3 podcast-interviews over transdisciplinair onderzoek bij RASL

Boo-van-der-Vlist-documenting-de-Loods-800x506Wat begon met de vraag voor een geschreven interview, mondde uit in drie podcast-interviews over transdisciplinair onderzoek. Het Rotterdams Arts & Sciences Lab, RASL (een initiatief van Erasmus Universiteit Rotterdam, Willem de Kooning Kunstacademie en muziekschool Codarts), kijkt zo terug op de vruchten van 2 jaar samen onderzoek doen.

In de serie spreek ik met programmacoördinator (en Leonardo Da Vinci van de tegenwoordige tijd) Boo van der Vlist (zie hieronder) over waarom juist anno nu disciplines moeten samenwerken bij onderzoek naar bijvoorbeeld klimaatverandering en sociale problematiek.

De onderzoekers Renee Turner en Robin van der Akker vertellen over hoe je transdisciplinair onderzoek uitvoert en welke problemen daarbij komen kijken, zoals Babylonische spraakverwarring tussen deelnemers. Docent en componist Micha Hamel illustreert dit in de praktijk met zijn Gampsiss-onderzoek naar nieuwe manieren om mensen te leren klassieke muziek te luisteren.

Bekijk hier de volledige RASL-publicatie, inclusief vele andere verhalen over transdisciplinair onderzoek

Complexe tijd vraagt om hybride geest

Afstuderen op grafisch ontwerp én biochemie. Of drummer worden én politicoloog. Dat kan bij het Rotterdam Arts and Science Lab, waarin je een academische bachelor combineert met een kunstzinnige. De studie is hard nodig, vindt opleidingscoördinator en ervaringsdeskundige Boo van der Vlist: “Alle problemen zijn tegenwoordig te complex om vanuit één discipline aan te pakken.”

Interview: Inge Janse

Kies je voor een academische carrière, of volg je je kunstzinnige ambitie? Doe het gewoon allebei, zeggen ze bij het Rotterdam Arts & Sciences Lab, RASL. Sinds 2016 biedt RASL namelijk een Double Degree aan. Hierbij combineer je een academische bachelor bij Erasmus Universiteit Rotterdam met een kunstbachelor bij Codarts of de Willem de Kooning Academie.

Maar wat kun je in de praktijk met de combinatie van kunst en wetenschap? Dat weet Boo van der Vlist (28) als geen ander. Naast coördinator van de RASL Double Degree-opleiding is zij kunstenaar en wetenschapper. “Op de kunstacademie had ik het gevoel dat ik mijn onderzoekende kwaliteiten niet kon uitvoeren. Ik maakte heel veel maatschappelijk en politiek-kritisch werk. Nou, dacht ik toen, dan ga ik maar politicologie studeren, dan begrijp ik beter tot welke wereld ik me met mijn kunst verhoud. Eerst waren dat gewoon wat vakjes, maar toen was ik in 2016 opeens klaar met mijn master.”

En toen?

(lachend) Ja, daar zit ik nog steeds mee. Ik kan en wil nog steeds niet kiezen. Dat zal ook de rest van mijn leven zo blijven. Ik wil de skills die ik heb opgebouwd op een goede manier inzetten. Na mijn studie begon ik bij de directie Kunsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daar kwamen kunst, beleid en onderzoek mooi samen. Vervolgens werd ik projectleider voor een conferentie over Cultuur & Beeld. Daarnaast deed ik mijn eigen kunst-onderzoeksproject naar wijkinitiatieven, Amsteldorp Ontdekt. Beide projecten waren transdisciplinair, maar vereisten elk hun eigen skills.

Wat is dat, transdisciplinair werk?

Transdisciplinair is daar waar disciplines bij elkaar komen en niet alleen een beetje van elkaar meepikken, maar echt geïntegreerd zijn. Grenzen vervagen, het valt niet meer in één categorie. In mijn geval is het dus niet ‘beleid’ of ‘creatief’. Je gebruikt de skillsets van beide domeinen en doet dat tegelijkertijd.

Wat is je favoriete voorbeeld daarvan uit eigen collectie?

Dat is mijn afstudeerwerk bij het Sandberg Instituut, De Loods. Ik kwam in deze tweedehandswinkel in Amsterdam en dacht: wauw, hier gebeurt iets, ik kan nog niet goed voelen wat deze plek zo bijzonder maakt, maar het is echt heel bijzonder. Alle lagen van de samenleving komen hier samen, buurtcohesie gebeurt gewoon zonder dat hier eerst een gemeentelijk programma op wordt losgelaten. Hoe doen ze dat? Veel van deze plekken verdwijnen door gentrificatie, zoals ook de Loods op de planning staat. Ik wilde weten wat er dan verloren gaat. Want als je beter ziet wat de kracht is van zo’n plek, dan kun je deze ook beter incorporeren bij stadsontwikkeling. Ik onderzocht De Loods door etnografisch onderzoek via een stage. Ik draaide driekwart jaar mee met de jongens van De Loods, ging mee om huizen uit te ruimen, sprak de mensen, maakte foto’s en video’s. Enerzijds had ik dus mijn skills als kunstenaar nodig, anderzijds als onderzoeker.

Welke inzichten leverde dat op die een ‘normale’ socioloog niet had opgedaan?

Ik denk dat dat neerkomt op de registratie van ‘zachte data’, zoals emoties. Sommige mensen zijn in hun wijk een held. Maar waarom dan? En hoe zet je hun kracht in voor de buurt? Daar kom je niet achter als je gewoon bij iemand aanbelt en vraagt: goh, wat kan jij goed? Vaak weten mensen dat niet. Een gek voorbeeld was Firas, een man met een zesde zintuig voor het in huis vinden van goud. Hoe bizar is dat? Hij liep naar binnen en zei: hier is goud te vinden, daar, achter die muur. En dan zat het daar! Dat zijn zachte data waar je pas achter komt als je tijd investeert.

Ook voor het presenteren van het resultaat was veel meer ruimte dan bij een puur sociologisch onderzoek. Ik maakte een boek over De Loods met daarin mijn ervaringen en veel beeldmateriaal. Ook heb ik al mijn inzichten uit wijkprojecten vertaald naar een nieuwe benadering voor stadsontwikkeling, die ik de ‘inbetweener-methode’ noem. Heel veel buurten gaan vanwege stadsontwikkeling tegen de vlakte en worden herontwikkeld. Vaak wordt daarbij gekeken naar doelen als ‘zo veel procent hoogopgeleiden en young potentials’, met als doel om de stad economisch beter te maken. Ik vind het veel interessanter om de zachte data, de geschiedenis en cultuur van die plek, mee te nemen bij de herontwikkeling. Ligt de focus te veel op één parameter, dan komen andere parameters in het gedrang. Anders wordt de stad alleen een plek voor hogeropgeleide, rijke mensen, met een clash tussen het centrum en de periferie.

Is de wereld wel voorbereid op de inzichten uit transdisciplinair onderzoek? Of ontbreekt de interface tussen jouw werk en de realiteit?

Vaak is er bij wicked problems, zoals klimaatverandering en stadsontwikkeling, één groep dominant die het probleem bepaalt. Maar als je een wicked problem definieert als slechts één probleem, dan zijn de oplossingen ook gelimiteerd. Neem de klimaatcrisis. Dat is zo’n complex, immens probleem waar iedereen op de een of andere manier mee te maken heeft. Koop ik wel of niet een plastic tas in de supermarkt, wat eet ik, en kook ik op gas of elektriciteit? Bij wicked problems kun je niet één oplossing vinden. Wat je nodig hebt, is een benadering waarbij je experimenteert: dingen doen, actie ondernemen en kijken wat de gevolgen zijn.

Hoe zorgen we ervoor dat er een aansluiting ontstaat tussen die transdisciplinaire aanpak en de eendimensionale manier hoe de wereld problemen wil oplossen?

Het is natuurlijk niet zo dat alleen maar transdisciplinaire mensen deze problemen kunnen aanpakken. Dat moet in samenwerking met mensen die vanuit één discipline zijn geschoold, want dat zijn heel waardevolle mensen. Het is vooral belangrijk om iedereen vanaf het begin te betrekken. Dan kun je ook identificeren welke mensen nog vanuit één bepaald framework over het probleem nadenken. Hoe zorg ik ervoor dat zij de waarde inzien van een meer holistische aanpak?

Welke domeinen kunnen het meeste profiteren van een transdisciplinaire benadering?

Ik denk echt alle domeinen, want alle problemen zijn tegenwoordig te complex om vanuit één discipline aan te pakken. Alles is transdisciplinair. In de gezondheidszorg zorgen ze er bijvoorbeeld al voor dat meer mensen en partijen bezig zijn met de problematiek. Als iemand geestelijk niet goed is, dan gaat het niet alleen over gezondheid, maar ook over veiligheid en opvang. Je betrekt daarbij zowel meerdere kennisdomeinen als mensen.

Mensen zetten alleen monodisciplinaire hokjes neer omdat zij de problemen dan beter kunnen begrijpen. Het is onze taak om te laten zien dat we niet in hokjes moeten denken, maar in netwerken. De wereld gaat steeds sneller, we moeten daar steeds sneller op inspelen. We verzinnen systemen, maar als die klaar zijn voor gebruik, dan is de situatie alweer anders. De vraag is dus hoe we het systeem flexibel genoeg maken.

Jij coördineert vanuit Erasmus University College het RASL-programma. Hoe draag jij via dat werk bij aan die benodigde flexibiliteit?

Oriënteer je je breder, dan blijf je ook nieuwsgierig naar wat er in al die domeinen gebeurt. Daar ligt de sleutel. Bovendien denken jonge mensen nog niet zo in hokjes als oudere generaties. En het mooie aan de Double Degree is dat je als student twee studies volgt. Binnen RASL kun je dat in vijf jaar doen, in plaats van in zeven jaar. Wij zorgen ervoor dat examens niet op hetzelfde moment vallen en roosters te combineren zijn.

We geven nog geen onderwijs dat op het snijvlak van de studies zit. Wel zie je dat Double Degree-studenten steeds natuurlijker kennis van het ene domein inzetten voor hun andere studie. Bij een vak op de Willem de Kooning Academie gaf ik als opdracht: maak gentrificatie inclusief. Een RASL-student ontwikkelde een wetenschappelijke test om te bepalen met welke vooroordelen we winkels ingaan. Zij zette duidelijk haar wetenschappelijke onderzoekskwaliteiten in voor een creatieve opdracht.

Is die hybride aanpak de toekomst van de RASL Double Degree?

We hebben net een Comenius-beurs gekregen om onderzoek te doen naar de ontwikkeling van transdisciplinair onderwijs. Hoe krijg je dat voor elkaar, hoe ziet dat eruit? Wij willen misschien toewerken naar een joint degree master, dus een transdisciplinaire studie. We denken ook aan een module binnen de Double Degree, zoals een minor, waarin je die kruisbestuiving krijgt.

Het is ook de vraag hoe we dit vorm krijgt. Misschien zijn het wel de studenten die dat moeten gaan doen. Bijvoorbeeld dat zij een project van 30 studiepunten hebben, zelf bepalen wat het inhoudt en zelf het docententeam samenstellen vanuit verschillende instituten. Het lijkt mij wel wat als docenten dan moeten uitzoeken hoe zij de student aan het einde een cijfer geven dat op beide instituten meetelt. Dan moeten ook docenten discipline-overstijgend denken. Dat lijkt me superinteressant en bijzonder, juist ook voor die docenten.

Komt er hier ook transdisciplinair onderzoek voor promotiestudenten?

Daar zijn we mee bezig. Ik zou zelf bijvoorbeeld heel graag een tijdlang transdisciplinair onderzoek doen naar wijkinitiatieven. Maar de bestaande structuren in onderwijsland maken dat niet altijd heel makkelijk. Wie financiert zo’n traject dat nog niet eerder gedaan is? Het is nog niet duidelijk wie wil betalen zijn voor de combinatie van artistiek en academisch onderzoek: de kunst- of de wetenschappelijke wereld? Of moet daar een nieuw geldpotje voor komen? Dat is een saaie, maar heel relevante vraag. Via de Comeniusbeurs hebben we budget om hiermee binnen het onderwijs te experimenteren. Zo willen we laten zien dat hybride onderzoek waarde heeft. We hopen dat zo steeds meer ruimte ontstaat om onderwijs en onderzoek op een transdisciplinaire manier aan te pakken.

Wat voor studenten volgen deze studie? Zijn het allemaal alleskunnende Leonardo Da Vinci’s?

De motivaties voor een Double Degree zijn heel verschillend. Sommige studenten zeggen: ik wil als kunstenaar op een heel onderzoekende manier bezig zijn. Zij hebben een concreet idee van wat ze willen worden, dus dat zijn een beetje de Da Vinci’s. Maar er zijn ook studenten die na hun middelbare school niet willen kiezen, omdat ze én slim én creatief én breed geïnteresseerd én academisch georiënteerd zijn, iets wat ze niet kwijt willen raken. En dat is een heel goede motivatie om hieraan te beginnen.

Waarom kun je bij RASL alleen studies van de kunstacademie, Codarts, International Bachelor Arts and Culture Studies en Erasmus University College combineren?

Op het EUC hebben we al veel aanbod, met economics & business, social & behavioural sciences, humanities en life sciences. Maar het aanbod is nog beperkt, soms door praktische bezwaren. Je kunt bijvoorbeeld geen dansopleiding van Codarts volgen met het RASL-programma, omdat dit te tijdsintensief is. Maar we kijken of we het aantal studies kunnen uitbreiden, omdat we zien dat de Double Degree werkt, potentie heeft, en groeiende studentenaantallen kent, ook internationaal. Er is dus behoefte aan zoiets als RASL. Dat geeft ons de kracht om te kijken wat er nog meer mogelijk is.

Zijn er ook opleidingsrichtingen die zich hier helemaal niet voor lenen?

Ik geloof erin dat er personen zijn die niet transdisciplinair willen werken, bijvoorbeeld omdat het een bepaalde nieuwsgierigheid vereist. Maar ik geloof niet dat er een discipline bestaat waarin het heel goed is om alleen maar in het eigen hokje te blijven met enkel mensen die in die discipline leven. Je moet altijd contact hebben met de buitenwereld. Er bestaan geen disciplines die in een cocon moeten blijven om kwaliteit te leveren.

De eerste studenten zijn gestart in 2016 en zijn over drie jaar klaar. Hoe zorgen jullie ervoor dat zij goed landen in de vaak mono-disciplinaire wereld?

De wereld is niet zo mono hoor! Er zijn steeds meer vragen waar we niet over uitkomen, zoals de klimaatcrisis, gezondheidszorg en veiligheid. Bij die vragen ontstaat ruimte voor het experiment, voor transdisciplinariteit, voor het overbruggen van disciplines en domeinen. Onze studenten komen terecht in de wereld die snakt naar mensen die dat kunnen. Die verschillende talen spreken, creatief zijn, flexibel in hun denken. Die vraag speelt heel erg en zal steeds sterker worden.

CV Boo van der Vlist

Naam Boo van der Vlist

Leeftijd 28

Woonplaats Rotterdam

Opleiding BA Autonoom beeldende kunst (Willem de Kooning Academie), MA Autonoom beeldende kunst (Sandberg Instituut), BA Politicologie en MA Bestuur en Beleid (Universiteit van Amsterdam)

Werk Opleidingscoördinator en onderzoeker RASL, docent (Willem de Kooning Academie en Erasmus University College), zelfstandig onderzoeker en kunstenaar

Meer info Portfolio & LinkedIn

Boo van der Vlist in 10 keuzes

Om beter te weten te komen wie Boo van der Vlist is, stelden we haar voor tien keuzes. Wat als zij geen domeinen mag combineren, maar verplicht keuzes moet maken?

Kunstenaar of onderzoeker?

Kunstenaar.

Hagelslag of pindakaas?

Pindakaas.

Onderzoeken of lesgeven?

Lesgeven.

Bellen of appen?

Bellen.

Erasmus Universiteit of Universiteit van Amsterdam?

Erasmus.

Drank of drugs?

Drank.

Eén student een 10 en de rest een 4, of allemaal een 7?

Allemaal een 7.

Slim of grappig?

Grappig.

Saai en doeltreffend, of experimenteel en gebrekig?

Makkelijk: experimenteel en gebrekkig.

Familie of vrienden?

Familie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *