Gentrificatie in Rotterdam: gevaar of geniaal?

erasmusalumnimagazine-201811-coverVoor Erasmus Alumni Magazine dook ik in de wereld van de gentrificatie. Hoe veranderen nieuwbouw en nieuwe bewoners de stad, en wie merkt daar de gevolgen van? Ik sprak met wetenschappers van de EUR, dook in beleidsstukken en stak mijn licht op bij een ervaringsdeskundige in de wijk. Het resultaat, een overzicht van zo’n 2000 woorden, verscheen als coververhaal van de eindejaarseditie van het magazine.

Gentrificatie in Rotterdam: gevaar of geniaal?

EUR-wetenschappers en studenten doen onderzoek naar de effecten van de gentrificatie in Rotterdam. ‘We merkten dat de negatieve gevolgen best wel meevallen, maar dat de positieve effecten óók niet echt tot uiting komen.’

Tekst: Inge Janse

‘Het ergste is niet eens dat ik mijn huis uit moet. Het ergste is dat ik mijn buurt uit moet.’ Het is een van de vele schrijnende citaten uit een artikel dit voorjaar in de Volkskrant over de keerzijde van gentrificatie, de komst van de kapitaalkrachtige middenklasse in een wijk ten koste van de bestaande  bewoners. Nee, het gaat niet over Crooswijk, het Liskwartier, Katendrecht, of andere in hoog tempo verhippende wijken in Rotterdam, maar over Brooklyn. Deze van origine ‘zwakke’ wijk in New York is anno 2018 het strijdveld van aan de ene kant de oorspronkelijke, vaak armlastige bewoners die anachronistische huren betalen, en aan de andere kant de snelle vastgoedjongens die – de overwegend zwarte – huurders kwijt willen en hun appartementen na een snelle renovatie voor astronomische huurprijzen in de markt zetten.

Sterke schouders

eam-gentrificatie-illustratie
Beeld: José Paúl Pérez Cóndor

In Rotterdam zijn zulke toestanden nog ver weg. ‘Er is sinds enkele jaren aandacht voor het aantrekken en behouden van sterke schouders voor de stad,’ zegt Roy Geurs, strategisch adviseur bij het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling. Hij doelt met die term op inwoners die geen beroep doen op de stad (zoals via een uitkering of zorg), maar er juist aan bijdragen. ‘Maar altijd in combinatie met aanhoudende investeringen voor ‘zwakkere’ bewoners. Die nieuwe focus op kapitaalkrachtigen is met goede redenen, vindt hij. ‘Wereldwijd ligt het percentage hoogopgeleiden in steden hoger dan het landelijk gemiddelde. In Rotterdam is het juist lager.’ Geurs ziet in de cijfers van de gemeente dat de groep in de stad wonende young professionals, voor wie Rotterdam aantrekkelijk is, groeit. ‘Maar settelen ze en krijgen ze kinderen, dan is het voor hen moeilijk om een goede woning te vinden. Dan raak je ze weer kwijt.’ Vaak vertrekken ze richting Barendrecht of Langsingerland, waar de woningen groter en de achtertuinen zonniger zijn.

In 2014 besloot de gemeente daarom tien ‘kansrijke wijken’ aantrekkelijker te maken voor gezinnen met een (boven)modaal inkomen. Het betreft het Oude Noorden, Nieuwe Westen, Middelland, het Liskwartier, Nieuw Crooswijk, Kralingen-West, het Lloydkwartier, Katendrecht en de Kop van Zuid-Entrepot. Dit zijn stuk voor stuk wijken rondom het stadscentrum die in potentie interessant zijn voor kapitaalkrachtige gezinnen en als dusdanig vermarkt worden door de lokale overheid. In de volksmond worden zij ook wel ‘bakfietswijken’ genoemd, vanwege dit voor deze doelgroep exemplarische vervoersmiddel. In de kansrijke wijken kwamen daarom betere woningen, de buitenruimte werd aantrekkelijker gemaakt (met speelplaatsen en opgeruimde straten) en er kwam meer  aandacht voor kwalitatief beter onderwijs. Sindsdien zijn hier enkele procentpunten meer hoogopgeleiden komen wonen.

Sociale kracht

Maar wat zijn de effecten van deze sterke schouders op de wijk en haar bewoners? Om daarachter te komen, liet de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken (een samenwerkingsverband van de gemeente met de Erasmus Universiteit Rotterdam en andere kennisinstellingen) onderzoek doen. Deze instantie analyseerde vakliteratuur over wat er wereldwijd bekend is over de gevolgen van gentrificatie. Positief viel op dat sterke schouders ervoor zorgen dat de economie aantrekt, via nieuwe winkels en meer voorzieningen. Ook groeit de sociale kracht van de wijk, omdat het vaak mensen betreft die sneller initiatief nemen en makkelijker officiële instanties weten te vinden. Nadelen zijn er ook. Oorspronkelijke bewoners kunnen zich vervreemden van de wijk, met al die onbekende mensen en winkels. Ook verdringing kan optreden, want gentrificatie gaat vaak gepaard met hogere – en voor de oorspronkelijke bewoners onbetaalbare – huizenprijzen.

Vervolgens werd bekeken of ‘kansrijke wijken’ in Rotterdam door de ingrepen van de gemeente echt van samenstelling veranderen. Ja, zo bleek uit het onderzoek, het aandeel sterke schouders onder de bewoners is in deze wijken harder toegenomen dan in andere wijken. Maar treden de uit de literatuur bekende effecten van gentrificatie hier ook op? In opdracht van de kenniswerkplaats sprak Risbo (het onafhankelijk EUR-onderzoeksinstituut van de Faculteit der Sociale Wetenschappen) hiervoor met bewoners van de tien wijken. Hebben zij onderling contacten? En zijn ze actief in de buurt? ‘We merkten dat de negatieve gevolgen best wel meevallen, maar dat de positieve effecten óók niet echt tot uiting komen,’ vat Geurs de uitkomsten samen. Dat laatste komt volgens de adviseur omdat sterke schouders het best leuk vinden om met ‘andere’ mensen in een wijk te wonen, maar geen tijd hebben voor nieuwe relaties. ‘Contact is vooral met soortgelijke mensen. Ze ontmoeten elkaar op het schoolplein, gaan naar dezelfde sportclub en bezoeken dezelfde winkels en horeca. De intentie tot contact met anderen is er wel, maar het ontbreekt ze aan tijd.’ Vanwege de aantoonbare economische vooruitgang die gentrificatie met zich meebrengt, vindt Geurs tóch dat de balans positief doorslaat.

Voldoende oneerlijkheid

eam-gentrificatie-fotografie
Fotografie: Mark Uyl

Een beperking van het Risbo-onderzoek is dat het geen onderscheid maakt tussen ‘sociale stijgers’ (oorspronkelijke bewoners die carrière maken) en ‘nieuwkomers’ (sterke schouders die van buitenaf in de wijk komen wonen). Erik Snel, universitair docent sociologie bij de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences en coördinator van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken, liet daarom zijn studenten dit jaar vervolgonderzoek doen. Een van hen is de 26-jarige Mouna Ghzaoui, die hiermee in de Afrikaanderwijk haar master sociologie afrondde. ‘Ik woon zelf in Bloemhof, ook op Zuid, en merk dat ik weinig aanwezig ben in mijn eigen wijk. Ook vind ik gentrificatie een interessant onderwerp. Arme wijken gaan vooruit, maar hoe ervaren de oorspronkelijke bewoners dat? Daarom koos ik voor dit onderzoek.’

De afgelopen maanden sprak zij bewoners van African Inn, een acht verdiepingen hoog appartementencomplex aan het Afrikaanderplein. Haar onderzoeksvraag: blijven op Zuid ‘sociale stijgers’ (die willen doorgroeien van een sociale huurwoningen naar een vrije-sectorwoningen) in eigen wijk wonen als deze aantrekkelijker is? En zit er verschil in participatie in de wijk tussen sociale stijgers en nieuwkomers? Uit gesprekken met zo’n veertig bewoners van de vrije-sectorwoningen in African Inn viel het Ghzaoui op dat ongeveer de helft van hen sociale stijgers waren. Doorgroei in eigen wijk vindt dus ook op Zuid plaats, in tegenstelling tot de gangbare opvatting dat mensen met geld de stad ontvluchten of de Nieuwe Maas oversteken. Wat haar ook opviel, was de gezinssamenstelling: slechts twee hadden schoolgaande kinderen, de rest waren starters met geen of zeer jonge kinderen.

Diepte-interviews met elf bewoners brachten aan het licht dat er geen verschil zit in wijkparticipatie tussen sociale stijgers en nieuwkomers. Beide doen dat namelijk weinig. ‘Zij geven daar allemaal dezelfde reden voor. Een duurdere woning is alleen te betalen als beide partners fulltime werken. Eenmaal thuis zijn ze blij als ze nog even op de bank tv kunnen kijken.’ Ghzaoui benadrukt dat deze sterke schouders wél begaan zijn met de wijk. ‘Ze zijn hier komen wonen omdat de wijk vooruit is gegaan, maar willen niet dat hun aanwezigheid zorgt voor verdringing.’ Volgens de respondenten is er al voldoende oneerlijkheid, bijvoorbeeld in hoe goed (of slecht) hun woongebouwen onderhouden worden. ‘Een respondent zei: er is geen verschil in bewoners, enkel in woningen.’

Geen verplichting

Een opmerkelijke bijvangst is de door haar geobserveerde vrees die bij de sterke schouders leeft om zelf verdrongen te worden. ‘Zij kwamen hier wonen omdat het betaalbaarder is dan een woning in het centrum of Blijdorp. Maar de huurprijzen stijgen jaarlijks met een paar tientjes. Nog even, en dan is het ook voor ons onbetaalbaar, gaven zij aan. Het is dus de vraag of de gemeente en corporaties willen voorkomen dat deze sterke schouders weer uit de wijk verdwijnen.’

Voor strategisch adviseur Geurs ligt de eerste prioriteit bij nieuw onderzoek naar hoe de nieuwe en oude bewoners alsnog meer aan elkaar kunnen hebben. Hij vermoedt dat een gemeenschappelijk belang een grote rol speelt, zoals de collectieve inzet voor verbetering van de verkeersveiligheid in de wijk of de prettigere inrichting van een straat. De adviseur benadrukt dat het geen verplichting is om actief in de wijk te zijn. Maar, zegt hij erbij, vanwege de participatiemaatschappij is het wel goed als er meer sociale structuren ontstaan. ‘Zelfredzaamheid, eenzaamheid, gezondheid: je kunt dan beter een netwerk hebben. Sociale cohesie is dus niet alleen prettiger wonen, maar ook van elkaar op aan kunnen.’

Ondertussen in de wijk

Een maatschappelijk betrokken wijkbewoner die ook zijn wijk ziet gentrificeren. Dat is in een notendop het profiel van Alexandre Furtado Melville. De dertiger (die opgroeide op Kaapverdië, tot zijn 22e in buitengemeenten van Rotterdam bivakkeerde, en sindsdien op Zuid woont) maakte nooit zijn opleiding op de EUR tot consultant af, maar geeft als art director, fotograaf, schrijver en ontwerper alsnog veel advies – alleen dan over sociale vraagstukken. ‘Noem me maar een multidisciplinair onderzoeker in de de stedelijke omgeving,’ zegt hij lachend.

Furtado woont op de Kop van Zuid-Entrepot, één van de tien wijken waar de gemeente meer mensen zoals hij wil krijgen. Met succes dus. “Ja, ik ben zo’n sterke schouder, al is mijn inkomen daar totaal niet naar”, relativeert hij. Furtado werkt voor het Gemaal op Zuid, een culturele ontmoetingsplek op het Afrikaanderplein. Aldaar ziet hij dat de werelden van rijk en arm steeds verder uit elkaar drijven. ‘Neem de nieuwe woningen en torens die op het aangrenzende Katendrecht komen. Alleen al in de reclame-uitingen zie je dat deze bedoeld zijn voor hoogopgeleiden, met beelden van hipstermannen met snorren. Terwijl de mensen die in deze wijk wonen, veel lager op de ladder staan.’

Begin juli, na een informatieavond over het renovatie- en nieuwbouwproject Tweebosbuurt in de Afrikaanderwijk, eindigden veel van de huidige bewoners bij hem op het terras van het Gemaal op Zuid, vloekend op de gemeente en de woningcorporatie. ‘Ze hadden al klachten waar niks mee gedaan wordt, en nu worden ze ook nog eens hun woning uitgezet. Een deel kan terugkeren, maar waar keer je dan naartoe terug, en tegen welke prijs? We moeten oprotten en wegwezen, zo voelen mensen het.’ Volgens Furtado is het verdwijnen van de menselijke maat daar debet aan. “Alsof met nieuwe stenen alles vanzelf beter wordt. Terwijl de arbeiders die de wijken hebben opgebouwd, afgedankt worden.’

En ja, natuurlijk wil de jonge ondernemer dat het beter gaat met de stad en haar inwoners. ‘Niemand heeft iets tegen verbetering. Het gaat om de wijze waarop het gebeurt.’ Furtado pleit voor het in stand houden van gemengde wijken, al was het maar omdat sterke schouders vaak ook dure woningen hebben. Die kosten veel geld, en dus zijn zij vaker aan het werk dan dat zij de wijk leefbaarder maken. Ook maakt hij zich sterk voor wat hij noemt integere interventies. ‘Zorg ervoor dat iedereen recht wordt gedaan. Jaag mensen niet weg, maar geef goede alternatieven en vooruitzichten. Gun alle Rotterdammers een brighter future.’

Furtado probeert daar zijn steentje aan bij te dragen door oude en nieuwe bewoners met elkaar in contact te brengen. Hij doet dat bijvoorbeeld door kunst te programmeren in ‘zijn’ Gemaal. ‘Vaak zorgt het ervoor dat mensen hier voor het eerst mee in aanraking komen. Kunstminnend publiek en deze nieuwe bezoekers blijken dan heel goed samen te gaan.’ Hij zou ook graag zien dat de buitenruimte, zoals het Afrikaanderpark, zich beter leent om samen te komen. ‘Dat park is nu nog heel vaak vies met afval van de markt. Daarom voelt het niet als een plek van de bewoners.’ Zijn advies: stel een beheerder aan en zorg voor een programmering. ‘Een gemeenschap ontstaat niet vanzelf, daar moet je aan bouwen. Dit park is daar een mooie plek voor, met uitzicht over de stad. Maar nu komen alleen vogels hier samen.’

En dit is de gemeente van plan

Na een lange periode van aantrekken en afstoten presenteerde de nieuwe Rotterdamse coalitie (VVD, D66, CDA, ChristenUnie-SGP, PvdA en GroenLinks) op 26 juni haar plannen. Voor het woonklimaat in de stad betekent het Coalitieakkoord 2018-2022 onder meer dat de ingezette aandacht voor middeninkomens in stand blijft. Zo gaat Rotterdam door met wijken gezins- en kindvriendelijk maken en met de diversificatie van het woningaanbod op Zuid. Daar staat tegenover dat de nieuwe coalitie 3000 goedkopere woningen minder sloopt dan het vorige college van plan was, en dat zij bovendien investeert in het opknappen van 5000 goedkopere woningen. Kanttekening hierbij is wel dat deze woningen ook eenvoudiger beschikbaar worden voor middeninkomens, dus dat de strijd hiervoor in heftigheid zal toenemen. Een andere versoepeling van de woonmogelijkheden voor ‘zwakke schouders’ is het vervallen van het inkomenscriterium (een onderdeel van de zogeheten Rotterdamwet) voor slechte wijken. Het bijbehorende overlastcriterium blijft, dus mensen met een problematische achtergrond kunnen uit die straten en wijken geweerd worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *