Tag: Gebiedsontwikkeling

riek-bakker-co-verdaas-gebiedsontwikkeling.nu

Podcast ‘Gebiedsontwikkeling voor alle leeftijden’ #4: grote projecten met Riek Bakker en Co Verdaas

riek-bakker-co-verdaas-gebiedsontwikkeling.nuAls nieuwe bewoner van Kop van Zuid was een podcast maken met Riek Bakker, moeder alle grote gebiedsontwikkelingen, een groot voorrecht. Samen met hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas vertelt ze voor Gebiedsontwikkeling.nu hoe we ook nu nog grote projecten zoals Kop van Zuid of Leidsche Rijn kunnen realiseren.

(spoiler: it’s the participatie, stupid!)

Maar ook: waarom Vinex-wijken helemaal niet mislukt zijn, haar frustratie over wethouders, haar trucs om ambtenaren mee te krijgen, en haar gebruikersonderzoek vanuit een bakfiets.

Podcast ‘Gebiedsontwikkeling voor alle leeftijden’ #4: grote projecten met Riek Bakker en Co Verdaas

In de interviewserie ‘Gebiedsontwikkeling voor alle leeftijden’ bundelen een junior en een senior-expert hun krachten. Stedenbouwkundige Riek Bakker (de senior) en hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas (de junior) bespreken hoe in deze ingewikkelde tijden grote gebiedsontwikkelingen gerealiseerd moeten worden. “Neem van tevoren goed de tijd om te kijken waar de pijn zit.”

Met een cv waarop functies staan als Tweede Kamerlid, staatssecretaris en dijkgraaf wordt Co Verdaas niet vaak meer als junior van een gesprek beschouwd. Maar aan tafel met Riek Bakker, moeder van de gebiedsontwikkeling in Nederland, legt hij zich snel neer bij de rolverdeling. Dat is ook vanwege hun gezamenlijke voorgeschiedenis. “Mijn eerste baan was bij de gemeente Zwolle als creatief strateeg en projectleider. Riek was het externe geweten voor de stad en het bestuur. In je eerste baan met Riek aan de slag, mooier kan je start het niet zijn.” Kan Bakker de werkdagen met Verdaas zich ook nog zo goed herinneren? Lachend: “Nee, sorry. Dat is gewoon te lang weg.”

Help, ik ben nieuw

Bakker stond aan de wieg van grote gebiedsontwikkelingen als de Kop van Zuid in Rotterdam en Vinex-wijk Leidsche Rijn in Utrecht. Maar hoe krijg je zulke grote projecten in 2022 nog van de grond, met complicaties als versnipperd grondeigendom, tegenstrijdige belangen en meervoudige ruimteclaims?

“Begin zulke projecten met een hardgrondige analyse”, adviseert Bakker. “Hoe zit het politiek, bestuurlijk en ambtelijk. En wat vinden de mensen ervan? Ik heb geleerd dat je altijd met participatie aan de gang moet. Het is de enige manier om uit te vinden wat mensen willen. ‘Vertrouwen’ is het allerbelangrijkste woord bij dit soort projecten. Als de politiek aarzelt, maar je kunt oprecht vertellen dat je de bewoners al zover hebt dat ze het project graag willen, dan krijg je de politiek al een heel eind mee.”

Als je elkaar niet vertrouwt in een complex, langdurig gebeuren, dan gaat het gewoon niet lukken
— Hoogleraar Co Verdaas

Bakker vertelt hoe zij deze tactiek ook toepaste in haar eigen huis. Vanwege de ontwikkeling van de Kop van Zuid verhuisde zij naar Rotterdam. “Ik ontdekte al heel snel dat de mensen verbeelding nodig hadden. Ik had een heel groot huis in het centrum van de stad en veegde daarin een verdieping leeg. Aan de ene kant had ik een maquette staan, aan de andere kant een presentatiezaal met stoeltjes. Drie maanden lang heb ik mensen ontvangen. ‘Help, ik ben nieuw, ik ben een Amsterdammer. Zouden jullie mij willen helpen dit voor elkaar te krijgen?’”

Grotere ellende

Verdaas herkent het belang van participatie vanuit zijn eigen ervaringen in de gebiedsontwikkeling. “Riek benoemt heel veel lagen. De oprechtheid van: ik ben echt open en ik wil snappen hoe het hier zit. Dat is van een waarde voorbij de precieze programmering, de euro’s en de belangen. Je kan een prachtig ontwerp hebben, de beste professionals, geld in overvloed. Maar als je elkaar niet vertrouwt in zo’n complex, langdurig gebeuren, dan gaat het gewoon niet lukken.”

Bakker kent de scepsis over participatie. “Je zou kunnen denken: dat kost tijd en die tijd verliezen we dan. Maar sla je dit proces over, dan lukt een project niet of maar half. Of er begint halverwege gedoe.” De woningbouwcrisis is volgens haar een actueel thema waarin deze dynamiek terugkomt. “Het gaat er niet om: er zijn een miljoen woningen nodig, dus laten we Nederland volgooien. Het gaat erom woonmilieus te krijgen die op een goede plek staan, niet bijten met alle andere problemen die we moeten oplossen, en ervoor zorgen dat mensen kunnen kiezen waar en hoe ze willen wonen. Daar mag je er best een beetje tijd in stoppen om dat voor elkaar te krijgen. Want lukt het niet, dan heb je een veel grotere ellende.”

Als we zulke grote aantallen woningen moeten maken, doe het weer groots
— Stedenbouwkundige Riek Bakker

Als hoogleraar gebiedsontwikkeling krijgt Verdaas vaak de vraag van professionals hoe zij voor dat vertrouwen kunnen zorgen in een (grote) gebiedsontwikkeling. Ondanks al zijn ervaring moet hij het antwoord schuldig blijven. Er is namelijk geen vast recept voor. “Dat is het fascinerende en meteen ook ingewikkelde van ons vakgebied. Ik denk dat gebiedsontwikkeling mensen aantrekt die als ze volgens een handboek twee keer exact hetzelfde moeten doen, gillend gek worden. Het is elke dag opnieuw kijken. Je kan heel veel leren van ervaring, maar als je denkt ‘die aanpak kunnen we kopiëren’, dan ga je de bietenbrug op.”

Breien op een klein stukkie

Afgelopen november kwam ‘De ruimte van Riek’ uit, een boek waarin ze terug- en vooruitkijkt op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en haar rol daarin. Zijn er in al haar jaren ook projecten of wijken geweest waar ze aan heeft gewerkt waar Bakker met minder trots op terugkijkt? “Bloemkoolwijken. Daar denk je nu van: jeetje, wat hebben we gedaan? Gelukkig zijn die niet op zulke grote schaal gebouwd en zijn die wel te repareren. Het is geen drama.”

De Utrechtse Vinex-wijk Leidsche Rijn beschouwt ze juist als een van de hoogtepunten van haar oeuvre. De negatieve blik waarmee er vaak naar Vinex-wijken wordt gekeken, snapt ze dan ook totaal niet. “Als we zulke grote aantallen woningen moeten maken, doe het weer groots. Ga niet zitten breien op een klein stukkie. Bouw pak hem beet 30 duizend woningen op een goede plek. Neem de tijd ervoor en doe het goed. Dan ben je veel beter af dan met al die kleine plakplaatjes.”

Stedenbouwkundige Riek Bakker (1944) was onder meer directeur Stadsontwikkeling, Stedenbouw en Volkshuisvesting van de gemeente Rotterdam. Ook was zij hoogleraar stedenbouwkunde aan de TU Eindhoven. Bakker is vooral bekend vanwege haar werk aan de Kop van Zuid (Rotterdam) en Leidsche Rijn (Utrecht). In 2021 verscheen haar biografie ‘De ruimte van Riek’ (lees hier onze recensie).

Hoogleraar en dijkgraaf Co Verdaas (1966) was als politicus onder meer gedeputeerde in Gelderland, Tweede Kamerlid en staatssecretaris. Tegenwoordig is hij hoogleraar Gebiedsontwikkeling bij de TU Delft en dijkgraaf in het waterschap Rivierenland. Verdaas publiceert ook regelmatig op Gebiedsontwikkeling.nu.

Rijksbouwmeester Francesco Veenstra: “We moeten moeilijke keuzes maken, en die gaan ook pijn doen”

Foto door Arenda Oomen / College voor Rijksadviseurs

Francesco Veenstra is sinds september de nieuwe Rijksbouwmeester. Voor Gebiedsontwikkeling.nu spraken mijn collega-hoofdredacteur Joost Zonneveld en ik hem. De komende jaren wil hij verbinden en de horizon naar de volgende eeuw verleggen, maar vooral kwaliteit vooropstellen in gebiedsontwikkeling. “De ondergrenzen die we hanteren zijn veel te laag.”

Als architect kijk je vooral naar gebouwen. Hoe kijk je als Rijksbouwmeester naar gebiedsontwikkeling?

Mijn link met gebiedsontwikkeling is meerledig. In het ‘nu’ werk ik samen met twee Rijksadviseurs, Jannemarie de Jonge en Wouter Veldhuis. Zij beslaan de disciplines waar ik minder bekend mee ben: Jannemarie voor landschap, Wouter voor stedenbouw. Een voorwaarde voor mij om de functie van Rijksbouwmeester aan te nemen, was dat binnen het College van Rijksadviseurs deze drie disciplines intensiever samenwerken. Daar geloven wij alle drie in. We moeten werken op een integrerende manier waarbij alle disciplines samenkomen en op de één of andere manier even belangrijk zijn. Wat draagt elke discipline bij aan de ontwikkeling van een gebied, regio of de schaal van het hele land?

En wat is je link met gebiedsontwikkeling in het ‘toen’?

Als afstudeerproject op de Academie van Bouwkunst in Rotterdam deed ik samen met medestudent en vriend Gerrit Schilder de gebiedsontwikkeling van Rotterdam Centraal. Wij hebben naar het gebied als geheel gekeken en de leegte tussen de gebouwen ontworpen, als tegenwicht voor het architectuurgeweld en de projectontwikkeling die toen centraal stonden in gebiedsontwikkeling. Ik geloof erin dat architectuur ondersteunend is voor een gebied. Belangrijker zijn goede ordening en juiste programmering. En zo kijk ik nog steeds naar gebiedsontwikkeling.

Wat is een voorbeeld van een gebiedsontwikkeling in Nederland waar dat goed geslaagd is?

Ik heb zelf gewerkt aan de Spoorzone in Delft, waarbij het viaduct uit de jaren ‘60 is vervangen door ondergrondse spoorwegen. Dat heeft een enorme verbetering van de leefomgeving opgeleverd voor de mensen die er al woonden, maar ook veel nieuwe woningen bovenop het tracé, in combinatie met allerlei verkeersstromen, boven- en ondergronds, én de realisatie van een grote, groene buitenruimte.

Ik wil binnen het ruimtelijke vraagstuk echt inzetten op maatschappelijke thema’s

Slim nadenken over je grondgebruik is één. Een ander belangrijk aspect is de moed, de durf om een heel grote investering te doen die zich niet op een korte termijn terugverdient, maar wel op de lange termijn. Daarvan zijn Spoorzone Delft en de Groene Loper in Maastricht goede voorbeelden. Dit soort investeringen in de gebouwde omgeving is een vorm van solidariteit met toekomstige generaties.

En een voorbeeld van hoe we het echt niet meer moeten doen?

Dichtbij huis noem ik dan het Rivium bij Rotterdam. Dat is een monofunctioneel bedrijventerrein met alleen maar treurige kantoorgebouwen. Er is in de jaren negentig in vijf, zes jaar tijd enorm ontwikkeld met super lage kwaliteit bebouwing, zowel in de architectuur als in het gebruik. Aan de randen van de Binckhorst in Den Haag zie je dat ook. Het probleem is dat je die gebouwen nauwelijks goed kan transformeren, omdat ze zo goedkoop gebouwd zijn en enkel zeer middelmatige kantooromgevingen toestaan. Als ik even moeite doe, dan kan ik zo nog twintig, dertig van zulke locaties in Nederland aanwijzen. Het tijdperk dat we zulke gebieden ontwikkelen en gebouwen bouwen is echt voorbij.

Bij je voorganger, Floris Alkemade, waren maatschappelijke thema’s leidend voor de oplossing van ruimtelijke opgaven. Wat kunnen we van jou verwachten?

Ik wil binnen het ruimtelijke vraagstuk echt inzetten op maatschappelijke thema’s. Cruciaal daarin is de enorme stapeling aan ruimteclaims. We weten nu al dat we geen ruimte hebben om die allemaal een plek te geven. Dat betekent dat we beslissingen moeten nemen over waar we voorrang geven aan welk gebruik van de schaarse ruimte. Die beslissingen zullen niet makkelijk zijn.

Dit soort investeringen in de gebouwde omgeving is een vorm van solidariteit met toekomstige generaties

Het risico dat we lopen – en dat is hoe het tot op heden altijd is gegaan omdat er ruimte beschikbaar was – is dat we ons de consequenties van gebouwen als interventies op de ruimte niet realiseren. Of het nou een snelweg, een energiestructuur of een Vinex-wijk is. Het spoor in Delft is daar een perfect voorbeeld van; het in de jaren ‘60 aanleggen van een bovengronds viaduct dwars door een voor- en naoorlogs binnenstedelijk gebied en een historisch centrum. We realiseerden ons toen niet dat dat vijftig jaar later niet meer houdbaar zou zijn.

Het nadenken van Jannemarie, Wouter en mij gieten we in een werkprogramma; een programma als agenda voor de komende jaren, voortbordurend op de fundamenten van het vorige College van Rijksadviseurs. We moeten keihard aan de slag met die agenda. Wij stellen dus vooral de vraag: wat wij nu doen, is dat ook een verbetering in de toekomst, of helpt dat ons alleen maar in het hier en nu? Is het antwoord nee, dan moet er iets anders komen om tot een volhoudbare oplossing te komen.

Een lastig punt is dat het College van Rijksadviseurs geen dwingend mandaat heeft. Hoe hard sla je met je vuist op tafel om adviezen realiteit te laten worden?

Ik geloof in samenwerking om perspectieven samen te brengen in een gedeeld en meervoudig perspectief. Concreet betekent dit dat ik niet alleen met de politiek in Den Haag praat, maar ook met de ambtenaren die het beleid ontwikkelen, met kennisinstituten, bedrijven, het onderwijs, met boeren en natuurlijk met burgers. Ik wil snappen welke belangen zij verdedigen en welke doelstellingen zij hebben, voor nu en later. Het is de kunst om al die belangen samen te brengen. Ik geloof daarbij dat al die belangen veel dichter bij elkaar liggen dan hoe dit wordt uitvergroot in de media. Uit die samenwerkingsvorm moeten grondige adviezen komen die op draagvlak kunnen rekenen van de beleidsmakers.

Je wilt polderen?

Nee, dit is niet polderen, dat klinkt vooral als dealen. Het gaat mij om oprechte vragen. Waar zit je mee? Wat heb je nodig? En wat staat je in de weg? Vaak hoor ik zorgen over dat het anders wordt, over verlies en angst het onbekende. Als ruimtelijk ontwerpers hebben we hiervoor het instrument van de verbeelding, waarmee we een toekomstbeeld kunnen schetsen en we mensen een verhaal kunnen meegeven waar ze blij van worden. Daar hebben we hier in Nederland veel te weinig van, een verhaal waar mensen ook echt trots op kunnen zijn.

Is er een ruimtelijke opgave waarvan je zegt: daar moeten we nu mee aan de slag?

Nee, die is er niet, omdat alle ruimtelijke vraagstukken op dit moment voorrang hebben. Of het nu gaat om het klimaat, energie, mobiliteit, economie, landbouw of water: de opgaven waarvoor we staan zijn groot. De noodzakelijke maatregelen raken alle facetten van ons land: waar we wonen, werken en recreëren, hoe we energie opwekken en ons verplaatsen, welk voedsel we verbouwen en waar de natuur ruimte krijgt. En dat alles in een land dat uit zijn voegen barst: alle claims en eisen passen simpelweg niet meer, we zullen anders met onze ruimte om moeten gaan.

Onze werkslogan is ‘De 22e eeuw begint vandaag’

Om op al die vragen een antwoord te geven, moeten we ver vooruitkijken, misschien wel een eeuw vooruit. Dat maakt het mogelijk om te achterhalen wat we nu moeten doen, en vooral: wat we nu níet moeten doen. Onze werkslogan is ‘De 22e eeuw begint vandaag’. Omdat we er in geloven dat iedere interventie nu – woningen bouwen, wegen verbreden en zonneparken aanleggen – enorme impact heeft over een veel langere periode dan we ons kunnen voorstellen.

We willen daarom gesprekken initiëren in zogenoemde toekomstateliers. Die ateliers geven ons de mogelijkheid integrerend naar scenario’s te kijken. Hoe verdienen we over honderd jaar ons geld? Wat eten we over honderd jaar? Hoe verplaatsen we ons? Hoe gaan we om met werk? Hoe gaan we om met recreatie? Hoe gaan we om met data, met energie? Het zijn allemaal aspecten die betrekking hebben op ons leven, maar ze hebben een voor een hun weerslag op de ruimte om ons heen. Die scenario’s kunnen ons tot denken aanzetten en ook keuzes beïnvloeden in waar wel of niet gaan bouwen. Is het nog verstandig om in de Randstad te bouwen, of moeten we eigenlijk al verplaatsen richting wat we tegenwoordig nog krimpregio’s noemen? Misschien ontstaan er wel enorme groeiregio’s langs de Nederlands-Duitse grens, omdat dat de hoger geleden gebieden in Nederland zijn.

Floris Alkemade zal de boeken ingaan als de man die streed tegen de verrommeling van het landschap. Hoe hoop je dat mensen na je Rijksbouwmeesterschap op jou zullen terugkijken?

In mijn team heb ik dit net besproken: wat willen we nou eigenlijk bereiken? We voelen dat we in een kantelmoment zitten waarin klimaatverandering als belangrijk onderwerp op de agenda staat van alle wereldleiders. Dat kantelpunt moeten we gebruiken om een transitie in ons systeem op gang te brengen. Dus als ik over een aantal jaar klaar ben met de klus en deze doorgeef aan anderen, dan mogen mensen mij herinneren als iemand die mee heeft geholpen om betere condities te creëren waarbinnen gebiedsontwikkelingen plaatsvinden, woningen worden neergezet. Dat is één.

Mensen mogen mij ook herinneren als iemand die oprecht de verbinding maakt met verschillende groepen in onze samenleving. Mensen hebben zorgen waar oprechte aandacht voor moet zijn. Daarover ga ik graag met mensen in gesprek, als gelijke gesprekspartner. Naast Rijksbouwmeester ben ik namelijk ook gewoon een burger. Gelukkig wel een optimistische burger. Dat helpt me in mijn nieuwe rol.

Wat betekent die opstelling concreet?

Wij moeten absoluut verder met allerlei vraagstukken rondom de energietransitie, de woningbouwopgave die natuurlijk een enorme klap heeft gehad door het tekort aan productie tijdens de financiële crisis, nieuwe energiehoofdstructuren die er komen, de mobiliteitsvraagstukken die er liggen. Dus wel of niet vergroten van het OV-netwerk, wel of niet verkleinen van het automobiliteitsnetwerk. Vraagstukken rondom stad versus platteland. Waar gaan we bouwen? Is het acceptabel om toch een deel van de groene ruimte in te zetten voor bebouwing? En dan hebben we het altijd over woningen, terwijl in de kantlijn van alle discussies distributiedozen gewoon op weilanden worden gezet, en waar nauwelijks over wordt gesproken. In al die ruimtelijke keuzes moeten wij de moeilijke keuzes maken, en die gaan ook pijn doen.

Wat is zo’n pijnlijke keuze?

Misschien vinden we wel dat er minder nieuwe snelwegen moeten komen. Dat vinden heel veel mensen natuurlijk niet leuk. Maar jaarlijks maken we 120 miljard autokilometers in Nederland. Dat heeft op heel veel verschillende manieren impact op ons dagelijks leven. In Rotterdam, waar ik woon, heeft de auto altijd voorrang op al het andere verkeer. Als je daar goed bij stilstaat is dat best bizar. Je ziet dat Amsterdam langzaamaan een transitie maakt door duizenden parkeerplaatsen uit de binnenstad te halen en door autowegen om te zetten in fietspaden. Dat wordt de toekomst, alleen wil nog niet iedereen aan dat idee wennen.

Autowegen omzetten in fietspaden is de toekomst, alleen wil nog niet iedereen aan dat idee wennen

Ik ga daar zelf ook last van hebben. Ik ben een fervent autorijder en zit niet vaak in de trein. Ook ik moet dus inleveren. Tegelijkertijd woon ik zelf vlakbij de A13, dus inleveren op automobiliteit levert mij zelf ook voordelen in leefbaarheid.

Heb je ook ideologische zaken die je pijn doen?

In een land als Nederland, waar we het hoogste welvaartsniveau van de wereld hebben, moeten we het streven naar de hoogst mogelijke kwaliteit altijd centraal stellen. Maar dat is nog niet vanzelfsprekend, of het nou gaat om de verbouwing van het Binnenhof, de verbreding van de A2 of de inpassing van distributiecentra in het landschap. Kwaliteit is meestal niet het vertrekpunt voor de keuzes die wij maken. Terwijl we wel de middelen hebben om dat te doen. De ondergrenzen die we nu hanteren zijn veel te laag, en de ambities die we hebben te klein. Als Rijksbouwmeester zal ik me inzetten om dat op te krikken.

Header GO Column

Column: Stop de hocus pocus van futurologen

Header GO ColumnVoor mijn werk als adjunct-hoofdredacteur bij Gebiedsontwikkeling.nu schrijf ik onder meer eens per drie maanden een column. De maart-editie bleek zo geproduceerd, want ik was – laat ik het rustig zeggen – geïrriteerd. “Futuroloog Richard van Hooijdonk zou het publiek mentaal opschudden en prepareren voor de 21e eeuw, met een blik in de technologische en maatschappelijke revolutie die eraan zit te komen. Nooit eerder hoorde ik zoveel onzin bij elkaar.”

Het bericht hierover leverde op LinkedIn – laat ik zeggen – wisselende reacties op. Sommigen waren blij dat ik deze zelfverklaarde beroepsgroep analyseerde (“Staande ovatie, Inge. Vinger op de enorm zere plek”), anderen plaatsten er hun vraagtekens bij (“Als het te moeilijk voor je is hou je er dan gewoon buiten en richt je op thema’s die duidelijk zijn zoals postzegelverzamelingen.”). Al met al een prima score!

Meer lezen

go-podcast-1-ontwerpendonderzoek.2e16d0ba.fill-890x360

Podcast ‘Gebiedsontwikkeling voor alle leeftijden’ #1: junior en senior over ontwerpend onderzoek

go-podcast-1-ontwerpendonderzoek.2e16d0ba.fill-890x360

Dit vind ik heel serieus leuk om gemaakt te hebben: de allereerste podcast voor Gebiedsontwikkeling.nu, waarin ik met Jeroen de Willigen (De Zwarte Hond) en Hedwig van der Linden (TU Delft) praat over ontwerpend onderzoek – en wat jong en oud daarbij van elkaar kunnen leren. De podcast beluisteren kan via de link hieronder.

‘Gebiedsontwikkeling voor alle leeftijden’ is onze nieuwe podcast. In de eerste editie praten we over de rol van ontwerpend onderzoek voor toekomstbestendige gebiedsontwikkeling. Junior Hedwig van der Linden (TU Delft) en senior Jeroen de Willigen (creatief directeur De Zwarte Hond en stadsbouwmeester gemeente Groningen) bespreken aan de hand van eigen ervaring dit onderwerp, begeleid door adjunct-hoofdredacteur Inge Janse.

In ‘Gebiedsontwikkeling voor alle leeftijden’ bespreken we een actueel onderwerp binnen gebiedsontwikkeling met een junior én senior expert. Wat kunnen zij van elkaar leren, en hoe kunnen zij de praktijk daarmee verder helpen?

Het uitgeschreven interview vind je op Gebiedsontwikkeling.nu en onder de podcast.

Meer lezen

Hoogleraar Co Verdaas over gebiedsontwikkeling: “Toenemende complexiteit vraagt om nieuwe kennis”

Na ruim een jaar werk voor Gebiedsontwikkeling.nu heb ik – eindelijk! – mijn eerste artikel gepubliceerd 🙂 Samen met mijn collega-hoofdredacteur Simon Kooistra interviewde ik voor de Gebiedsontwikkeling 2GO-krant en de website Tom Daamen en Co Verdaas, de nieuwe directeur en hoogleraar van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling bij de Technische Universiteit Delft.

Mijn favoriete citaat is van Verdaas, want ik hou van serieuze ambities. “Ik vind het de verantwoordelijkheid van onze leerstoel om over impliciete aannames onder gebiedsontwikkeling na te denken. Hoe ziet de wereld eruit als die wegvallen? Denk je daar niet over na, dan overkomt het je. Juist ons vakgebied moet de nieuwe werkelijkheid doorgronden en mee helpen vormen. Dat roept weerstand op, maar daarvoor moet je niet wegduiken. Anders blijf je altijd in hetzelfde kringetje ronddraaien.”

Meer lezen

go.nu-screenshot

Adjunct-hoofdredacteur nieuws- en kennisplatform Gebiedsontwikkeling.nu

go.nu-screenshotVoor het journalistieke platform Gebiedsontwikkeling.nu (een kennisnetwerk voor professionals in gebiedsontwikkeling van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling en de TU Delft) werk ik als adjunct-hoofdredacteur. Ik help de organisatie om de titel goed neer te zetten en het bereik van de artikelen te optimaliseren. Deze functie volgt uit mijn eerdere werk voor de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling als journalistiek adviseur en strateeg.

Werkzaamheden bestaan onder meer uit:

  • redactionele koers bepalen (samen met de hoofdredacteur) en realiseren (verhalen verzinnen en (laten) schrijven, thema’s agenderen en claimen)
  • meedraaien bij stichting & redactie (bestaande uit medewerkers en student-assistenten)
  • begeleiden van auteurs (zowel op grote lijnen als gedetailleerde eindredactie)
  • statistieken analyseren (website, nieuwsbrief en social media) en vertalen naar acties (afhaakmomenten aanpakken, onbenutte kansen vinden)
  • gebruiksvriendelijkheid van de website verbeteren (menu-indeling, artikelopmaak, naamgeving items)
  • begeleiden developers (voor realisatie technische verbeteringen)
  • bereik vergroten (zoekmachineoptimalisatie, strategie social media, verbeteringen nieuwsbrief, opname Google News, automatische distributie artikelen)
  • journalistieke niveau verhogen (betere koppen en intro’s, tips voor artikelindeling, contentkalender, workshops geven)
  • profiel versterken (ontwikkeling tagline, duidelijke missie en visie)

Mede door deze acties is het bereik van Gebiedsontwikkeling.nu in enkele maanden met tientallen procenten gestegen.

Gebiedsontwikkeling.nu - logo

Gebiedsontwikkeling.nu: journalistiek advies & strategie

Gebiedsontwikkeling.nu - logoVoor het journalistieke platform Gebiedsontwikkeling.nu (een kennisnetwerk voor professionals in gebiedsontwikkeling) werk ik sinds dit jaar als adviseur en strateeg journalistiek. Ik help de organisatie om de titel goed neer te zetten en het bereik van de artikelen te optimaliseren.

Ik doe dat onder meer door

  • statistieken te analyseren (website en de nieuwsbrief) en te vertalen naar acties (afhaakmomenten aanpakken, onbenutte kansen vinden)
  • de gebruiksvriendelijkheid van de website te verbeteren (menu-indeling, artikelopmaak, naamgeving items)
  • het bereik te vergroten (strategie social media, verbeteringen nieuwsbrief, opname Google News, automatische distributie artikelen)
  • het journalistieke niveau te verhogen (betere koppen en intro’s, tips voor artikelindeling, contentkalender)
  • het profiel te versterken (ontwikkeling tagline, duidelijke missie en visie)

Ook op zoek naar journalistieke ondersteuning voor een medium, platform of titel?