Martijn Burger is geluksonderzoeker: “Vergelijken is killing voor ons geluk”

Martijn Burger (fotografie: Lotte Dirks)Voor het alumni-magazine van de Erasmus Universiteit Rotterdam sprak ik Martijn Burger, wetenschappelijk directeur bij de Erasmus Happiness Economics Research Organisation. Dat gesprek leverde uitspraken op die ik mezelf tientallen keren hoorde herhalen op feesten en partijen, want de onderzoeker wist in een goed uur alles te vertellen over waar je wél en niet gelukkig van wordt. “Het verband met geld wordt overschat.”

“Vergelijken is killing voor ons geluk”

Chief Happiness Officer. Hoe mooi kan je titel zijn? Martijn Burger is die Chief, oftewel: wetenschappelijk directeur bij de Erasmus Happiness Economics Research Organisation. Samen met zijn team onderzoekt hij hoe gelukkig mensen zijn, en waarom. “Het verband met geld wordt overschat. En we onderschatten de waarde van fysieke contacten.”

U doet onderzoek naar de vraag hoe gelukkig mensen zijn. Waarom?

“We hebben als onderzoeksinstituut een maatschappelijke missie, dus wij streven naar een groter geluk voor een groter aantal mensen. Door mensen van informatie te voorzien over geluk, kunnen zij betere keuzes maken.”

Wat is het belang van onderzoek naar geluk?

“Gelukkig, dat is iets wat wij als mens willen zijn. Dat is niet hetzelfde als plezier hebben. Wij kijken naar een duurzame versie: wat is je kwaliteit van leven? En hoe bereik je dat? Ons onderzoek kan mensen daarin inzicht geven. Dat heeft ook nut vanuit economisch perspectief. In een bedrijf zorgt geluk voor meer productiviteit, creativiteit en gezondheid. En voor de overheid geldt: gelukkige burgers zijn betere burgers. Ze veroorzaken minder onrust en betalen hun belasting beter.”

Uw groep onderzoekt momenteel het verschil in geluk tussen mensen die in de stad en op het platteland wonen. Waarom zoomen jullie daarop in?

“Ik kom zelf uit de ruimtelijke economie en verwonderde me over de trek naar de stad. Blijkbaar is dat een geweldige plek om te wonen. Maar kijk je naar de statistieken, dan rapporteren mensen in steden een stuk lager over hun geluk dan op het platteland. In Nederland komt dat grotendeels door het selectie-effect dat een stad meer alleenstaanden, werklozen en etnische minderheden aantrekt. Die zijn om uiteenlopende redenen allemaal ongelukkiger. Tegelijkertijd zie je dat in steden de variatie in geluk veel groter is. Succesvolle, hoogopgeleide, jonge mensen die vaak gebruikmaken van voorzieningen zijn juist gelukkiger in de stad dan op het platteland.”

Volgens prognoses leeft in 2050 tweederde van de wereldbevolking in de stad. De reden voor die beweging is blijkbaar gebaseerd op een illusie?

“Daarnaar heeft psycholoog Daniel Kahneman geweldig onderzoek gedaan. Hij stelde vragen aan twee groepen studenten, één in het Midden-Westen van de VS en en eentje in Californië. Denk je aan Californië, dan denk je aan stranden, Disneyland, palmbomen en uitgaansmogelijkheden. Maar in de praktijk is er ook veel armoede en hoge kosten voor levensonderhoud, waardoor je veel uren moet werken. Als Kahneman aan studenten vraagt hoe gelukkig ze zijn, dan zie je geen verschil tussen de groepen. Maar dan vraagt hij aan studenten uit de Midwest: hoe gelukkig zou jij zijn in Californië? En dan blijkt dat ze verwachten daar gelukkiger te zijn. Studenten uit Californië denken juist ongelukkiger te zijn in het Midden-Westen. Focusing illusion noemt hij dat. Oftewel: we kunnen bij het maken van een keuze niet alle aspecten meenemen en richten ons enkel op een paar elementen die opvallen. Hierdoor maken we verkeerde inschattingen van hoe gelukkig we ervan worden. Bij de keuze voor Californië dachten de studenten waarschijnlijk vooral aan die uitgaansmogelijkheden, palmbomen en stranden, maar niet aan de hoge kosten van het levensonderhoud.”

Laten we zeggen dat de gemiddelde lezer van ea magazine boven de dertig is, hoogopgeleid, redelijk rijk, en twee kinderen heeft. Waar kan hij of zij het beste wonen?

“Voor geluk in de stad moet je vooral jong en hoogopgeleid zijn, en wat geld hebben te besteden voor die voorzieningen. Het geluksgevoel van ouderen, en in iets mindere mate gezinnen met kinderen, is juist wat hoger op het platteland. Voor de rest van de groepen zit er geen verschil in geluk tussen waar je woont. Werklozen zijn bijvoorbeeld even ongelukkig in de stad als op het platteland.”

(tekst gaat verder na de foto)

Martijn Burger (fotografie: Lotte Dirks)
Martijn Burger (fotografie: Lotte Dirks)

Wat zijn dan wél belangrijke zaken die je geluk beïnvloeden?

“Ten eerste gezondheid en sociale relaties. Daarna de combinatie van werk en inkomen, dus het hebben van geld en een doel in het leven.”

Zijn er ook misvattingen over wat ons gelukkig maakt?

“Het verband met geld wordt overschat. In de VS ligt de bovengrens op 70.000 dollar, daarboven leidt meer geld niet tot heel veel meer geluk. Maar materialisme zit heel erg ingebakken in ons systeem. Tegelijkertijd onderschatten we vaak de waarde van fysieke contacten. Er is wel meer online contact, maar we weten dat het effect daarvan op geluk gemiddeld zeer beperkt is. Bij mensen die eenzaam zijn, is het effect zelfs negatief. De sociale vergelijking met mensen die er wél gelukkig uitzien, is killing voor ons geluk. En dat is meteen het grote probleem: we vergelijken ons altijd met mensen die meer hebben. Het laagste gelukscijfer dat ik ooit heb gezien, komt uit Tsjaad, daar werd een 2,5 gescoord. Er is conflict, slechte gezondheid, verlies van dierbaren, basisbehoeften ontbreken, werk is afwezig. Kijk je naar de kwaliteit van onze overheid, dan mogen we ons in Nederland heel gelukkig prijzen. Maar in plaats van onze zegeningen te tellen, vergelijken we ons met mensen die nóg meer hebben.”

In hoeverre zijn wij in staat om ons ondanks slechte omstandigheden toch gelukkig te voelen?

“Goede omstandigheden wennen snel. Dat zie je ook bij mensen met een hoger inkomen, mensen die de loterij winnen of net zijn getrouwd. Maar slechte omstandigheden, zoals werkloosheid en armoede wennen niet. Wat nog veel erger is, is ‘scarring’. Raken mensen werkloos, en vinden zij daarna weer een baan, dan komen ze toch niet meer terug op hun oude geluksniveau. Ze zijn nog beschadigd door bijvoorbeeld het verlies aan zelfvertrouwen.”

Is onze combinatie van democratie en kapitalisme het meest gelukzalige systeem? Of zouden we beter in een communisme of een dictatuur kunnen leven?

“Ook al is een democratie niet optimaal, het is wel het te prefereren systeem, blijkt uit de cijfers. Kijk je naar de gelukkigst landen, dan zijn dat allemaal samenlevingen met vrijheid, een sterke sociale welvaartsstaat en inkomens die niet te veel uiteenlopen. Denk aan Finland, Denemarken, Zweden, Noorwegen en IJsland. Ook Nederland staat hoog op die lijstjes. Zorg er dus voor dat als er groei is, zoveel mogelijk mensen hiervan kunnen profiteren.”

Wat zijn grote vraagstukken die je nog wilt oplossen?

“Ten eerste doet geluksonderzoek vaak heel algemene uitspraken, zoals: steden zijn slechter voor geluk. Wij willen graag weten wat voor wie werkt onder welke omstandigheden. Denk aan een app die mensen helpt bij het maken van keuzes op basis van een persoonlijkheidsprofiel. Overheden kunnen daar ook bij gebaat zijn, zodat zij naar meer kijken dan naar economische groei alleen. Dat draagt bij aan een betere kwaliteit van leven. Het tweede is dat ik wil onderzoeken wat de consequenties van geluk zijn. Als wij dat rendement kunnen laten zien, dan kunnen we meer partijen warm maken om geluk mee te laten spelen bij hun beslissingen.”

Laatste vraag: op een schaal van 0 tot 10, hoe gelukkig ben je?

“Nou, toch wel een 8+, iets boven het Nederlandse gemiddelde van een 7,6. Daarbij scoort ongeveer 15 procent een 6 of lager. Een 8 wordt het vaakst genoemd. De meeste Nederlanders zijn gewoon echt tevreden met hun leven.”

Over Martijn Burger

STUDIE: Bachelor Sociale Wetenschappen (Universiteit Utrecht, 2000-2003, with honors), master of Science Economie & Bedrijfskunde (Erasmus Universiteit Rotterdam, 2003-2005, cum laude), master of Science Sociologie (Universiteit Utrecht, 2004-2006, cum laude), promotieonderzoek Stedelijke en Regionale Economie (Erasmus Universiteit Rotterdam, 2007-2011, cum laude)
FUNCTIE: Universitair (hoofd)docent bij Erasmus School of Economics (2011-heden), wetenschappelijk directeur Erasmus Happiness Economics Research Organisation (EHERO) (Erasmus Universiteit Rotterdam, 2014-heden), Chief Happiness Officer bij Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA) (2017-heden).

Fotografie: Lotte Dirks

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *