Column Groene conferentie 2019: acceptabel versus effectief

Groene Conferentie 2019Het is een prachtige traditie: bij de jaarlijkse Groene Conferentie van Rotterdams Milieucentrum mag ik een column voorlezen. In de beste kerstgeest koos ik voor – zowaar! – een moralistisch pleidooi voor progressief beleid, aan de hand van twee van mijn favoriete citaten: “Iedere verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering” en “Effectieve oplossingen zijn niet acceptabel en acceptabele oplossingen zijn niet effectief”.

Ik tip conservatieve onzin uit de Rotterdamse politiek aan, maar waarschuw óók voor de chaos die volgt als progressief Rotterdam aan de macht komt. “De hoeveelheid weerstand uit conservatieve hoek die de eindeloze reeks radicale revoluties van de progressieven zou oproepen, laat de vier ruiters van de apocalyps handenwrijvend aan de stadsgrens bij Beverwaard staan. “Nee, laat ze maar even, ze hebben in Rotterdam een participatiemaatschappij waarbij ze zelf met de eindtijd starten”, zegt Antichrist, terwijl Oorlog wat extra olie op het vuur gooit door 100 extra zetels aan de Partij van de Dieren te geven, en Honger en Dood nog wat parkeervakken omtoveren in terrassen voor luidruchtige, laveloos lallende Britten.”

(tekst staat onder de video)

Groene conferentie 2019: acceptabel versus effectief

Goed nieuws! U hoeft niet bang te zijn! Echt niet! Want in tegenstelling tot de afgelopen twee jaar, waarin ik mijn column tijdens de Groene Conferentie schaamteloos misbruikte om op pretentieus-literaire wijze de aanwezige politici tot houtskool te roosteren, heb ik allereerst bemoedigende woorden voor u allen. Zelfs voor Arno Bonte!

U bent namelijk onderdeel van, of geïnteresseerd in, de toekomst. En daarmee bent u in mijn ogen onderdeel van de oplossing. Want of het nou luchtkwaliteit, klimaatactiviteit, fietsvriendelijkheid, maatschappelijke gelijkwaardigheid, woningtoegankelijkheid of zorgeffectiviteit betreft: we moeten vooruit. En u wilt dat!

Natuurlijk, iedereen streeft naar een betere wereld. Maar in de realisatie van dat ideaal is een strijd gaande tussen zij die een betere wereld zien als één die er was, en zij die een betere wereld zien als één die er moet komen. Noem het conservatief versus progressief.

Zij die een betere wereld willen realiseren, moeten daarvoor veel veranderen. En dát is een probleem. Voor verandering geldt namelijk één zeer belangrijke spelregel, tijdloos geformuleerd door de dichter J.C. Bloem: “Iedere verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering.” Oftewel: iets veranderen roept altijd weerstand op, hoe goed de verandering ook uitpakt.

Dat maakt de idealen van zij die willen behouden wat er was, de conservatieven, ook zo lekker makkelijk. Want wie niets verandert, roept ook geen weerstand op.

Maar willen progressieven een betere wereld krijgen, dan moeten er zaken veranderen, en dat roept weerstand op. Auto’s, vlees, vliegtuigen, CO2, zwarte piet, vuurwerk, bio-industrie, stikstof, sigaretten, kolencentrales, suiker, de Telegraaf: u, progressieven, moet er maar lekker met uw klauwen vanaf blijven.

Daardoor staan de kampen van de conservatieven en de progressieven lijnrecht tegenover elkaar. En omdat we in Nederland graag polderen, eindigen we in een bestuurlijk en maatschappelijk moeras vol keuzes die vlees noch vis zijn. Want, in de woorden van Erik Verhoef, hoogleraar vervoerseconomie aan de Vrije Universiteit: “effectieve oplossingen zijn niet acceptabel en acceptabele oplossingen zijn niet effectief.”

