Tag: column

SKG Studio 2021 - Inge Janse

VROM? Wonen? Ruimte? Nee, het is tijd voor het ministerie van holismerie

SKG Studio 2021 - Inge Janse
Fotograaf: Sander van Wettum

Hoe populair de roep ook klinkt: een minister van VROM, wonen of ruimte gaat de opgaven van nu niet oplossen. Als adjunct-hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu pleitte ik in zijn column voor SKG Studio op 31 maart voor een gloednieuwe, sectoroverstijgende, integrale en toekomstgerichte oplossing. “Want, laten we wel wezen: met goede adviezen alleen plavei je enkel de weg naar de hel – als dat al mag binnen de bestaande stikstofcontouren.”

De tekst gaat verder na de video

Raad van State. Centraal Planbureau. Algemene Rekenkamer. Sociaal en Cultureel Planbureau. Nationale Ombudsman. Planbureau voor de Leefomgeving. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. En onze eigen Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling.

Nederland puilt uit van maatschappelijk en wetenschappelijk betrokken adviseurs die gevraagd en ongevraagd de regering helpen. En vrijwel zonder uitzondering is het gros van Nederland het eens met die adviezen.

Maar nog steeds staan we in files. Annuleren we woningbouw omdat er te veel stikstof neerslaat. Lukt het ons met moeite om een paar procent duurzame energie op te wekken. En maakt het financiële systeem het krijgen van een woning voor de meeste mensen onmogelijk. En dat in een van de meest rijke, democratische, gezonde, hoogopgeleide en egalitaire landen ter wereld.

Knap hoor.

Heel knap.

Waren de gevolgen niet zo reëel en voelbaar, dan zou je bijna bewondering krijgen voor zoveel vermogen tot systematisch falen, terwijl we prima weten hoe het wél moet.

Daarom pleit ik tijdens de kabinetsformatie voor een nieuw ministerie.

Ik hoor het u al denken: komt hier nóg een pleidooi voor de terugkeer van het ministerie van VROM? Weer iemand die Stef Bloks historische vergissing om het ministerie van Wonen op te doeken wil rechtzetten? Vrees niet: verre van. Een van die vaak genegeerde adviesorganen, het PBL, analyseerde terecht dat zo’n pleidooi voor de komst van een minister van VROM, Wonen of Ruimtelijke Ordening leuk klinkt, maar dat die minister direct in de clinch komt met provincies en gemeenten, gebonden is aan bestaande afspraken en geen dictator mag worden – en dus de facto weinig tot geen verschil kan maken.

Daarom pleit ik voor iets anders. Want als er ergens geldt dat het geheel meer is dan de som van zijn delen en dat alles onlosmakelijk met elkaar verbonden is, dan is dat wel bij gebiedsontwikkeling – en daarmee bij de mogelijke oplossing voor al die problemen die we hebben met wonen, natuur, energie, mobiliteit en duurzaamheid. Ik pleit daarom voor de komst van een minister van holisme, inclusief bijbehorend ministerie van holismerie.

Dit ministerie bestaat uit al die bestaande slimme en lucide adviesorganen, zodat wat zij zeggen verheven wordt van ‘vrijblijvend advies’ naar ‘verplichte bandbreedte’. Want, laten we wel wezen: met goede adviezen alleen plavei je enkel de weg naar de hel – als dat al mag binnen de bestaande stikstofcontouren.

Elk nieuw wetsvoorstel moet verplicht dit ministerie passeren. Past het voorstel binnen die bandbreedte die de adviseurs geven? Dan mag dit door richting uitvoering. En is het totale kletspraat? Dan moet je terug naar start, je ontvangt geen goedkeuring.

Zo vormt het ministerie van holismerie de Cerberus tussen enerzijds de sprookjeswereld van de electoraal aantrekkelijke Haagse beleidsvorming en door de markt slim bij elkaar gelobbyde initiatieven, en anderzijds de grotemensenrealiteit waar daadwerkelijk voelbare causaliteit bestaat tussen oorzaak en gevolg. Van een ‘rijksaanwijzing’ om te bouwen in Rijnenburg en plannen voor een windmolenpark nabij de dorpskern van Weesp tot de hyperambitieuze doelstellingen van de Omgevingswet en de plaatsing van een kerncentrale in Groningen: niemand krijgt er last van totdat het ministerie van holismerie de wet doorlaat richting de échte wereld.

“Een dictatuur!”, hoor ik u al roepen. “Als je van centrale aansturing houdt, moet je eens kijken hoe het is afgelopen met Noord-Korea en de Sovjet-Unie!“

Goed nieuws! Ik pleit níet voor een dictatuur. Want, let op: dit ministerie zegt níet hoe het moet. Het zorgt enkel voor een holistische blik op de zaken, door voor elk nieuw idee te toetsen of dit past in een sectoroverstijgend en integraal ideaalbeeld van Nederland – nu en in de toekomst.

Want dat willen we toch, sectorale schotten slechten en de zaken integraal benaderen, met oog voor de lange termijn? Dat hoeft nooit meer verkeerd te gaan – met dank aan het ministerie van holismerie.

Inge Janse sprak deze column uit tijden SKG Studio 2021, het online jaarcongres van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling. 

Rotterdams Milieucentrum - groene conferentie 2021

Pleidooi voor een Rotterdamse Boombond

Rotterdams Milieucentrum - groene conferentie 2021In mijn nieuwjaarscolumn 2021 voor het Rotterdams Milieucentrum pleit ik voor een Boombond: een boom voor iedere Rotterdam, van je wieg tot je graf. “Aan de vruchten kent men de boom, en dus kennen we hopelijk over een paar jaar aan de bomen ook de stad. Met dank aan de Boombond.”

De Rotterdamse Boombond

[tekst gaat verder onder de video; start column op 2.30]

Schoonheid. Schaduw. Vogels. Verkoeling. Koolstofconsumptie. Klimaatbeheersing. Waterbuffer. Windbreker.

Dat en meer. Dat bieden bomen!

Nogal wiedes dat er steeds meer initiatieven zijn om bomen te planten. Véél initiatieven. Plan Boom. Cool Down City. Meer Bomen Nu. Trees For All. Bovendien heeft de stad Rotterdam grote ambities voor het vergroenen van de buitenruimte.

Maar wie denkt door de bomen het Rotterdamse bos niet meer te zien, komt bedrogen uit. De benodigde grond voor bomen is heilig. We hebben die grond namelijk óók nodig voor parkeerplaatsen, zonnepanelen, bekabeling, windmolens, riolering, winkels, geothermie, fietspaden, waterreservoirs, uitlaatvelden, asfalt, kantoorkolossen en reclamemasten.

Oja, en dan willen we ook nog tienduizenden woningen bouwen.

In de grote rekensom die nodig is om dat alles een plek te geven, worden bomen snel uit de vergelijking weggestreept. Want wie heeft nú een boom nodig? Niemand. En dus komen bomen in de categorie die het stiefkind van elke gebiedsontwikkeling is: belangrijk, maar niet urgent – en dus ten dode opgeschreven.

Willen bomen een kans maken in de complexe algebra van de stedelijke ontwikkeling, dan moeten zij stoppen anoniem, onpersoonlijk en inwisselbaar te zijn. Bomen moeten er niet alleen vóór mensen zijn, maar ook ván mensen zijn.

Daarom pleit ik vandaag voor een gloednieuwe regeling in Rotterdam: de Boombond.

Dat zit zo.

Elke inwoner, van baby tot bejaarde, van ras-Rotterdammer tot exotische import, wordt na inschrijving in de stad automatisch de geestelijk vader of moeder van een boom.

Word je hier geboren of verhuis je de stad in, dan overhandigt de gemeente je het eigendomscertificaat voor de boom in kwestie, liefst binnen je eigen postcode. Je kunt vervolgens twee dingen doen: of tegen betaling de boom laten onderhouden (vergelijkbaar met de afvalstoffenheffing, inclusief kwijtschelding voor lagere inkomens), of dat zelf doen.

Om de Boombond zo sterk mogelijk te maken, mag je de eik, es of iep zelf een naam geven. Verder krijg je te horen op welke dag ie geplant is, zodat jij elk jaar op bijvoorbeeld 29 oktober, verkleed als eikel, de lieve zaailing een extra scheut pokon en een lekkere snoeibeurt kunt geven, plus dat je een lekkere kastanjetaart voor je buren bakt. Het is tenslotte een feestdag, nietwaar?

