemaal gratis mag profiteren? En de bijbehorende bureaucratie? Sinds de toeslagenaffaire weten we dat de overheid als geen ander in staat is om complexe systemen op – en burgers af te tuigen, dus zo’n Boombond is slechts gekafka in de marge.

In ruil voor dat eigenaarschap verplicht de gemeente zich bovendien om jou te betrekken bij alle ontwikkelingen die jouw chlorofiele kind aangaan. Moet je boom verplaatst worden vanwege werkzaamheden? Gaat je boom minder zon ontvangen door een megalomaan naburig hoogbouwproject? Of – God verhoede! – is je boom overleden na een gruwelijk geweldsincident van bouwvakkers, projectontwikkelaars, onderhoudsvrije-achtertuinen-fetisjisten en andere natuurlijke vijanden van de boom? Dan komt de bomenrecherche je informeren (“Meneer Janse, we hebben slecht nieuws. Mogen we even binnenkomen om daar een boompje over op te zetten?”). Ook wordt er een item aan het leed gewijd in het vaste bomenblok van Opsporing Verzocht (“De politie is op zoek naar een witte man van middelbare leeftijd met een zwart-oranje kettingzaag en een uniform van de afdeling ‘Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam’”) en krijgen delinquenten een levenslang verbod op de aankoop en het gebruik van hout en/of bladeren.

En niet alleen je leven wordt leuker met de Boombond; zelfs je dood gaat erop vooruit. Overlijd jij eerder dan je boom? Dan wordt deze voorzien wordt van een naamplaat van jou, de meest recente vader of moeder van de boom in kwestie, voordat ie naar zijn nieuwe baasje gaat. En gaat je boom eerder dood dan jij? Dan kun jij nog één keer profiteren van zijn vruchten: je zaagt er alvast planken van voor je doodskist, je hakt de boom in stukjes voor brandstof in het crematorium, of – voor de minder morbide eigenaren – je laat er een leuk wiegje van timmeren voor een toekomstige eigenaar van de nieuwe boom die jou wél overleeft.

Aan de vruchten kent men de boom, en dus kennen we hopelijk over een paar jaar aan de bomen ook de stad. Met dank aan de Boombond.

draad-202006-column

Column politieke talkshow Draad: Een porseleinkast vol plannen

draad-202006-columnVoor de juni-editie van de Rotterdamse politieke talkshow Draad mocht ik een column voordragen. Ik koos ervoor om iets te vertellen over mijn droom dat lokale politieke partijen stoppen met proberen een wereld te redden die er niet meer is, en zich richten op de wereld die is en komt. “Plannen zijn ijdelheid, illusies dat de werkelijkheid rekening met je houdt. Maar de werkelijkheid geeft niets om jouw ideologie. De werkelijkheid is een blind monster dat door de porseleinkast van je plannen dendert.”

Meer lezen

Jan Rotmans

Jan Rotmans: “We hebben crisissen nodig om in te zien dat het anders moet”

Jan Rotmans
Beeld: Vers Beton / Anne-Claire Lans

Ik word lichtelijk gek van het ideeën-, voorspellingen-, profetieën- en wens/doembeeldenpandemonium dat de coronacrisis teweegbrengt. Voor het Rotterdamse magazine Vers Beton sprak ik daarom met Jan Rotmans, die als hoogleraar transitiekunde meer kan dan in een glazen bol kijken, en zich kan baseren op wetenschappelijke inzichten voor zijn uitspraken. Het leverde prachtige citaten op, waaronder mijn favoriete relativering “Mensen denken dat er een revolutie uitbreekt. Dat is echt faliekante onzin.”

Maar! Hij signaleert ook wat er wél verandert door deze disruptie, beginnend bij zijn (en mijn) thuisstad Rotterdam. Hieronder vind je het artikel, plus de bijbehorende podcast (als je kunt kiezen, doe dan de podcast, Jan is een zeer energiek verteller).

Meer lezen

Beton of Brandhout #2

Factcheckrubriek Vers Beton: nee, er zitten niet per se te veel kappers op de Nieuwe Binnenweg

Beton of Brandhout #2
Beeld: Nina Fernande

Een van mijn nieuwe hobby’s is het factchecken van uitspraken voor het Rotterdamse magazine Vers Beton. In de serie ‘Beton of Brandhout’ zocht ik bijvoorbeeld uit of de claim van De Rotterdamse VVD over het overschot aan kappers op de Nieuwe Binnenweg klopt. Spoiler: nee, statistisch niet, want klandizie zat in de wijk. 

Meer lezen

Vers Beton - Groene Toekomst - banner

Nominatie Persprijs Rotterdam voor onderzoeksdossier ‘Wat houdt de groene toekomst tegen?’

Vers Beton - Groene Toekomst - bannerMijn onderzoeksdossier ‘Wat houdt de groene toekomst tegen?’ voor Vers Beton werd (samen met drie andere kanshebbers) begin september genomineerd voor de Persprijs Rotterdam, de jaarlijkse prijs voor de beste journalistieke productie over Rotterdam.  Nee, winnen deed ik niet, bleek eind oktober tijdens de prijsuitreiking in Arminius. Dat neemt niet weg dat ik heel gelukkig ben met de nominatie, inclusief het prachtige juryrapport.

“Het onderzoeksproject ‘Wat houdt de groene toekomst tegen” van Inge Janse, gepubliceerd op de site van Vers Beton. Janse heeft vele maanden werk gestopt in dit project, waarin hij heeft geprobeerd na te gaan waarom de verduurzaming van het Rotterdamse havengebied zo moeizaam van de grond komt. Het is indrukwekkend om te lezen hoe ver en diep Inge is gegaan om alle relevante gegevens boven tafel te krijgen. Hij sprak tientallen experts, bezocht tientallen congressen en bestudeerde honderden literatuurbronnen om tot een gefundeerde analyse te kunnen komen. Aan de hand van de online game ‘De groene havenbaas’ worden nog eens op een meer speelse manier de dilemma’s geschetst die spelen bij de vergroening van het havengebied.”

Over het dossier

Voor Vers Beton publiceerde ik vorig jaar het onderzoeksdossier ‘Wat houdt de groene toekomst tegen?’. Met 8 artikelen, een online game en een big data-rekenmodel wilde ik duidelijk maken waarom het zo moeilijk is om de Rotterdamse havenindustrie te verduurzamen, en wat er nodig is om die impasse te doorbreken.

Onderzoek groene haven Rotterdam

Gastles aan het Albeda-college over ‘De Groene Havenbaas’

Onderzoek groene haven Rotterdam3 uur les geven op het Albeda mbo in Rotterdam levert veel inzichten op. Voor Vers Beton gaf ik halverwege februari 3 gastlessen op het Albeda-collega in Rotterdam over mijn onderzoek naar de verduurzaming van de Rotterdamse haven. In drie sessies van een uur vertelde ik studenten BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg, oftewel mensen die al werken en één dag in de week een opleiding volgen) over de verduurzamingsopgave van de Rotterdamse haven. Aan de hand van de game De Groene Havenbaas ging ik in discussie over de vele dilemma’s die daarbij komen kijken en spraken wij met elkaar over de nut en noodzaak van energietransitie.

Een paar observaties van deze gesprekken

  • Vrijwel geen enkele student maakt zich druk over klimaatverandering (“Als het gebeurt, dan kan ik er toch niets aan doen, en gebeurt het niet, dan hoef ik me er ook niet druk over te maken.”)
  • Vrijwel alle studenten zijn op hun werk actief met het milieu (zoals via afvalscheiding, zonnepanelen en inzet van restwarmte)
  • De verhoging van de energierekening ervaren zij als zeer irritant (“Terwijl ik ook nog eens een windmolen in mijn achtertuin krijg!”)
  • Over het algemeen zijn de groepen heel pragmatisch: vrijwel niemand vindt het een goed plan om kolencentrales vroegtijdig uit te schakelen of over te laten stappen op biomassa (omdat dat vooral kapitaalvernietiging zou zijn) of om schepen te verplichten LNG te tanken (omdat die schepen dan gewoon naar een andere haven gaan).

Bekijk hier de gegeven presentatie (pdf)

  • Meer weten over deze gastlessen? Of geïnteresseerd in een gastles of presentatie voor jouw organisatie? Neem dan contact op!