Tag: Wetenschapscafé

Geografische verspreiding van Inge als jongensnaam

Ik heet Inge. Wat een hel.

Geografische verspreiding van Inge als jongensnaam
Geografische verspreiding van Inge als jongensnaam

Het moet maar eens gedaan zijn: de definitieve uitleg over mijn naam. Het Wetenschapscafé in Rotterdam, waar ik maandelijks een column mag voordragen als opening van de avond, ging in april 2015 over smartengeld. Hoog tijd om eindelijk eens uit de doeken te doen waar mijn naam vandaan komt, wat dat met me doet en waarom ik recht heb op smartengeld van mijn ouders. Én van u. 

  • Een therapeutisch groepsgesprek starten voor mannen met een vrouwennaam? Neem contact op!

Vanavond heb ik voor u geen column, maar een pleidooi. Een vurig, intens en hartgrondig pleidooi voor de introductie van smartengeld. Hoe meer, des te beter. Ik hoop dan ook enorm dat de spreker van vanavond, Siewert Lindenbergh, mede door dit pleidooi besluit dat we nu écht werk moeten gaan maken van smartengeld.

Het zit zo.

Ik heet Inge. Inge ja. U weet wel, die meisjesnaam. Niet Inger. Niet Ingmar. Niet Ingo. Inge. Zo heet ik.

Inge is, op papier, een naam die voor beide geslachten kan. Maar in tegenstelling tot Anne, wat prima werkt voor mannen én vrouwen, is Inge een vrijwel onversneden meisjesnaam. Ik heb het even voor u opgezocht: er zijn in Nederland 90 mannen die Inge heten, tegenover 14.740 vrouwen met deze voornaam. De snelle hoofdrekenaar snapt het al: 0,6 procent van alle Inges is man.

En ik ben er daar één van.

Ik zal het u maar vertellen: dat is volop klote. En wel hierom. Werkelijk waar élke eerste ontmoeting met mensen verloopt gek. Dat gebeurt via 3 scenario’s.

1: de ander had al gehoord dat hij een Inge zou ontmoeten, stelt zich daarbij een vrouw voor, snapt niet dat ik Inge ben, gelooft het op een gegeven moment tóch, en denkt dan het pijnlijke moment op te kunnen lossen door ten koste van mij grappen te maken. Die grappen zijn altijd als volgt: variant 1 luidt ‘dachten je ouders dat je een meisje was?’ en variant 2 stelt ‘wilden je ouders liever een meisje?’, gevolgd door hard gelach en een blik alsof ze net de beste grap ooit verteld hebben.

2: de ander ontmoet mij voor het eerst, hoort mijn naam, vindt het vreemd en gaat dat vervolgens relativeren. Dat doen ze altijd door de volgende formule te zeggen: ‘ik ken ook een jongen die Anne heet’. Leuk voor je, maar daar heb ik echt niets aan. Anne is geen probleem. Inge wel.

3: de ander heeft wat autistische trekken en stelt mijn naam direct bij de eerste ontmoeting ter discussie, bijvoorbeeld door te stellen dat ik een gekke naam heb. Dat is altijd een geweldig begin van een ontmoeting, een persoon die mij binnen 10 seconden beledigt. Enorme aanrader.

En het gaat verder. Een naam, zo leert de ervaring, kan veel betekenen voor je reputatie. In mijn geval is het zo dat ik een ‘aparte’ naam heb. Veel mensen denken dan onwillekeurig dat ik ook wel een ‘aparte’ jongeman moet zijn. En omdat zij dat verwachten, ga ik me daar ook naar gedragen. Ik ben wie ik heet.

Wat ik dus wil, is smartengeld. Véél smartengeld. Ten eerste van mijn ouders, die dit onzalige plan verzonnen hebben. Van hen wil ik het meeste geld, vooral ook omdat de réden waarom ik Inge heet echt desastreus is. Mijn moeder heet namelijk Ina, maar wilde eigenlijk Inge heten. Toen zij erachter kwam dat Inge ook een jongensnaam kon zijn (maar niet snapte dat dat meer theorie dan praktijk is), projecteerde zij haar trauma op mij, haar jongste zoon. Ik ben dus vernoemd naar mijn moeder. En als u nu al denkt ‘wat erg voor Inge!’, dan heb ik slecht nieuws: het wordt nog erger. Mijn moeder heeft namelijk haar naam veranderd. In Inge. Ik heet hetzelfde als mijn moeder. Als ik haar bel, zegt zij ‘met Inge’, waarna ik zeg ‘met Inge’.

Wat een hel.

Maar ik wil ook smartengeld van iedereen die over mijn rug heen grappen maakt. Het liefst zou ik altijd een collectebus bij me hebben waar iedereen direct een euro in moet gooien die een grap maakt of een belediging uit. Geloof mij: aan het einde van het jaar zou ik met die collectebus de honger in Afrika kunnen oplossen en nog geld overhouden ook.

Goed. Natuurlijk snap ik dat dit type smartengeld er nooit komt. Eigenlijk komt mijn pleidooi daarom op het volgende neer: lieve, lieve bezoekers van het Wetenschapscafé, wilt u mij plechtig beloven om uw kinderen nooit, maar dan ook nooit een gekke naam te geven? Dat voorkomt dat we überhaupt over smartengeld hoeven te praten, zodat de heer Lindenbergh zijn tijd aan nuttigere zaken kan besteden.

Namens alle Inges die in de toekomst gewoon ‘Peter’ of ‘Bram’ gaan heten: dank u wel.

Column Wetenschapscafé

Columnist Wetenschapscafé Rotterdam

Column Wetenschapscafé
Column Wetenschapscafé (Foto: R. M. Koppenol)

Al sinds 2004 vindt in Rotterdam maandelijks het Wetenschapscafé plaats, een laagdrempelige avond waarop befaamde wetenschappers vertellen over opzienbarend onderzoek. Sinds september 2013 ben ik de vaste columnist van het Wetenschapscafé. Mijn rol is om de avond te starten met een verhaal dat de bezoekers aan het denken zet. Dat doe ik meestal met humor, gekoppeld aan vragen die bij het publiek leven en verrassende manieren om naar het onderwerp te kijken.

De tekst van de septembereditie, waarop voormalig hoogleraar Jan Hoeijmakers vertelde over de relatie tussen voeding en levensverwachting, vind je hieronder.