Dat moeras levert vanuit conservatieve zijde regelmatig prachtige illusies van pseudo-vooruitgang op. Neem het idioom van Mark Rutte. Aan de vooravond van de klimaatconferentie in Madrid omschreef onze premier op onnavolgbaarKafkaïaanse wijze hoe zijn ideale beleid eruit ziet: én ambitieus zijn én niets hoeven te veranderen. In Groot-Brittannië zouden ze zeggen: you can’t have the cake and eat it too.

Maar ook in Rotterdam zijn we goed in acceptabel klinkend, maar ineffectief beleid. Leefbaar Rotterdam is mijn grote favoriet in het bakken van omeletten zonder eieren te breken. Volgens de conservatieve partij is haar deze maand uitgebrachte klimaatstandpunt ‘Realistisch, haalbaar, betaalbaar en met behoud van onze welvaart!’. Dat we daarvoor nog enkele decennia moeten wachten totdat de gedroomde thoriumreactoren in de Spaanse Polder staan, laat de partij wijselijk onvermeld.

Ook de VVD in Rotterdam houdt van bitterballen die je opeet en tóch bewaart. De liberalen willen namelijk dat er én meer terrassen komen én dat dit niet ten koste mag gaan van parkeerplaatsen. Want, schreef zij afgelopen herfst: “Het laatste wat de Rotterdamse VVD wil is dat hardwerkende Rotterdammers moeten vechten voor een parkeerplek dicht bij huis.” Waar deze terrassen dan wél moeten komen, en hoe dit níet voor hogere parkeerdruk zorgt, daarvoor moet de partij nog wat langer in haar glazen bitterbal kijken.

Het CDA raakt logischerwijs door de Bijbel geïnspireerd in zijn zoektocht naar consequentieloze verandering. Deze zomer hoopte de partij op een mirakel dat niet onder doet voor de wonderbaarlijke spijziging door Jezus via vijf broden en twee vissen. “Rotterdam krijgt er tot 2040 50.000 woningen bij en dat is hard nodig”, schrijft de partij. “Een groeiende stad heeft echter ook voldoende ruimte voor sport en recreatie nodig. Dat evenwicht moeten we bewaren!” Dus én meer grond gebruiken én meer grond overhouden? Het is te hopen dat de partij menig tollenaar in de gelederen heeft om deze paradoxale rekensom tot een goed einde te brengen.

Kijk, het moge duidelijk zijn: progressieve partijen bestaan ook niet enkel uit mensen en ideeën van het hoogste intellectuele niveau. Was het maar zo’n feest. Zelf stem ik sinds kort GroenLinks, maar ik heb altijd de neiging mezelf te verdedigen als ik dit aan iemand toegeef. “Ja, sorry, ze zijn wat irrationeel in hun voortvarendheid, natuurlijk kun je de hele fossiele industrie niet in één keer vergroenen, maar ik vind de idealen goed, en zo lang ze niet te groot worden, is er niets aan de hand.”

Want, en laat ik dat benadrukken: als progressieven hier in Rotterdam aan de absolute macht komen, dan verwacht ik in plaats van de huidige ineffectieve lethargie vooral veel chaos. De hoeveelheid weerstand uit conservatieve hoek die de eindeloze reeks radicale revoluties van de progressieven zou oproepen, laat de vier ruiters van de apocalyps handenwrijvend aan de stadsgrens bij Beverwaard staan. “Nee, laat ze maar even, ze hebben in Rotterdam een participatiemaatschappij waarbij ze zelf met de eindtijd starten”, zegt Antichrist, terwijl Oorlog wat extra olie op het vuur gooit door 100 extra zetels aan de Partij van de Dieren te geven, en Honger en Dood nog wat parkeervakken omtoveren in terrassen voor luidruchtige Britten die laveloos lallend in een actieradius van 200 meter de wijk tot diep in de nacht wakker houden.

Maar toch. Willen we ooit verder komen, dan moeten we voorbij de impasse van effectief versus acceptabel. Ik wens en hoop dat deze avond daaraan bijdraagt. Wie weet draait J.C. Bloem zich op een goed moment om in zijn graf, onderwijl met tegenzin mompelend ‘in Rotterdam is iedere verandering een vooruitgang, zelfs een achteruitgang.”

Dank u wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *