Tag: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

boldcast-logo

BOLDcast #3: Hoe kunnen data helpen om crises in hoogbouw te bestrijden?

boldcast-logo
Illustratie: Margriet Osinga

Voor Boldcast, de podcast van Centre for BOLD Cities, sprak ik met onderzoeker Monique Arkesteijn en brandweerofficier Maurice de Beer over hoe data kan helpen om crises in hoogbouw te bestrijden. Want, om met Maurice te spreken: “Panden in de digitale werkelijkheid moet je óók onderhouden.”

Panden in de digitale werkelijkheid moet je óók onderhouden

Monique Arkesteijn onderzoekt voor het Centre for Bold Cities hoe data hulpdiensten zoals de brandweer kunnen helpen bij een crisis. Want hoeveel mensen zijn er in het gebouw, en waar bevinden zij zich? Om daarachter te komen, wil Monique alle data verzamelen, zoals van mobiele telefoons, wifi-punten, koffiemachines, ingangspoortjes en liften.

Samen met brandweerman en kennisregisseur Maurice de Beer van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond vertelt Monique in gesprek met Inge Janse hoe die aanpak precies werkt – en tegen welke problemen je daarbij aanloopt. Want waar bevindt al die data zich precies, en hoe vind je een balans tussen volledigheid en privacy? Dat lees je in deze editie van Boldcast, de podcast van het Centre for Bold Cities.

Monique Arkesteijn is assistent professor of real estate management bij de TU Delft, en samen met haar collega’s van het Centre for BOLD Cities onderzoekt zij hoe hoge gebouwen beter met crises om kunnen gaan, zoals brand.

Maurice Beer werkt al meer dan 25 jaar bij de veiligheidsregio Rotterdam Roermond, tegenwoordig als officier van dienst, maar ook als kennisregisseur en beleidsmedewerker onderzoek en analyse.

Wat is het probleem dat de brandweer heeft bij calamiteiten in hoogbouw, zoals brand?

Maurice: Gebouwen van tijdens de wederopbouw leken op elkaar. Daar kon de brandweer uitstekend procedures voor opzetten, zodat we wisten waar we in het pand moesten zijn om de brand op te lossen. Maar door de technologische vooruitgang zie je dat we steeds hoger en complexer zijn gaan bouwen. Ook het gebruik wordt complexer. Vroeger had je ‘gewoon’ een bejaardentehuis, dan wist je dat mensen niet zo makkelijk konden vluchten. Maar tegenwoordig zie je allerlei combinaties ontstaan: werken, leren, wonen, alles gaat tegenwoordig in één gebouw, zoals in De Rotterdam. Alleen wordt bij al die innovatie- en ontwikkeldrift niet altijd gekeken naar de veiligheid. De wet stelt ook slechts minimale eisen aan de brandveiligheid. Daar maak ik me zorgen over, ook omdat we allemaal het verhaal kennen van de brand in de Grenfell Tower in Londen.

Welke rol kan data spelen bij het oplossen van dat probleem?

Maurice: Hoeveel mensen zijn er binnen? Moeten we hen eerst redden, of kunnen we direct het incident zelf bestrijden? Dat zijn cruciale vragen die we onszelf stellen. Als brandweer willen we bij een incident graag weten hoeveel mensen er naar binnen en buiten zijn gegaan, zodat we kunnen inschatten hoeveel mensen er nog binnen zijn. Maar ook: op welke verdieping zitten ze? En zitten ze daar veilig? Data kan helpen bij het antwoord daarop. Als je bijvoorbeeld hier het World Port Center binnenkomt, dan ga je door een poortje. Er zijn ook smart apparaten op de vloeren, zoals thermostaten en rookmelders. Vaak kunnen we bij een brand die data pas aflezen als we in het gebouw zijn. Hoe mooi zou het zijn als je tijdens je aanrijdtijd van zes minuten die data al krijgt?

Daarbij hadden we ook de vraag hoe je al die informatie bij de brandweer onder de aandacht brengt. Want zijn wij wel in staat om zo’n bak data in zes minuten te verwerken tot nuttige informatie voor de brandweermensen? Daarom wilden we hier onderzoek naar laten doen.

Monique, hoe ben jij hierbij betrokken geraakt?

Monique: Ik maak ontwerp- en beslissystemen, dus hoe je alle betrokken actoren, die allemaal iets anders willen, bij elkaar kunt brengen. De brandweer wil bijvoorbeeld een systeem dat aan die en deze eis voldoet, terwijl de gebouweigenaar dat minder belangrijk vindt. Dan kunnen er tegengestelde belangen ontstaan. Ik heb een methode ontwikkeld die helpt om daarmee om te gaan.

Onderzoekers vanuit de Erasmus Universiteit keken naar de sociale kant van dit probleem. Want willen mensen eigenlijk wel hun persoonlijke data delen? En hoe kunnen we die data anoniem maken? We hebben ook informatici zoals Jan Rellermeyer van de TU Delft. Hij keek hoe je data kunt combineren en analyseren. Mijn collega Alexander Koutamanis onderzocht hoe bouw-informatiesystemen kunnen helpen om al die informatie samen te brengen. Ik ben de spin in het web die ervoor zorgt dat al die partijen bij elkaar komen en met elkaar betere producten maken.

Hoe breed inzetbaar is deze benadering?

Monique: Ons project is niet alleen voor hoogbouw of voor brand bedoeld, maar kan ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld verduurzamingsopgaven. Maar als je iets nieuws wilt ontwikkelen, heb je altijd een noodzaak nodig. Daarom kozen we voor de combinatie van hoogbouw en brand. Daarin komen bovendien veel complexiteiten samen. Als het lukt om het probleem in die situatie op te lossen, dan werkt je oplossing ook voor situaties die eenvoudiger zijn.

En, is dat gelukt?

Monique: Ten dele, maar nog niet helemaal. We zijn begonnen bij De Rotterdam, in de toren waar de gemeente gehuisvest is. We merkten alleen dat de gemeente de data over dat gebouw niet direct beschikbaar had. De data over ventilatie zit bijvoorbeeld in het ene systeem, de reservering voor ruimtes staat in een agenda opgeslagen, en de informatie van de toegangspoortjes bevindt zich bij de receptie. Er zit dus heel veel verschillende informatie bij heel veel verschillende partijen. We hebben daarom eerst het hele systeem in kaart gebracht van waar welke data zich bevindt.

Maurice, als het delen van data levens kan redden, zou je dan soms niet de verantwoordelijke mensen door elkaar willen schudden om mee te helpen?

Maurice: Dat is zo, maar niet bij iedereen is die sense of urgency aanwezig. Een oud spreekwoord bij ons zegt: de brandweer wordt pas geëerd als het aan den lijve deert. Soms moet je dingen eerst meemaken om te beseffen hoe belangrijk ze zijn. Maar ben jij eigenaar van een groot pand met daarin vijfduizend mensen, dan ga jij niet in één keer al die informatie delen. Dat mensen nog moeten wennen aan deze nieuwe, digitale wereld vind ik geen frustratie, eerder een uitdaging.

Welke rol speelt de privacy van mensen hierbij?

Monique: We weten uit onderzoek dat mensen bij een ramp bereid zijn meer te delen dan in normale situaties. Maar dan moet je van tevoren al iets regelen, zodat je bij de ramp de data kan krijgen. Bij dit project kijken we ook naar het sociale aspect. We betrekken alle betrokken partijen bij het verzinnen van het systeem. Zo kan iedereen aangeven onder welke condities zij bereid zijn welke data te delen.

We willen hierbij zo min mogelijk invasief te werk gaan. We leggen bijvoorbeeld bestaande datasets op elkaar om te kijken welke combinatie de beste voorspelling doet over hoeveel mensen er op een verdieping van een gebouw aanwezig zijn. Daarbij willen we niet de meeste lagen combineren, maar de meest effectieve combinatie vinden. Geven drie lagen bij elkaar de beste voorspelling, dan kiezen we daarvoor.

Verder werken we met data die al verzameld wordt. Als je overal extra sensoren moet plaatsen, dan kun je de methode niet opschalen naar andere gebouwen, want dat is gewoon niet haalbaar. We willen dus de informatie benutten die er al is, daarvan zo min mogelijk gebruiken, en het systeem samen met de betrokkenen ontwikkelen.

Hoe ver zijn we nu?

Monique: Conceptueel hebben we bedacht hoe we dit alles willen doen. En we hebben een nieuw project geselecteerd: het Erasmus Medisch Centrum, dat eigenaar is van zijn eigen pand en er als onderzoeksinstituut veel belang bij heeft dat dit goed gebeurt. We vragen nu onderzoekssubsidies aan om hier met elkaar vol voor te gaan.

Het tweede dat we gedaan hebben, is dat we een ecosysteem van bedrijven hebben gemaakt. Eerst werkten alleen de veiligheidsregio, de gemeente Rotterdam en de onderzoekers samen. Maar als je zoiets groots wilt aanpakken, dan heb je allerlei partijen nodig om dat voor elkaar te krijgen.

Wanneer zou dit systeem moeten werken?

Maurice: Ik verwacht dat binnen nu en vijf jaar de juiste informatie beschikbaar en toepasbaar is om leidinggevenden van de brandweer te ondersteunen in hun beslissingen. Denk daarbij aan de juiste data van de rookmelders via de brandmeldcentrale in een gebouw. Als we die informatie vroegtijdig kunnen krijgen en interpreteren, dan maken we al een enorme slag. En na tien, misschien wel vijftien jaar is er een complete digitale Sim City die hulpverleners via data de juiste informatie biedt.

Is de complexiteit een technisch probleem omdat het nog niet kan, of een bestuurlijk probleem omdat partijen nog niet willen?

Monique: Het is én én. Natuurlijk is er de technische uitdaging. Zo zijn er nog heel veel protocollen, dus je kunt data niet zomaar aan elkaar koppelen. Ook is er nog niet van elk gebouw een digitaal 3D-model. En als ze er al zijn, dan zijn ze vaak gemaakt voor de bouwfase, maar niet voor de beheerfase. Er zijn dus nog geen standaarden voor hoe je in zo’n model de informatie zo weergeeft dat de brandweer er wat aan heeft.

Maurice: Het beheer is inderdaad belangrijk. Want wat als je tien verschillende werkelijkheden hebt? Welke is dan de goede? De 3D-modellen moeten dus goed bijgehouden worden. Dat doe je met een echt pand ook: een likje verf erop, nieuwe kozijnen erin, installaties vervangen. Dat moet in de digitale werkelijkheid ook.