De vorst, de koningin en de prins: het sprookje van de groene haven

rotterdam-energy-port-2019Deze column sprak ik uit tijdens het Rotterdam Energy Port 2019-congres, als inleiding op de middag. Het goede nieuws: veel aanwezigen her- en erkenden de noodzaak tot versnelling. Het slechte nieuws: de column is nog steeds nodig.

Er zijn eens, in een haven hier heel dichtbij, in een toekomst niet eens heel ver weg, een vorst, een koningin en een prins. Samen zitten ze op de rand van een schoorsteen die dertig jaar geleden nog bij een kolencentrale hoorde. Met hun voeten peddelen ze in het water. Zover hun ogen reiken, strekt de Noordoceaan zich uit.

De drie kijken zwijgend om zich heen. Enkel het klotsen van de golven tegen de schoorsteen van die goeie ouwe kolencentrale verstoort de rust.

“Maar ik ben er nog!”, schreeuwt de vorst opeens. Met grote ogen, hoopvol, enthousiast, kijkt hij zijn twee lotgenoten aan. Hij draagt een op maat gesneden pak van briefgeld, vooral Chinese en Amerikaanse valuta. De zwarte bolhoed is gevouwen uit toegezegde subsidiecontracten van de Europese Unie voor duurzame innovaties. Voor zijn comfort zit hij op een vuistdik rapport. ‘Op weg naar een CO2-vrij 2050’, heet het, geschreven door een anonieme auteur van een goedbetaald consultancybureau. Op de voorkant van de roadmap prijken twee handen die liefdevol een wereldbol beethouden. “Ik gaf nooit toe aan de eisen van de maatschappij, noch die van de overheid, noch van milieuorganisaties. Ik diende mijn aandeelhouders, aanbad het level playing field, hield vijanden op afstand met het monster van carbon leakage, en perste het maximale uit mijn fossiele assets. Daarom ben ik er nog!” De vorst houdt zijn hand boven zijn ogen en kijkt oostwaarts. Daar, ver weg, in het voormalige Pernis, ziet hij de twee hoogste schoorstenen van een raffinaderij werkeloos boven het wateroppervlak komen. “Ik ben er nog, toch?”

“Ja, jij bent er nog, en ik ook”, mompelt de koningin. Zij mijdt de vragende blik van vorst, staart afwezig naar het water, roert er gedachteloos met een vinger doorheen. “Maar vraag me niet hoe.” De koningin draagt een indrukwekkend grote jurk van aan elkaar geregen stembiljetten die ongeldig zijn verklaard. Op kunstige wijze heeft ze uit twee edities van de grondwet van Thorbecke elegante muiltjes gesneden, die langzaam uit elkaar vallen door onderdompeling in het zeewater. Ze richt haar blik naar het noorden, waar ooit de hoogbouw van Den Haag zichtbaar was. “Het leek me zo’n goed plan: consequentieloze groei, geen pijn voor de burger, ruimte voor de industrie, en hier en daar, in de marge, wat gerommel met warmtepompen, zonnecollectoren en windmolens. Have the cake and eat the cake!, dacht ik. Iedereen tevreden, iedereen blij.” Ze valt even stil. Zucht. “Totdat het waterpeil opeens serieus begon te stijgen. Daar viel geen dijk tegenop te bouwen.” De koningin laat haar hoofd met weemoed zakken. “Wist ik veel dat ik als overheid échte keuzes moest maken.”

Een zeemeeuw krijst. In de verte drijft het rottende karkas van een walvis over de immense Noordoceaan. De groen overwoekerde wieken van een enorm windmolenpark staan lijdzaam stil. Her en der dobberen olievaten.

Dan, gemompel, nét te zacht om te verstaan. Het is afkomstig van de prins. “Wat zeg je, liefje?”, vraagt de koningin bemoedigend aan de prins. “Schroom niet, ik hoor graag je stem.” Schuifelend, weifelend zit de jonge prins op de rand van de schoorsteen, gekleed in een warme jas van in elkaar geperste oproepen tot stakingen op het Malieveld, variërend van ‘Alleen een oen gaat pas na zijn 70e met pensioen’ tot ‘Tot hier en niet verder; waar is de plek voor de schaapsherder?’ “Zo had ik het ook niet bedoeld”, horen de vorst en de koningin hem dan schuchter zeggen. De prins durft zijn hoofd iets op te richten en kijkt de andere twee vluchtig aan. “Ik bedoel, met mij ging het goed. Ik wilde wel meer betalen voor vlees, benzine, plastic en elektriciteit. Maar met ons, met óns ging het slecht! Bij elke keuze lag de woedende mening van Twitter en Facebook op de loer! Dus ook ik was tegen verandering. Verduurzaming, prima, maar niet ten koste van ons.” Stilte. Geschraap van de keel. Gestotter. “En en en…en niet ten koste van mij.”

Normaal zou in een sprookje nu de grote held het verhaal binnen komen. Hij of zij zou het water laten dalen, het drietal meenemen naar een paradijselijk groen eiland, of van de grote overstroming juist een kans maken. En ze leefden nog lang en duurzaam!

Maar nee. Zo zit het niet in dit verhaal, en zo zit het niet in Rotterdam. Ten minste, nú nog niet. Daarom hoop ik dat vandaag, op dit congres, in deze stad, een held opstaat. Een vorst à la Elon Musk of – dichter bij huis – DSM-topman Feike Sijbesma die de industrie radicaal verandert, in weerwil van aandeelhouders, carbon leakage en level playing fields. Een koningin die de overheid op sleeptouw neemt en de grote keuzes durft te maken, ongeacht de tegenstand en electorale gevolgen op de korte termijn. Of een prins die de maatschappij meekrijgt om de consequenties te willen dragen voor haar welvaart en privileges.

Succes vandaag met het vinden van zo’n held. Mocht dat lukken, dan kom ik volgend jaar graag terug met een nieuwe versie van dit sprookje, inclusief een happy end. En zo niet, dan zien we elkaar vanzelf op de schoorsteen van de kolencentrale. Aan u de keuze waar u mij liever weer spreekt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *