Presentatie DCMR en de haven: wie stapt over zijn schaduw heen?

Groene haven - presentatie DCMRVoor Vers Beton, het magazine voor de harddenkende Rotterdammer, deed ik onderzoek naar de verduurzaming van de Rotterdamse haven. Eind mei mocht ik daarover een lunchlezing geven voor de mensen van DCMR Milieudienst Rijnmond. Ik discussieerde met hen over hoe we toch ooit de Rotterdamse haven moeten verduurzamen, noteerde hun reacties en inzichten, en speelden met hen de online game De Groene Havenbaas (ze deden het heel goed – red.).

  • Mocht je me een keer willen uitnodigen voor een soortgelijke lunch/ontbijt/watdanook-lezing: ik hoor het graag!
  • Lees de terugblik op de lezing op Vers Beton

Groene haven - presentatie DCMR

DCMR en de haven: wie stapt over zijn schaduw heen?

De Milieudienst Rotterdam-Rijnmond, kortweg DCMR, nodigde Inge Janse uit om te vertellen over zijn onderzoek naar de groene toekomst van de Rotterdamse haven. Tijdens de lezing en het spelen van de bijbehorende game, leerde hij al snel dat we niet hoeven te hopen op de industrie zelf. Een terugblik.

We hebben aanvoerders nodig! Dat, in een notendop, vat de kernboodschap van mijn presentatie samen die ik half mei bij DCMR mocht geven. De milieudienst Rotterdam-Rijnmond had me uitgenodigd om te vertellen over de resultaten van mijn onderzoeksdossier ‘Wat houdt de groene toekomst tegen’ – én om samen met zo’n 100 specialisten van DCMR de online game ‘De Groene Havenbaas’ te spelen.

Deze milieudienst van de provincie Zuid-Holland en 14 gemeenten heeft vooral als doel om te bepalen of organisaties zich houden aan wetten voor bescherming van bodem, milieu en veiligheid. Toch wil DCMR ook graag kijken of zij bij kan dragen aan verduurzaming van de economie. Dat doet zij onder meer door mee te werken aan circulaire projecten en slim hergebruik van reststromen. Oftewel: DCMR controleert of wetten nageleefd worden, maar hoopt tegelijkertijd op meer ambitie in die wetten voor verduurzaming van de economie – zoals van de industrie in de haven.

Cynische intenties
De lunchlezing vond ik om veel redenen erg inspirerend en enthousiasmerend. Ten eerste omdat de medewerkers van DCMR zo enorm betrokken zijn. Zij onderkennen de problematiek van te veel CO2-uitstoot en gebruik van fossiele grondstoffen volmondig, willen écht dat de haven verandert, denken mee over oplossingen, en durven zich kwetsbaar op te stellen over dat zij het ook niet weten. Ook vinden zij het lastig om te horen hoe cynisch ikzelf geworden ben over de toekomst. Het kan toch met slimme techniek? Een moedige overheid? Maatschappelijk activisme anders? Toch?

Tijdens de bijbehorende discussie werd al snel duidelijk dat er weinig vertrouwen bij de DCMR-medewerkers leeft dat bedrijven zelf het initiatief zullen nemen. Die lethargie van het bedrijfsleven is een confronterende conclusie, want dat betekent dat de meest logische en directe manier om de haven te vergroenen, niet gaat werken. Bovendien voedt dat inzicht het bestaande cynisme in de maatschappij over het ‘slechte’ bedrijfsleven, dat met de mond belijdt aan verduurzaming te willen werken, maar wiens intenties slechts de weg naar de hel plaveien.

Dus, de overheid?
De logische vervolgstap is dat de overheid optreedt. Maar ook daar komen veel mitsen en maren bij kijken, gaven de aanwezige DCMR-medewerkers aan. Er heerst steeds meer waan van de dag, politici denken niet verder dan hun eigen vierjarige termijn, en er is veel angst voor de weerstand en woede van burgers over de onvermijdelijke impopulaire keuzes. “Ambtenaren trekken zich terug, de regering mist visie”, zo vertelde een van de deelnemers achteraf. “De overheid moet harder optreden tegen bedrijven door meer maatregelen te eisen, maar dat is niet altijd mogelijk. Regels en richtlijnen worden nog altijd opgesteld onder grote invloed van het bedrijfsleven.”

“Je moet sterk in de schoenen staan om maatregelen te nemen die het algemeen belang dienen, maar niet direct rendement opleveren voor de betrokkenen”

Wat voor mezelf confronterend was, dat ik in mijn presentatie hard tegen het level playing field-argument aanschopte dat het bedrijfsleven altijd aanhaalt om elke keuze te dwarsbomen (en dat luidt ‘Als wij hier moeten investeren, dan verdwijnt de CO2-uitstoot enkel naar een ander land’). In de discussie kwam ik er vervolgens achter dat ik meerdere malen datzelfde argument aanhaalde om duidelijk te maken waarom bijvoorbeeld het verplichten van bedrijven tot drastische milieumaatregelen niet gaat werken (met dank aan aandeelhouders en hun kortetermijndenken en buitenlandse hoofdkantoren voor wie de locatie in Nederland er slechts een van de vele is). Oftewel: het blijft heel lastig om keuzes te maken.

Gezocht: een aanvoerder (man/vrouw/politicus/bedrijf/watdanook)
Een conclusie die vrijwel iedereen onderschreef, is dat er node een aanvoerder wordt gemist. Welk bedrijf zet als eerste écht grote stappen richting de groene toekomst? Ik denk daarbij aan investeringen van – zeg – meer dan een miljard euro in een groen alternatief voor de fossiele processen. Dat moet voldoende massa geven om het duurzame alternatief te laten concurreren met de fossiele industrie, waarbij het ook als stepping stone voor soortgelijke projecten kan fungeren. En welke politicus, raad of regering stapt over de schaduw van eigen ego, partij en vierjarige regeerperiode om impopulaire maar noodzakelijke keuzes te maken?

“Je moet sterk in de schoenen staan om maatregelen te nemen die het algemeen belang dienen, maar niet direct rendement opleveren voor de betrokkenen”, blikte een andere aanwezige terug. “Bijvoorbeeld een besluit om vieze industrie te behouden, omdat de productie elders nog viezer is, kan op weinig steun van de lokale groene politiek rekenen, terwijl dit mondiaal wel beter is.” Als voorbeeld draagt hij daarvoor het terugwinnen van warmte aan bij bestaande kolencentrales. “In de media wordt het gekoppeld aan het kunnen stoken op biomassa. Een aanvoerder kan de knoop doorhakken om dit soort ontwikkelingen niet van elkaar afhankelijk te maken, en direct te beginnen met het verminderen van verspilling.”

PS: Als de DCMR-medewerkers een dag de baas in de haven zouden zijn, dan waren we al een stuk verder. Hun resultaat in de game (ondanks dat ze regelmatig voor hun idealen kozen, wetende dat het alternatief reëeler zou zijn) was een groene haven die minder CO2-uitstoot, minder energie gebruikt, én weinig extra kosten kent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *