Column Groeneconferentie 2022: pleidooi voor de Ontroerende Groen Belasting

rmc-groeneconferentie2022-ingejanse
Fotograaf: Tom Pilzecker

Iedereen wil de stad vergroenen, maar toch is het lastig om meters te maken. In mijn column voor de Groeneconferentie, het jaarlijkse evenement van Milieucentrum Rotterdam, pleitte ik daarom voor de Ontroerende Groen Belasting. Zelfs VVD-lijsttrekker Vincent Karremans moet er wel fan van zijn. Bekijk of lees hieronder de column!

(de column begint op 1:19:07; klik hier om op YouTube direct naar dit moment te gaan)

De Ontroerende Groen Belasting

De badkamer van Rotterdam-Zuid. Zo noemt een van mijn buren de straat waar ik woon. En terecht. De Sybold van Ravesteynkade, direct achter de Laan op Zuid, is vrijwel volledig voorzien van glanzende, bij regen spiegelgladde tegels, zo ver het oog reikt. De straat stamt uit 2005. Toen was het blijkbaar enorm hip & happening om de openbare ruimte zo in te richten dat je er ook openlucht-abattoir van kon maken. 

Een paar jaar terug is er wel een interventie gepleegd: de gemeente heeft toen een stuk of tien bakken op de kade geplaatst met daarin een handvol groene stengels. Bovendien worden de bakken kleiner naarmate je verder loopt. Dat kan trouwens ook gezichtsbedrog zijn. De tegels hebben soms een hallucinante uitwerking op het brein.

Bewoners zijn ook bezig met de komst van ‘hanging baskets’ aan de lantaarnpalen, zodat er ook wat bloemen in onze badkamer komen. Klinkt makkelijk, maar is het niet. Want ja, als deze straat het wil, dan gaan andere straten hier ook om vragen, eigenlijk zijn hanging baskets alleen bedoeld voor winkelstraten, wie wordt er verantwoordelijk voor het onderhoud, en past dit wel in het straatbeeld?

Maar dat kleine leed in eigen straat is niet mijn punt. Het gaat mij erom dat de vergroening van de stad niet de cakewalk is die de gemeente soms schetst. Ja, ze publiceert prachtige video’s waarin bewoners van het Heliport vlakbij Hofplein schijnbaar eenvoudig hun binnenplein tot een groene oase wisten om te vormen. En ja, er komen zeven enorme stadsprojecten aan. 

Maar op een steenworp afstand van mijn huis, in De Peperklip, blijkt vergroening een stuk weerbarstiger. Tijdens een wandeling door de wijk met een projectmanager van de gemeente vertelde hij me over een project voor het aanleggen van geveltuinen. Vol goede moed ging de gemeente daar met de bewoners aan de slag om stenen eruit te wippen en planten erin te stoppen. “Houden jullie ze voortaan lekker bij?”, vroeg de gemeente toen ze weer vertrok. “Betalen jullie dan het geld voor het water?”, was de reactie van de bewoners. Want waar wij Ravesteynkade-bewoners ons druk maken over hanging baskets, daar maken anderen zich druk om een paar euro extra per maand die dat groen hun kost. En dat geld hebben ze niet. 

Voor de goede orde: tijdens de wandeling door de wijk vertelde die projectmanager dat de gemeente écht van goede wil is. We konden geen stenige straat of geplaveid plein passeren, of er bleken al vergroeningsplannen voor te bestaan. Zelfs voor mijn eigen badkamer op zuid bestonden ideeën! Maar ja. Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en een tekort aan ambtenaren, en ook versnipperd grondbezit dat niemand kan verklaren, en dat des ‘s ochtends komt, wanneer men vergroenen gaat. 

En dat is gek. Want Rotterdam gaat er tegelijkertijd superhard op dat het de stad wil vergroenen. Zelfs Vincent Karremans gaat er prat op. Goed, hij moest er dat eeuwige VVD-frame aan de haren bij slepen, ik citeer “Bovendien maakt een aantrekkelijke, gezonde stad meer economische ontwikkeling mogelijk”, maar naast ‘veiligheid’ en ‘woningbouw’ is ‘vergroenen’ zowaar de top-3 van VVD-doelen binnengeslopen. “Dit is nou groenrechts. En het voelt goed.”, vertelde Karremans daar in 2020 over. “Dit is Poetsen met een hoofdletter P.” 

Nou, dan weet ik nog wel een badkamer die een poetsbeurt kan gebruiken.

Nu is er inmiddels geen politieke partij meer die géén vergroening nastreeft. Zelfs Maurice Meeuwissen, toch niet bepaald Rotterdams vooruitgeschoven post van de vooruitgang, wil bomen en parken redden van de ondergang. De vraag is alleen: hoe dan? 

Dat spreekt voor zich: met geld. Vergroenen kost geld. Geld voor aanleg, onderhoud, mankracht, procesbegeleiding, heel de rambam. Gelukkig gaf Vincent Karremans daar een uitstekende suggestie voor. Want toen bleek dat de zeven stadsprojecten 80 miljoen duurder zouden uitpakken, stelde hij voor om de vastgoedeigenaren te laten meebetalen die profiteren van vergroening. “Dan zeg ik tegen die partijen: we kunnen het nóg mooier maken, maar dan moeten jullie wel meedoen.” 

Zoals ik, want ook mijn woning wordt meer waard als mijn omgeving groener is. Dus ik doe graag mee. 

Ik stel daarom met liefde een nieuwe belasting voor: de OGB, de Ontroerende Groen Belasting. Met die OGB, de groene variant van de onroerende-zaakbelasting, kan de gemeente al die prachtige projecten betalen, van geveltuinen bij de Peperklip tot het getijdenpark in Maashaven.

Net als de OZB gebruikt de OGB de waarde van vastgoed om de hoogte van de belasting op te baseren. Maar, en daar zit het verschil: de OGB mag alleen gebruikt worden voor de aanleg van groen, en de OGB stijgt alleen als er meer groen in de buurt komt. Oftewel: eerst moet de gemeente investeren in groen, pas daarna mag zij belasting heffen op de gerealiseerde woningwaardestijging. Value Capturing, heet dat in de wetenschap. En haalt de gemeente juist groen weg? Dan neemt de OGB af, waarna de gemeente de vastgoedbezitters moet compenseren voor gederfde inkomsten.

Wat, nóg meer belasting? Ja, nóg meer belasting. Maar wees niet bang: Rotterdammers zijn heus niet gek. Iedereen snapt dat zijn of haar woning meer waard wordt als er een park om de hoek ligt, de wind door de bomen ruist, de vogeltjes fluiten en de hittestress afneemt. Bovendien neemt je woongenot enorm toe, zodat je én financieel én emotioneel profiteert. 

Plus, en dat is misschien wel het belangrijkste argument voor de Ontroerende Groen Belasting: zelfs de VVD, tegenstander van alles wat naar belasting riekt, is voorstander. Over de aanleg van groen door de gemeente zegt onze eigen Vincent Karremans. “We zijn een beetje ‘gekke Henkie’ geweest: de gemeente doet het tóch wel. We kunnen dat geld veel slimmer uit de markt halen.” 

Gelijk heb je, Vincent. De Ontroerende Groen Belasting móet dus wel een goed idee zijn. Ik hoop begin 2023 de eerste aanslag in de bus te krijgen.

Eén reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.