Administratief is de Woonbond simpel te realiseren. Zo beschikt Rotterdam over meer bomen dan inwoners dus de potentie is er. Rotterdam heeft bovendien een prachtig registratiesysteem waar al 150 duizend bomen in vermeld staan. Veld ‘eigenaar’ erbij, koppeling naar de gemeentelijke basisadministratie, en de mens-boom-relatie is een feit. En zijn er te weinig bomen? Dan kan de gemeente niet anders dan nieuwe bomen aanplanten.

Ja, ik weet het: tussen boom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. Nóg meer kosten? Ach, lieve mensen. Wie een nieuwbouwwoning koopt, wordt zonder uitzondering gevraagd om een parkeerplaats à 30 duizend euro af te nemen, ook al heb je helemaal geen auto. Wat zijn dan een paar tientjes per jaar voor je hoogstpersoonlijke boom, van wiens voordelen jij verder helemaal gratis mag profiteren? En de bijbehorende bureaucratie? Sinds de toeslagenaffaire weten we dat de overheid als geen ander in staat is om complexe systemen op – en burgers af te tuigen, dus zo’n Boombond is slechts gekafka in de marge.

In ruil voor dat eigenaarschap verplicht de gemeente zich bovendien om jou te betrekken bij alle ontwikkelingen die jouw chlorofiele kind aangaan. Moet je boom verplaatst worden vanwege werkzaamheden? Gaat je boom minder zon ontvangen door een megalomaan naburig hoogbouwproject? Of – God verhoede! – is je boom overleden na een gruwelijk geweldsincident van bouwvakkers, projectontwikkelaars, onderhoudsvrije-achtertuinen-fetisjisten en andere natuurlijke vijanden van de boom? Dan komt de bomenrecherche je informeren (“Meneer Janse, we hebben slecht nieuws. Mogen we even binnenkomen om daar een boompje over op te zetten?”). Ook wordt er een item aan het leed gewijd in het vaste bomenblok van Opsporing Verzocht (“De politie is op zoek naar een witte man van middelbare leeftijd met een zwart-oranje kettingzaag en een uniform van de afdeling ‘Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam’”) en krijgen delinquenten een levenslang verbod op de aankoop en het gebruik van hout en/of bladeren.

En niet alleen je leven wordt leuker met de Boombond; zelfs je dood gaat erop vooruit. Overlijd jij eerder dan je boom? Dan wordt deze voorzien wordt van een naamplaat van jou, de meest recente vader of moeder van de boom in kwestie, voordat ie naar zijn nieuwe baasje gaat. En gaat je boom eerder dood dan jij? Dan kun jij nog één keer profiteren van zijn vruchten: je zaagt er alvast planken van voor je doodskist, je hakt de boom in stukjes voor brandstof in het crematorium, of – voor de minder morbide eigenaren – je laat er een leuk wiegje van timmeren voor een toekomstige eigenaar van de nieuwe boom die jou wél overleeft.

Aan de vruchten kent men de boom, en dus kennen we hopelijk over een paar jaar aan de bomen ook de stad. Met dank aan de Boombond.

Groene Conferentie 2019

Column Groene conferentie 2019: acceptabel versus effectief

Groene Conferentie 2019Het is een prachtige traditie: bij de jaarlijkse Groene Conferentie van Rotterdams Milieucentrum mag ik een column voorlezen. In de beste kerstgeest koos ik voor – zowaar! – een moralistisch pleidooi voor progressief beleid, aan de hand van twee van mijn favoriete citaten: “Iedere verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering” en “Effectieve oplossingen zijn niet acceptabel en acceptabele oplossingen zijn niet effectief”.

Ik tip conservatieve onzin uit de Rotterdamse politiek aan, maar waarschuw óók voor de chaos die volgt als progressief Rotterdam aan de macht komt. “De hoeveelheid weerstand uit conservatieve hoek die de eindeloze reeks radicale revoluties van de progressieven zou oproepen, laat de vier ruiters van de apocalyps handenwrijvend aan de stadsgrens bij Beverwaard staan. “Nee, laat ze maar even, ze hebben in Rotterdam een participatiemaatschappij waarbij ze zelf met de eindtijd starten”, zegt Antichrist, terwijl Oorlog wat extra olie op het vuur gooit door 100 extra zetels aan de Partij van de Dieren te geven, en Honger en Dood nog wat parkeervakken omtoveren in terrassen voor luidruchtige, laveloos lallende Britten.”

Meer lezen

Duurzame Haven Bullshit Bingo

Winnen door te verliezen: de Duurzame Haven Bullshit Bingo!

Duurzame Haven Bullshit Bingo
Halverwege januari vond in Arminius Rotterdam een debat plaats over ‘de toekomst van de haven’. Ik mocht de avond openen met een column. En omdat ik – na mijn onderzoek naar wat de groene toekomst van de haven tegenhoudt – al talloze van die avonden heb meegemaakt, die allemaal grosso modo hetzelfde verlopen, dacht ik: fuck it, we gaan Duurzame Haven Bullshit Bingo spelen, wie weet dat we dan minder voorspelbare onzin horen.

Ik zeg niet dat het 100% werkte, maar het was in ieder geval episch fijn om te merken dat alle sprekers zich ervan bewust waren dat ze niet zomaar wéér hetzelfde verhaal konden afsteken over CCS, elektrificatie, roadmaps, innovatie, investeringsklimaat, ‘nederland armer, de wereld warmer’ en ‘de burger’ (help!).

De spelers deze avond waren Alice Krekt, Bart Kuipers, Ties Joosten, Adriaan Visser en Nico Van Dooren. Het moet gezegd: prima spelers. Op het onvolprezen Vers Beton is de column vandaag gepubliceerd. En hopelijk mag ik vaker bingo komen spelen in den lande!

Meer lezen

rmc_ingejanse-2018-1200

Column Groene Conferentie: Waterschappen, je weet maar nooit

Voor het Rotterdams Milieucentrum mocht ik in december tijdens de Groeneconferentie over ‘water en de stad‘ het grote waterschapsdebat aftrappen met een column. Het grote wat? Ja, precies. Ik snap er ook niets van. En daar gaat mijn column over. Hopelijk lezen de kandidaat-bestuurders mee, zodat we in maart enigszins snappen waar we op stemmen.

Meer lezen

milieucentrum-rotterdam-ingejanse

Live column Rotterdams Milieucentrum: een beter milieu begint bij je stem

milieucentrum-rotterdam-ingejanse
Foto: Tom Pilzecker

Wordt het wat met duurzame ambities van de Rotterdamse politiek? Als opening voor de Groenconferentie, het politieke debat op 12 december in Bar van het Rotterdams Milieucentrum, analyse ik alle partijprogramma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018. Mijn conclusie: als je enige serieuze aandacht wilt voor het klimaat in Rotterdam, valt er genoeg te kiezen.

Een beter milieu begint bij je stem

We praten dus over de duurzame ambities van de Rotterdamse politiek. Geen politicus zal toch meer zijn of haar ogen sluiten voor de klimaatproblematiek? Toch? Om daar antwoord op te kunnen geven, heb ik alle beschikbare partijprogramma’s voor de komende verkiezing doorgenomen.

Eerst even de algemene feiten. Rotterdam heeft klimaatambities. Absoluut. Milieudienst DCMR meldt in zijn jaarlijkse milieurapportage: “De stadsregio Rotterdam heeft in 2008 de doelstelling voor 2025 bepaald en streeft naar een 40% lagere CO2-uitstoot in 2025, ten opzichte van 1990.”

Klinkt goed toch?

Maar diezelfde DCMR schrijft ook: “De CO2-uitstoot van het Haven Industrieel Complex vormt 90% van de totale CO2-uitstoot van Rotterdam. Omdat de regiogemeenten en stadsregio weinig invloed hebben op de ontwikkelingen in dit haven- en industrieel complex, is de ambitie exclusief dit complex geformuleerd.” Oftewel: praten we niet over de haven, dan praten we over 10% van de totale uitstoot in Rotterdam.

Willen we écht verder komen, dan moeten we naar de bron van alle CO2: het haven- en industrieel complex. Met die bril op las ik alle verkiezingsprogramma’s. Laten we beginnen met de huidige coalitie. En dat betekent ook: laten we beginnen met het slechte nieuws.

Coalitie: Leefbaar Rotterdam, CDA en D66
Rotterdams grootste, ziet namelijk niets in grote veranderingen. Ja, in de stad komen er wat boompies bij, plus een zonnepaneel hier en daar. Maar de haven? “Wij willen economisch beleid dat ondernemers steunt in plaats van dwarszit met onnodige regels en hoge belastingen”, vertelt het programma. Ongeacht wat. Misschien kan Leefbaar ook wat ambtenaren laten meeluisteren in de Rotterdamse directiekamers van de grote chemie- en energiebedrijven, of daar geen haat tegen het klimaat wordt gepredikt. Zomaar een ideetje hoor.

De kleinste van de coalitie-drie-eenheid, klinkt iets groener. Ja, de haven moet duurzaam worden. Maar het hoe, dat klinkt wat naïef. ‘Vragen om een routekaart’ en ‘afspraken maken om optimaal te kunnen steunen’ doet niet vermoeden dat het CDA écht menens is.

Van de drie is D66 het meest ambitieus. Rotterdam is in 2040 klimaatneutraal en windmolens maken op korte termijn kolencentrales overbodig. Dat dat geld kost, daar zal zelfs Jos Verveen het mee eens zijn. Gelukkig is de oplossing voor D66 eenvoudig: Eneco verkopen. Dan de oppositie. Gloort daar het groene goud?

Oppositie: PvdA en SP
Bij de PvdA ligt de focus vooral op vergroenen om banen te creëren. Gebouwen isoleren? Banen. Eneco niet verkopen? Banen. Focus op duurzame goederen? Banen. Je zou het bijna jammer gaan vinden dat de partij na de verkiezingen niet meer bestaat.

Oppositiepartij twee is SP, en zij heeft serieuze plannen. Kolencentrales dicht, meer groene energie, opzet duurzaamheidsfonds, verplicht hergebruik van industriële restwarmte, voorrang voor cleantech-bedrijven op petrochemische installaties, én het havenbedrijf wordt weer van de gemeente. We laten maar even in het midden wie dat allemaal gaat betalen, en genieten vooral van de ambities.

VVD
De VVD, u weet wel, die partij die landelijk heel groot is maar in Rotterdam niet verder komt dan pleiten voor de aanleg van meer parkeerplaatsen en fulmineren op de milieuzone, is ook komende periode weinig radicaals van plan. Ja, ze is ‘voorstander’ van de ‘energietransitie’, maar wat dat betekent, dat zullen we in het verkiezingsprogramma nooit te weten komen.

NIDA en CU-SGP
Moslim-inspiratie en milieu, hoe gaan die samen? NIDA heeft nog geen partijprogramma, maar als het speerpunt ‘De economie dient in dienst te staan van de maatschappij en niet omgekeerd’, een invulling krijgt, dan hebben we die haven zó vergroend.

Ook haar christelijke equivalent, CU-SGP, heeft er komende periode zin an. Iets met de Heere en rentmeesterschap. “We willen méér duurzame energie en minder vervuilende brandstoffen.” Maar ja, willen, willen, willen. Vrij naar Willem Elsschot: Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg, en atheïstische bezwaren, en maar één zetel in de raad, die niemand kan verklaren, en die hetzelfde blijft, wanneer men stemmen gaat.

Partij van de Dieren en GroenLinks
Nee, dan de Partij van de Dieren. Zij wil Rotterdam uiterlijk in 2030 klimaatneutraal hebben, en klimaatdoelstellingen staan centraal bij alle plannen. Zo wordt de haven volledig fossielvrij, ongeacht of het schaliegas of kolen is. Zelfs CO2 moet het ontgelden, want plannen voor de afvang en opslag van dit broeikasgas worden per direct beëindigd.

Dan, als laatste, maar zeker niet als minste: GroenLinks. Met Judith Bokhove aan de macht wordt de gemeente weer een actieve aandeelhouder van de haven. En dat betekent: Rotterdam als vanzelfsprekende vestigingsplaats voor duurzame bedrijven, circulaire industrie die heel het fossiele cluster van petrochemie en energie vervangt, en massale inzet op biomassa. Kijk, zo komen we er wel.

Nieuwkomers: PVV, Denk en 50plus
En dan zijn er natuurlijk de nieuwe partijen die naar de stad komen. Gaan die het klimaat redden? Beginnend bij het einde: bij de PVV gebeurt er helemaal niets. Of ze deelneemt is nog onbekend, een partijprogramma ontbreekt, en communicatie met de partij is onmogelijk. Maar wie naar de landelijke lijn kijkt, hoeft weinig te verwachten. De fameuze A4 met wat holle frases is daar vrij duidelijk over: “Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep, enz.”

Bij tegenpool Denk is voor het milieu een stuk meer te halen. Want hoewel de partij van Tunahan Kuzu nog niet formeel meedoet in 2018, klinken de landelijke standpunten – die een leidraad vormen voor de lokale afdelingen – in ieder geval groen in de oren. Streven naar een circulaire economie, 40% duurzame energie in 2030, en veel aandacht voor groene innovaties.

50plus, als laatste grote nieuwkomer, zet logischerwijs niet in op drastische maatregelen. Want laten we wel zijn: lange-termijnambities betekenen voor hun stemmers dat zij er pas vér na hun dood van profiteren. En dus gaat senior-Rotterdam vooral voor knuffelbare groene instant-oplossingen, zoals bijenhotels, schuillocaties voor vlinders en minder zwerfafval. Dat kan ook niet anders, want 50plus heeft de gemeentelijke begroting voor heel andere zaken nodig. “Voorts is 50PLUS Rotterdam van mening dat er een Universeel Basisinkomen moet komen voor een onbekommerd bestaan. Te beginnen bij mensen vanaf 55 jaar.”

Rest de vraag: wordt het wat met een duurzaam Rotterdam? Het slechte nieuws is dat nog lang niet alle partijen overtuigd zijn van nut en noodzaak van verandering, of daar naar willen handelen. Maar er is ook goed nieuws. Want als u ook maar enige serieuze aandacht wilt voor het klimaat, weet dan dat er komend jaar in Rotterdam meer dan genoeg te kiezen valt. Aan de politiek hoeft het niet te liggen. Nu de stemmers nog.

Persprijs Rotterdam - logo

Column Persprijs Rotterdam 2016: De hel, dat is de redactie

Persprijs Rotterdam - logoJaarlijks wordt in Rotterdam de Persprijs Rotterdam uitgereikt, bedoeld voor de beste journalistieke productie over deze stad van het afgelopen jaar. Bij de editie van 2016 mocht ik bij de uitreiking hiervan in debatcentrum Arminius een column voorlezen.

Mijn column fungeerde als tegengeluid bij de andere column van die avond, voorgedragen door Tara Lewis. Zij betoogt dat het één en al journalistieke treurnis is in Rotterdam. Ik denk daar anders over.

De hel, dat is de redactie

Eerlijk is eerlijk: de jury van de Rotterdamse persprijs heeft er de afgelopen twee jaar alles aan gedaan om de journalistiek in Rotterdam in een kwaad daglicht te stellen. Eerst won een advertentiefuik over kakelverse quinoakorrels, en daarna een advertorial waar zelfs de weekendbijlage van NRC nog een puntje aan kan zuigen.

Dus inderdaad: als dát het beste is dat we kunnen, dan mag Tara – samen met al die oude bromberen van het Vrije Volk – haar depressie op dagelijkse basis verdrinken in de alcoholdoordesemde tranen van weleer.

Journalistieke prozac

Gelukkig is Tara – naast – ik citeer – een onderbetaalde tikgeit – ook onbewust onbekwaam op het vlak van statistiek. Want de persprijs en haar nominaties zijn n = 5 op een populatie van de vele duizenden journalistieke producties die jaarlijks in en over Rotterdam verschijnen.

Goed: veel van die duizenden artikelen stemmen weinig hoopvol. Om maar wat te noemen: sinds de Metro op gloedvolle wijze vijf redenen gaf waarom de Schiedamseweg dé nieuwe hotspot is van Rotterdam, weet ik zeker dat Job Halkes het pseudoniem is van een computer die automatisch clickbait maakt over willekeurige onderwerpen. What’s next: Beverwaard is de nieuwe negen straatjes?

En ook andere titels lijken inderdaad Tara’s observatie te staven: de journalistieke prozac van Gers, de wekelijkse kattenbakvulling van de Nieuwspeper, het volslagen onbegrijpelijke proza van Stadslog, de ‘Stem op Bert, zijn schilderij is het mooiste van het jaar!’-koppen van de Havenloods, de zoveelste tranentrekker die de kolommen van het Rotterdams Dagblad weet te bereiken, en de culturele reclamefolder die vroeger Bogue heette: wie wil, ziet enkel kommer en kwel.

Seriemoordenaar

En toch, tóch leven we in de best mogelijke tijden. Nee, we hebben geen vijf kranten meer over Rotterdam. En gelukkig maar. Want hoeveel gebeurt hier nou echt? De drie-eenheid Mark Hoogstad, Antti Liukku en Leon van Heel houdt dat voor het Rotterdams Dagblad al keurig op dagbasis in de gaten, plus dat de landelijke pers nog regelmatig langskomt in de haven, op het stadhuis en bij de onderwijsinstellingen.

Daarnaast, ja echt, maken journalisten nog altijd prachtige, verrassende en nieuwe producties over en in Rotterdam. Neem de nominatielijst van dit jaar voor de Persprijs. Ronald Buitelaar haalde met geld van het volk de onderste steen boven om een reconstructie van een gefaalde onderwijsfusie te maken, inclusief kamervragen. Of Margot Smolenaar, die op basis van eigen interesse eindelijk het grote verhaal over de seriemoordenaar van de Keilewerf schreef.

Samen met Jitske-Sophie Venema wist zelfs de piepjonge Eric Oosterom – ondanks dat karige tarief dat freelancers bij het AD krijgen en waar je nog beter burgers voor kunt gaan bakken onder een grote M op de Coolsingel – toch een onderzoeksverhaal op te tuigen.

Kolkende salpeterpoel

En dat is nog maar de top van de ijsberg. Want de wil om mooie verhalen te maken, die is er altijd. En getalenteerde mensen, die zijn er altijd. En juist nu, in de tijd dat iedereen zijn eigen medium kan zijn en informatie onbeperkt beschikbaar is, zijn er oneindig veel mogelijkheden om mooie verhalen te maken én te publiceren.

Nee, de enige echte bedreiging, dat zijn de sectiehoofden, chefs, hoofdredacteuren en andere tirannen die voor minimale kosten maximale hoeveelheden clicks en verkochte reclames willen scoren. Als Tara dus ergens haar woede op moet richten, dan is het op die – vaak oude, witte, cynische, vroeger-was-alles-beter-eske – bovenlaag die elke vorm van creativiteit en ontdekkingsdrang smoort in een kolkende salpeterpoel van hysterische deadlines, absurd lage vergoedingen en volslagen gebrek aan ambitie en onderscheidend vermogen.

Laten we onze woede dáárop richten, Tara. Wie weet wordt de Rotterdamse Persprijs 2017 dan een feest dat zijn weerga niet kent.

Geografische verspreiding van Inge als jongensnaam

Ik heet Inge. Wat een hel.

Geografische verspreiding van Inge als jongensnaam
Geografische verspreiding van Inge als jongensnaam

Het moet maar eens gedaan zijn: de definitieve uitleg over mijn naam. Het Wetenschapscafé in Rotterdam, waar ik maandelijks een column mag voordragen als opening van de avond, ging in april 2015 over smartengeld. Hoog tijd om eindelijk eens uit de doeken te doen waar mijn naam vandaan komt, wat dat met me doet en waarom ik recht heb op smartengeld van mijn ouders. Én van u. 

  • Een therapeutisch groepsgesprek starten voor mannen met een vrouwennaam? Neem contact op!

Vanavond heb ik voor u geen column, maar een pleidooi. Een vurig, intens en hartgrondig pleidooi voor de introductie van smartengeld. Hoe meer, des te beter. Ik hoop dan ook enorm dat de spreker van vanavond, Siewert Lindenbergh, mede door dit pleidooi besluit dat we nu écht werk moeten gaan maken van smartengeld.

Het zit zo.

Ik heet Inge. Inge ja. U weet wel, die meisjesnaam. Niet Inger. Niet Ingmar. Niet Ingo. Inge. Zo heet ik.

Inge is, op papier, een naam die voor beide geslachten kan. Maar in tegenstelling tot Anne, wat prima werkt voor mannen én vrouwen, is Inge een vrijwel onversneden meisjesnaam. Ik heb het even voor u opgezocht: er zijn in Nederland 90 mannen die Inge heten, tegenover 14.740 vrouwen met deze voornaam. De snelle hoofdrekenaar snapt het al: 0,6 procent van alle Inges is man.

En ik ben er daar één van.

Ik zal het u maar vertellen: dat is volop klote. En wel hierom. Werkelijk waar élke eerste ontmoeting met mensen verloopt gek. Dat gebeurt via 3 scenario’s.

1: de ander had al gehoord dat hij een Inge zou ontmoeten, stelt zich daarbij een vrouw voor, snapt niet dat ik Inge ben, gelooft het op een gegeven moment tóch, en denkt dan het pijnlijke moment op te kunnen lossen door ten koste van mij grappen te maken. Die grappen zijn altijd als volgt: variant 1 luidt ‘dachten je ouders dat je een meisje was?’ en variant 2 stelt ‘wilden je ouders liever een meisje?’, gevolgd door hard gelach en een blik alsof ze net de beste grap ooit verteld hebben.

2: de ander ontmoet mij voor het eerst, hoort mijn naam, vindt het vreemd en gaat dat vervolgens relativeren. Dat doen ze altijd door de volgende formule te zeggen: ‘ik ken ook een jongen die Anne heet’. Leuk voor je, maar daar heb ik echt niets aan. Anne is geen probleem. Inge wel.

3: de ander heeft wat autistische trekken en stelt mijn naam direct bij de eerste ontmoeting ter discussie, bijvoorbeeld door te stellen dat ik een gekke naam heb. Dat is altijd een geweldig begin van een ontmoeting, een persoon die mij binnen 10 seconden beledigt. Enorme aanrader.

En het gaat verder. Een naam, zo leert de ervaring, kan veel betekenen voor je reputatie. In mijn geval is het zo dat ik een ‘aparte’ naam heb. Veel mensen denken dan onwillekeurig dat ik ook wel een ‘aparte’ jongeman moet zijn. En omdat zij dat verwachten, ga ik me daar ook naar gedragen. Ik ben wie ik heet.

Wat ik dus wil, is smartengeld. Véél smartengeld. Ten eerste van mijn ouders, die dit onzalige plan verzonnen hebben. Van hen wil ik het meeste geld, vooral ook omdat de réden waarom ik Inge heet echt desastreus is. Mijn moeder heet namelijk Ina, maar wilde eigenlijk Inge heten. Toen zij erachter kwam dat Inge ook een jongensnaam kon zijn (maar niet snapte dat dat meer theorie dan praktijk is), projecteerde zij haar trauma op mij, haar jongste zoon. Ik ben dus vernoemd naar mijn moeder. En als u nu al denkt ‘wat erg voor Inge!’, dan heb ik slecht nieuws: het wordt nog erger. Mijn moeder heeft namelijk haar naam veranderd. In Inge. Ik heet hetzelfde als mijn moeder. Als ik haar bel, zegt zij ‘met Inge’, waarna ik zeg ‘met Inge’.

Wat een hel.

Maar ik wil ook smartengeld van iedereen die over mijn rug heen grappen maakt. Het liefst zou ik altijd een collectebus bij me hebben waar iedereen direct een euro in moet gooien die een grap maakt of een belediging uit. Geloof mij: aan het einde van het jaar zou ik met die collectebus de honger in Afrika kunnen oplossen en nog geld overhouden ook.

Goed. Natuurlijk snap ik dat dit type smartengeld er nooit komt. Eigenlijk komt mijn pleidooi daarom op het volgende neer: lieve, lieve bezoekers van het Wetenschapscafé, wilt u mij plechtig beloven om uw kinderen nooit, maar dan ook nooit een gekke naam te geven? Dat voorkomt dat we überhaupt over smartengeld hoeven te praten, zodat de heer Lindenbergh zijn tijd aan nuttigere zaken kan besteden.

Namens alle Inges die in de toekomst gewoon ‘Peter’ of ‘Bram’ gaan heten: dank u wel.

Denkcafé Arminius: ons menu in 2030

Columnist bij Denkcafé in Arminius: “Authentieke robots, authentiek genieten”

Denkcafé Arminius: ons menu in 2030
Denkcafé Arminius: ons menu in 2030

Eind januari mocht ik tijdens het Denkcafé, een maandelijkse avond in debatcentrum Arminius in Rotterdam, de column verzorgen. Het thema was ‘Ons menu in 2030‘ over de toekomst van ons eten. Een lastig onderwerp, maar gelukkig kreeg ik onverwachte hulp: van mezelf, maar dan uit 2030. De volledige column vind je hieronder.

Meer lezen