
“Er wordt hier veel meer vervoerd dan wat is toegestaan. En wij weten niet wat er in die treinen zit.”
De afgelopen maanden sprak ik tientallen mensen die iets doen met het vervoer van (gevaarlijke) goederen over het spoor. Die treinen rijden namelijk dwars door grote en kleine gemeenten, en zorgen zo voor veel overlast. Scheuren in woningen door trillingen, geluidspieken die te vergelijken zijn met cirkelzagen, jarenlange slaapproblemen, en de immer sluimerende angst voor een ramp met giftige en brandbare stoffen.
Niettemin willen de overheid en vervoerders juist meer vervoeren, ook omdat de Betuweroute (de enige route die géén overlast geeft) er een tijd uitligt en omdat de energietransitie vermoedelijk om veel extra vervoer van ammoniak vraagt. Bovendien, zeggen zij, is treinvervoer veilig én milieuvriendelijk. Dus waarom niet?
De een wil minder, de ander meer. De een is doodsbang en slapeloos, de ander dolenthousiast en vol vertrouwen. En iedereen heeft op z’n eigen manier gelijk.
Er is gelukkig één oplossing waar iedereen fan van is: buisleidingen, dus onder grond stoffen vervoeren. Plannen voor meer buizen zijn er ook te over. Experts gokken alleen dat het nog minimaal tien jaar duurt voordat de nieuwe aansluitingen ook echt aangelegd worden. En dus blijven de treinen vrolijk verder denderen.

7 goocheltrucs. Zoveel vonden wij er in de discussie over de woningbouw in Rotterdam. En ondertussen weet niemand meer hoe we er écht voorstaan – en dus ook niet welk beleid er nodig is.
Mijn onderzoeksdossier ‘Wat houdt de groene toekomst tegen?’ voor Vers Beton werd (samen met drie andere kanshebbers) begin september genomineerd voor de Persprijs Rotterdam, de jaarlijkse prijs voor de beste journalistieke productie over Rotterdam. Nee, winnen deed ik niet, bleek eind oktober tijdens de prijsuitreiking in Arminius. Dat neemt niet weg dat ik heel gelukkig ben met de nominatie,