Tag: column

Duurzame Haven Bullshit Bingo

Winnen door te verliezen: de Duurzame Haven Bullshit Bingo!

Duurzame Haven Bullshit Bingo
Halverwege januari vond in Arminius Rotterdam een debat plaats over ‘de toekomst van de haven’. Ik mocht de avond openen met een column. En omdat ik – na mijn onderzoek naar wat de groene toekomst van de haven tegenhoudt – al talloze van die avonden heb meegemaakt, die allemaal grosso modo hetzelfde verlopen, dacht ik: fuck it, we gaan Duurzame Haven Bullshit Bingo spelen, wie weet dat we dan minder voorspelbare onzin horen.

Ik zeg niet dat het 100% werkte, maar het was in ieder geval episch fijn om te merken dat alle sprekers zich ervan bewust waren dat ze niet zomaar wéér hetzelfde verhaal konden afsteken over CCS, elektrificatie, roadmaps, innovatie, investeringsklimaat, ‘nederland armer, de wereld warmer’ en ‘de burger’ (help!).

De spelers deze avond waren Alice Krekt, Bart Kuipers, Ties Joosten, Adriaan Visser en Nico Van Dooren. Het moet gezegd: prima spelers. Op het onvolprezen Vers Beton is de column vandaag gepubliceerd. En hopelijk mag ik vaker bingo komen spelen in den lande!

Meer lezen

rmc_ingejanse-2018-1200

Column Groene Conferentie: Waterschappen, je weet maar nooit

Voor het Rotterdams Milieucentrum mocht ik in december tijdens de Groeneconferentie over ‘water en de stad‘ het grote waterschapsdebat aftrappen met een column. Het grote wat? Ja, precies. Ik snap er ook niets van. En daar gaat mijn column over. Hopelijk lezen de kandidaat-bestuurders mee, zodat we in maart enigszins snappen waar we op stemmen.

Meer lezen

milieucentrum-rotterdam-ingejanse

Live column Rotterdams Milieucentrum: een beter milieu begint bij je stem

milieucentrum-rotterdam-ingejanse
Foto: Tom Pilzecker

Wordt het wat met duurzame ambities van de Rotterdamse politiek? Als opening voor de Groenconferentie, het politieke debat op 12 december in Bar van het Rotterdams Milieucentrum, analyse ik alle partijprogramma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018. Mijn conclusie: als je enige serieuze aandacht wilt voor het klimaat in Rotterdam, valt er genoeg te kiezen.

Een beter milieu begint bij je stem

We praten dus over de duurzame ambities van de Rotterdamse politiek. Geen politicus zal toch meer zijn of haar ogen sluiten voor de klimaatproblematiek? Toch? Om daar antwoord op te kunnen geven, heb ik alle beschikbare partijprogramma’s voor de komende verkiezing doorgenomen.

Eerst even de algemene feiten. Rotterdam heeft klimaatambities. Absoluut. Milieudienst DCMR meldt in zijn jaarlijkse milieurapportage: “De stadsregio Rotterdam heeft in 2008 de doelstelling voor 2025 bepaald en streeft naar een 40% lagere CO2-uitstoot in 2025, ten opzichte van 1990.”

Klinkt goed toch?

Maar diezelfde DCMR schrijft ook: “De CO2-uitstoot van het Haven Industrieel Complex vormt 90% van de totale CO2-uitstoot van Rotterdam. Omdat de regiogemeenten en stadsregio weinig invloed hebben op de ontwikkelingen in dit haven- en industrieel complex, is de ambitie exclusief dit complex geformuleerd.” Oftewel: praten we niet over de haven, dan praten we over 10% van de totale uitstoot in Rotterdam.

Willen we écht verder komen, dan moeten we naar de bron van alle CO2: het haven- en industrieel complex. Met die bril op las ik alle verkiezingsprogramma’s. Laten we beginnen met de huidige coalitie. En dat betekent ook: laten we beginnen met het slechte nieuws.

Coalitie: Leefbaar Rotterdam, CDA en D66
Rotterdams grootste, ziet namelijk niets in grote veranderingen. Ja, in de stad komen er wat boompies bij, plus een zonnepaneel hier en daar. Maar de haven? “Wij willen economisch beleid dat ondernemers steunt in plaats van dwarszit met onnodige regels en hoge belastingen”, vertelt het programma. Ongeacht wat. Misschien kan Leefbaar ook wat ambtenaren laten meeluisteren in de Rotterdamse directiekamers van de grote chemie- en energiebedrijven, of daar geen haat tegen het klimaat wordt gepredikt. Zomaar een ideetje hoor.

De kleinste van de coalitie-drie-eenheid, klinkt iets groener. Ja, de haven moet duurzaam worden. Maar het hoe, dat klinkt wat naïef. ‘Vragen om een routekaart’ en ‘afspraken maken om optimaal te kunnen steunen’ doet niet vermoeden dat het CDA écht menens is.

Van de drie is D66 het meest ambitieus. Rotterdam is in 2040 klimaatneutraal en windmolens maken op korte termijn kolencentrales overbodig. Dat dat geld kost, daar zal zelfs Jos Verveen het mee eens zijn. Gelukkig is de oplossing voor D66 eenvoudig: Eneco verkopen. Dan de oppositie. Gloort daar het groene goud?

Oppositie: PvdA en SP
Bij de PvdA ligt de focus vooral op vergroenen om banen te creëren. Gebouwen isoleren? Banen. Eneco niet verkopen? Banen. Focus op duurzame goederen? Banen. Je zou het bijna jammer gaan vinden dat de partij na de verkiezingen niet meer bestaat.

Oppositiepartij twee is SP, en zij heeft serieuze plannen. Kolencentrales dicht, meer groene energie, opzet duurzaamheidsfonds, verplicht hergebruik van industriële restwarmte, voorrang voor cleantech-bedrijven op petrochemische installaties, én het havenbedrijf wordt weer van de gemeente. We laten maar even in het midden wie dat allemaal gaat betalen, en genieten vooral van de ambities.

VVD
De VVD, u weet wel, die partij die landelijk heel groot is maar in Rotterdam niet verder komt dan pleiten voor de aanleg van meer parkeerplaatsen en fulmineren op de milieuzone, is ook komende periode weinig radicaals van plan. Ja, ze is ‘voorstander’ van de ‘energietransitie’, maar wat dat betekent, dat zullen we in het verkiezingsprogramma nooit te weten komen.

NIDA en CU-SGP
Moslim-inspiratie en milieu, hoe gaan die samen? NIDA heeft nog geen partijprogramma, maar als het speerpunt ‘De economie dient in dienst te staan van de maatschappij en niet omgekeerd’, een invulling krijgt, dan hebben we die haven zó vergroend.

Ook haar christelijke equivalent, CU-SGP, heeft er komende periode zin an. Iets met de Heere en rentmeesterschap. “We willen méér duurzame energie en minder vervuilende brandstoffen.” Maar ja, willen, willen, willen. Vrij naar Willem Elsschot: Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg, en atheïstische bezwaren, en maar één zetel in de raad, die niemand kan verklaren, en die hetzelfde blijft, wanneer men stemmen gaat.

Partij van de Dieren en GroenLinks
Nee, dan de Partij van de Dieren. Zij wil Rotterdam uiterlijk in 2030 klimaatneutraal hebben, en klimaatdoelstellingen staan centraal bij alle plannen. Zo wordt de haven volledig fossielvrij, ongeacht of het schaliegas of kolen is. Zelfs CO2 moet het ontgelden, want plannen voor de afvang en opslag van dit broeikasgas worden per direct beëindigd.

Dan, als laatste, maar zeker niet als minste: GroenLinks. Met Judith Bokhove aan de macht wordt de gemeente weer een actieve aandeelhouder van de haven. En dat betekent: Rotterdam als vanzelfsprekende vestigingsplaats voor duurzame bedrijven, circulaire industrie die heel het fossiele cluster van petrochemie en energie vervangt, en massale inzet op biomassa. Kijk, zo komen we er wel.

Nieuwkomers: PVV, Denk en 50plus
En dan zijn er natuurlijk de nieuwe partijen die naar de stad komen. Gaan die het klimaat redden? Beginnend bij het einde: bij de PVV gebeurt er helemaal niets. Of ze deelneemt is nog onbekend, een partijprogramma ontbreekt, en communicatie met de partij is onmogelijk. Maar wie naar de landelijke lijn kijkt, hoeft weinig te verwachten. De fameuze A4 met wat holle frases is daar vrij duidelijk over: “Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep, enz.”

Bij tegenpool Denk is voor het milieu een stuk meer te halen. Want hoewel de partij van Tunahan Kuzu nog niet formeel meedoet in 2018, klinken de landelijke standpunten – die een leidraad vormen voor de lokale afdelingen – in ieder geval groen in de oren. Streven naar een circulaire economie, 40% duurzame energie in 2030, en veel aandacht voor groene innovaties.

50plus, als laatste grote nieuwkomer, zet logischerwijs niet in op drastische maatregelen. Want laten we wel zijn: lange-termijnambities betekenen voor hun stemmers dat zij er pas vér na hun dood van profiteren. En dus gaat senior-Rotterdam vooral voor knuffelbare groene instant-oplossingen, zoals bijenhotels, schuillocaties voor vlinders en minder zwerfafval. Dat kan ook niet anders, want 50plus heeft de gemeentelijke begroting voor heel andere zaken nodig. “Voorts is 50PLUS Rotterdam van mening dat er een Universeel Basisinkomen moet komen voor een onbekommerd bestaan. Te beginnen bij mensen vanaf 55 jaar.”

Rest de vraag: wordt het wat met een duurzaam Rotterdam? Het slechte nieuws is dat nog lang niet alle partijen overtuigd zijn van nut en noodzaak van verandering, of daar naar willen handelen. Maar er is ook goed nieuws. Want als u ook maar enige serieuze aandacht wilt voor het klimaat, weet dan dat er komend jaar in Rotterdam meer dan genoeg te kiezen valt. Aan de politiek hoeft het niet te liggen. Nu de stemmers nog.

Persprijs Rotterdam - logo

Column Persprijs Rotterdam 2016: De hel, dat is de redactie

Persprijs Rotterdam - logoJaarlijks wordt in Rotterdam de Persprijs Rotterdam uitgereikt, bedoeld voor de beste journalistieke productie over deze stad van het afgelopen jaar. Bij de editie van 2016 mocht ik bij de uitreiking hiervan in debatcentrum Arminius een column voorlezen.

Mijn column fungeerde als tegengeluid bij de andere column van die avond, voorgedragen door Tara Lewis. Zij betoogt dat het één en al journalistieke treurnis is in Rotterdam. Ik denk daar anders over.

De hel, dat is de redactie

Eerlijk is eerlijk: de jury van de Rotterdamse persprijs heeft er de afgelopen twee jaar alles aan gedaan om de journalistiek in Rotterdam in een kwaad daglicht te stellen. Eerst won een advertentiefuik over kakelverse quinoakorrels, en daarna een advertorial waar zelfs de weekendbijlage van NRC nog een puntje aan kan zuigen.

Dus inderdaad: als dát het beste is dat we kunnen, dan mag Tara – samen met al die oude bromberen van het Vrije Volk – haar depressie op dagelijkse basis verdrinken in de alcoholdoordesemde tranen van weleer.

Journalistieke prozac

Gelukkig is Tara – naast – ik citeer – een onderbetaalde tikgeit – ook onbewust onbekwaam op het vlak van statistiek. Want de persprijs en haar nominaties zijn n = 5 op een populatie van de vele duizenden journalistieke producties die jaarlijks in en over Rotterdam verschijnen.

Goed: veel van die duizenden artikelen stemmen weinig hoopvol. Om maar wat te noemen: sinds de Metro op gloedvolle wijze vijf redenen gaf waarom de Schiedamseweg dé nieuwe hotspot is van Rotterdam, weet ik zeker dat Job Halkes het pseudoniem is van een computer die automatisch clickbait maakt over willekeurige onderwerpen. What’s next: Beverwaard is de nieuwe negen straatjes?

En ook andere titels lijken inderdaad Tara’s observatie te staven: de journalistieke prozac van Gers, de wekelijkse kattenbakvulling van de Nieuwspeper, het volslagen onbegrijpelijke proza van Stadslog, de ‘Stem op Bert, zijn schilderij is het mooiste van het jaar!’-koppen van de Havenloods, de zoveelste tranentrekker die de kolommen van het Rotterdams Dagblad weet te bereiken, en de culturele reclamefolder die vroeger Bogue heette: wie wil, ziet enkel kommer en kwel.

Seriemoordenaar

En toch, tóch leven we in de best mogelijke tijden. Nee, we hebben geen vijf kranten meer over Rotterdam. En gelukkig maar. Want hoeveel gebeurt hier nou echt? De drie-eenheid Mark Hoogstad, Antti Liukku en Leon van Heel houdt dat voor het Rotterdams Dagblad al keurig op dagbasis in de gaten, plus dat de landelijke pers nog regelmatig langskomt in de haven, op het stadhuis en bij de onderwijsinstellingen.

Daarnaast, ja echt, maken journalisten nog altijd prachtige, verrassende en nieuwe producties over en in Rotterdam. Neem de nominatielijst van dit jaar voor de Persprijs. Ronald Buitelaar haalde met geld van het volk de onderste steen boven om een reconstructie van een gefaalde onderwijsfusie te maken, inclusief kamervragen. Of Margot Smolenaar, die op basis van eigen interesse eindelijk het grote verhaal over de seriemoordenaar van de Keilewerf schreef.

Samen met Jitske-Sophie Venema wist zelfs de piepjonge Eric Oosterom – ondanks dat karige tarief dat freelancers bij het AD krijgen en waar je nog beter burgers voor kunt gaan bakken onder een grote M op de Coolsingel – toch een onderzoeksverhaal op te tuigen.

Kolkende salpeterpoel

En dat is nog maar de top van de ijsberg. Want de wil om mooie verhalen te maken, die is er altijd. En getalenteerde mensen, die zijn er altijd. En juist nu, in de tijd dat iedereen zijn eigen medium kan zijn en informatie onbeperkt beschikbaar is, zijn er oneindig veel mogelijkheden om mooie verhalen te maken én te publiceren.

Nee, de enige echte bedreiging, dat zijn de sectiehoofden, chefs, hoofdredacteuren en andere tirannen die voor minimale kosten maximale hoeveelheden clicks en verkochte reclames willen scoren. Als Tara dus ergens haar woede op moet richten, dan is het op die – vaak oude, witte, cynische, vroeger-was-alles-beter-eske – bovenlaag die elke vorm van creativiteit en ontdekkingsdrang smoort in een kolkende salpeterpoel van hysterische deadlines, absurd lage vergoedingen en volslagen gebrek aan ambitie en onderscheidend vermogen.

Laten we onze woede dáárop richten, Tara. Wie weet wordt de Rotterdamse Persprijs 2017 dan een feest dat zijn weerga niet kent.

Geografische verspreiding van Inge als jongensnaam

Ik heet Inge. Wat een hel.

Geografische verspreiding van Inge als jongensnaam
Geografische verspreiding van Inge als jongensnaam

Het moet maar eens gedaan zijn: de definitieve uitleg over mijn naam. Het Wetenschapscafé in Rotterdam, waar ik maandelijks een column mag voordragen als opening van de avond, ging in april 2015 over smartengeld. Hoog tijd om eindelijk eens uit de doeken te doen waar mijn naam vandaan komt, wat dat met me doet en waarom ik recht heb op smartengeld van mijn ouders. Én van u. 

  • Een therapeutisch groepsgesprek starten voor mannen met een vrouwennaam? Neem contact op!

Vanavond heb ik voor u geen column, maar een pleidooi. Een vurig, intens en hartgrondig pleidooi voor de introductie van smartengeld. Hoe meer, des te beter. Ik hoop dan ook enorm dat de spreker van vanavond, Siewert Lindenbergh, mede door dit pleidooi besluit dat we nu écht werk moeten gaan maken van smartengeld.

Het zit zo.

Ik heet Inge. Inge ja. U weet wel, die meisjesnaam. Niet Inger. Niet Ingmar. Niet Ingo. Inge. Zo heet ik.

Inge is, op papier, een naam die voor beide geslachten kan. Maar in tegenstelling tot Anne, wat prima werkt voor mannen én vrouwen, is Inge een vrijwel onversneden meisjesnaam. Ik heb het even voor u opgezocht: er zijn in Nederland 90 mannen die Inge heten, tegenover 14.740 vrouwen met deze voornaam. De snelle hoofdrekenaar snapt het al: 0,6 procent van alle Inges is man.

En ik ben er daar één van.

Ik zal het u maar vertellen: dat is volop klote. En wel hierom. Werkelijk waar élke eerste ontmoeting met mensen verloopt gek. Dat gebeurt via 3 scenario’s.

1: de ander had al gehoord dat hij een Inge zou ontmoeten, stelt zich daarbij een vrouw voor, snapt niet dat ik Inge ben, gelooft het op een gegeven moment tóch, en denkt dan het pijnlijke moment op te kunnen lossen door ten koste van mij grappen te maken. Die grappen zijn altijd als volgt: variant 1 luidt ‘dachten je ouders dat je een meisje was?’ en variant 2 stelt ‘wilden je ouders liever een meisje?’, gevolgd door hard gelach en een blik alsof ze net de beste grap ooit verteld hebben.

2: de ander ontmoet mij voor het eerst, hoort mijn naam, vindt het vreemd en gaat dat vervolgens relativeren. Dat doen ze altijd door de volgende formule te zeggen: ‘ik ken ook een jongen die Anne heet’. Leuk voor je, maar daar heb ik echt niets aan. Anne is geen probleem. Inge wel.

3: de ander heeft wat autistische trekken en stelt mijn naam direct bij de eerste ontmoeting ter discussie, bijvoorbeeld door te stellen dat ik een gekke naam heb. Dat is altijd een geweldig begin van een ontmoeting, een persoon die mij binnen 10 seconden beledigt. Enorme aanrader.

En het gaat verder. Een naam, zo leert de ervaring, kan veel betekenen voor je reputatie. In mijn geval is het zo dat ik een ‘aparte’ naam heb. Veel mensen denken dan onwillekeurig dat ik ook wel een ‘aparte’ jongeman moet zijn. En omdat zij dat verwachten, ga ik me daar ook naar gedragen. Ik ben wie ik heet.

Wat ik dus wil, is smartengeld. Véél smartengeld. Ten eerste van mijn ouders, die dit onzalige plan verzonnen hebben. Van hen wil ik het meeste geld, vooral ook omdat de réden waarom ik Inge heet echt desastreus is. Mijn moeder heet namelijk Ina, maar wilde eigenlijk Inge heten. Toen zij erachter kwam dat Inge ook een jongensnaam kon zijn (maar niet snapte dat dat meer theorie dan praktijk is), projecteerde zij haar trauma op mij, haar jongste zoon. Ik ben dus vernoemd naar mijn moeder. En als u nu al denkt ‘wat erg voor Inge!’, dan heb ik slecht nieuws: het wordt nog erger. Mijn moeder heeft namelijk haar naam veranderd. In Inge. Ik heet hetzelfde als mijn moeder. Als ik haar bel, zegt zij ‘met Inge’, waarna ik zeg ‘met Inge’.

Wat een hel.

Maar ik wil ook smartengeld van iedereen die over mijn rug heen grappen maakt. Het liefst zou ik altijd een collectebus bij me hebben waar iedereen direct een euro in moet gooien die een grap maakt of een belediging uit. Geloof mij: aan het einde van het jaar zou ik met die collectebus de honger in Afrika kunnen oplossen en nog geld overhouden ook.

Goed. Natuurlijk snap ik dat dit type smartengeld er nooit komt. Eigenlijk komt mijn pleidooi daarom op het volgende neer: lieve, lieve bezoekers van het Wetenschapscafé, wilt u mij plechtig beloven om uw kinderen nooit, maar dan ook nooit een gekke naam te geven? Dat voorkomt dat we überhaupt over smartengeld hoeven te praten, zodat de heer Lindenbergh zijn tijd aan nuttigere zaken kan besteden.

Namens alle Inges die in de toekomst gewoon ‘Peter’ of ‘Bram’ gaan heten: dank u wel.

Denkcafé Arminius: ons menu in 2030

Columnist bij Denkcafé in Arminius: “Authentieke robots, authentiek genieten”

Denkcafé Arminius: ons menu in 2030
Denkcafé Arminius: ons menu in 2030

Eind januari mocht ik tijdens het Denkcafé, een maandelijkse avond in debatcentrum Arminius in Rotterdam, de column verzorgen. Het thema was ‘Ons menu in 2030‘ over de toekomst van ons eten. Een lastig onderwerp, maar gelukkig kreeg ik onverwachte hulp: van mezelf, maar dan uit 2030. De volledige column vind je hieronder.

Meer lezen

Columnist Denkcafé (beeld: Geertje van Achterberg)

Columnist bij Denkcafé in Arminius: was de dood maar onvermijdelijk

Columnist Denkcafé (beeld: Geertje van Achterberg)
Columnist Denkcafé (beeld: Geertje van Achterberg)

Het Denkcafé is een maandelijkse avond in Arminius, het Rotterdamse congres- en debatcentrum. Tijdens een Denkcafé staat een nieuw idee centraal waar voor- en tegenstanders hun uitleg en mening over geven. De editie van juni 2014 ging over ouderdom: hoe blijf je gelukkig als je steeds ouder wordt? Ik mocht via een column de opening verzorgen, waarin ik een dystopisch toekomstbeeld schetste van welke zorgen en problemen steeds ouder worden met zich mee kan nemen. 

Tijdens de avond doordrong professor en auteur Rudi Westendorp de bezoekers er vooral van om zich voor te bereiden op wat er gaat komen, terwijl arts en columnist Bert Keizer een pleidooi hield voor een waardig levenseinde. Bovendien liet videomaakster Janneke Geertsma enkele video’s zien uit haar serie ‘Wel oud, niet seniel’. De gespreksleider deze avond was Geert Maarse.

(column start op 3.00, de volledige tekst staat onder de video)

Meer lezen

Column Wetenschapscafé

Columnist Wetenschapscafé Rotterdam

Column Wetenschapscafé
Column Wetenschapscafé (Foto: R. M. Koppenol)

Al sinds 2004 vindt in Rotterdam maandelijks het Wetenschapscafé plaats, een laagdrempelige avond waarop befaamde wetenschappers vertellen over opzienbarend onderzoek. Sinds september 2013 ben ik de vaste columnist van het Wetenschapscafé. Mijn rol is om de avond te starten met een verhaal dat de bezoekers aan het denken zet. Dat doe ik meestal met humor, gekoppeld aan vragen die bij het publiek leven en verrassende manieren om naar het onderwerp te kijken.

De tekst van de septembereditie, waarop voormalig hoogleraar Jan Hoeijmakers vertelde over de relatie tussen voeding en levensverwachting, vind je hieronder.

Column tijdens DRAAD

Columnist bij de politieke talkshow DRAAD

Column tijdens DRAAD
Column tijdens DRAAD

Eind mei 2013 vond de eerste editie plaats van DRAAD, de politieke talkshow van Rotterdam. Deze maandelijkse avond bevat standaard een column, en ik trad deze avond op als columnist. Hiervoor schreef ik een column over het Stadsdestructief, en droeg deze op de avond zelf voor. De column is hieronder terug te zien vanaf minuut 42.

De column verscheen eerder in aangepaste vorm in het Rotterdams magazine Vers Beton, waarna ik deze herschreef voor DRAAD. De column kreeg on- en offline veel bijval, onder meer van de verantwoordelijke wethouder Louwes en gemeenteraadslid Jos Verveen.