Willem Huisman (Dow): ‘We moeten eigen kansen creëren’

Willem Huisman, Dow Benelux
Willem Huisman, Dow Benelux

Voor het vakblad Petrochem sprak ik begin 2014 Willem Huisman, voorzitter van de raad van bestuur van Dow Benelux. De fabrieken in Terneuzen gaan namelijk samenwerken met andere bedrijven om de internationale concurrentie het hoofd te bieden. Met schaliegas in de Verenigde Staten en goedkope grondstoffen in het Midden-Oosten is dat alleen knap lastig. Bovendien verzet het Amerikaanse hoofdkantoor van Dow zich met hand en tand tegen de export van schaliegas naar Europa. Hoe gaat Dow Benelux dan toch de strijd overleven?

‘We moeten eigen kansen creëren’

Dow Benelux gaat gebukt onder de hoge prijzen voor grondstoffen en energie, zeker in vergelijking met concurrenten in Amerika. De chemiereus gaat daarom samenwerken met elf andere zware bedrijven uit de Zuidwestelijke deltaregio. Dat moet ook wel, vertelt Willem Huisman, voorzitter van de raad van bestuur van Dow Benelux: ‘Bij de 100 meter sprint beginnen onze tegenstanders met 20 meter voorsprong.’

Het nieuws werd in februari bekendgemaakt: chemiebedrijf Dow in Terneuzen gaat samen met elf andere energie- en grondstofintensieve bedrijven uit de Zuidwestelijke deltaregio samenwerken. De deelnemers aan het zogeheten Smart Delta Resources-platform, waaronder bedrijven uit de chemie, energie, metaal en levensmiddelen, willen zo onder meer rest- en afvalstromen uitwisselen.

Dat moet ook wel, want de Europese industrie dreigt vermalen te worden tussen het goedkope schaliegas in de Verenigde Staten en de rijkelijk beschikbare grondstoffen in het Midden-Oosten. Ondertussen pleit Dow’s moederbedrijf ervoor om voorzichtiger om te gaan met de export van natural gas en klinkt in eigen land steeds luider de roep om radicale vergroening van de zware industrie.

Hoog tijd dus voor een gesprek met Willem Huisman, sinds juli 2012 voorzitter van de raad van bestuur van Dow Benelux. Hoe ervaart hij de concurrentie vanuit de andere werelddelen? Welke rol gaat het Smart Delta Resources-platform spelen om hiermee om te gaan? En wat kan een eredivisiespeler als Dow nog meer doen om de tegenstanders toch te snel af te zijn?

De bedoelingen van het Smart Delta Resources-platform klinken goed. Maar hoe willen jullie dat concreet bereiken?

Waar alle deelnemers het over eens zijn, is dat we steeds meer druk ervaren door de kosten van energie en grondstoffen. Tot nu toe zagen we dat bedrijven vooral in eigen huis dingen verbeterden. Je kijkt naar je verticale ketens, praat met je eigen value chain, en optimaliseert dáár zaken. De kern van het platform is dat we juist dwars over moeten gaan, dus cross-sectoraal kijken naar wat de buren doen. Hoe kun je door slimme samenwerking nieuwe slagen maken? Daar zit muziek in, vinden alle deelnemers.

Vorige zomer vonden de eerste sonderingen plaats. Hoe kunnen de reststromen van de één door de ander voor iets nuttigs worden gebruikt? We moeten dat heel goed in kaart brengen, en daar hebben we de komende zes tot negen maanden voor uitgetrokken. Er zijn al ideeën, maar we moeten eerst dieper graven om de echte game changers in beeld te brengen.

Ik moest denken aan de stoompijp in het Rotterdamse gebied, waarbij restwarmte van de één nuttig is voor de ander. Is dat een mogelijke uitkomst, verbindingen tussen bedrijven die er eerder niet waren?

Dat is een oplossing, pijpleidingen die verschillende bedrijven met elkaar verbinden, of een pijp met warmte die naar de lokale community gaat. We claimen niet dat we waanzinnig revolutionaire dingen gaan doen. We proberen goede business cases te bouwen, en dat doe je heel vaak door projecten te kopiëren die ergens anders al worden gedaan, en die slim met elkaar te verbinden. Daar zit het nieuwe in.

De aanleiding voor het platform is de slechte concurrentiepositie van energie- en grondstofintensieve bedrijven in Nederland. Hoe ziet die situatie er concreet uit voor Dow Benelux?

Een heel groot deel van wat wij maken, wordt geëxporteerd. Daarbij kom je concurrenten tegen die, als je pech hebt, hun producten maken in Amerika of het Midden-Oosten. Daar kost energie een factor drie minder, daar zijn de grondstoffen goedkoper, en daar moet je dan tegenop boksen. De mondiale concurrentiepositie van Europa is gewoon naar achteren gehobbeld, en daar hoort Nederland bij. Vergelijk het maar met meedoen aan de 100 meter sprint, waarbij je tegenstander al begint bij meter 20. Haal dat maar weer eens in.

Hebben wij in Europa iets dat onze eigen twintig meter voorsprong geeft?

Zeker. Europa heeft altijd een heel erg goede procestechnologie gehad, waarin we heel erg goed omgaan met energie en grondstoffen. Ook qua innovatie zijn we nog steeds top, met een hoge concentratie aan kennis op korte afstand van elkaar. Daarmee konden we lang toch competitief zijn. Maar met de ontwikkelingen die we op dit moment zien, wordt dat heel erg moeilijk.

Wat moet er daarom, naast het platform, nog meer gebeuren in Nederland en Europa om de situatie beter te maken voor Dow Benelux?

Het eenvoudigste is natuurlijk dat je plotseling goedkope grondstoffen en energie krijgt, maar dat zien we binnenkort niet gebeuren. Als Dow, maar ook als Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, pleiten we er daarom voor om het in ieder geval niet nóg erger te maken. Zet ons niet op min 10 meter!

Leg uit?

We krijgen van de ene kant, bijvoorbeeld het ministerie van Economische Zaken, hulp. Zij zegt dan: we gaan de clustervorming ondersteunen en we geven compensatie binnen het SER-energieakkoord voor indirecte ETS-kosten. Maar voor je er erg in hebt, komt er een ander ministerie dat het weer wegpakt! Neem die discussie over de belasting op leidingwater en de steeds strenger wordende regelgeving en handhaving. We worden helemaal dicht-geregeld. Zo wordt het moeilijker, complexer en duurder. Het geeft ons het gevoel dat Den Haag denkt: ach, de industrie heeft het goed, dat is een melkkoe waar we weer eens wat vanaf pakken. Ik mis de sense of urgency, de wil om de maak- en procesindustrie te beschermen, en de industriepolitiek om ergens dwars voor te gaan liggen zodat een bedrijf niet leegloopt.

Ondertussen zijn er ook beleidsmakers die zich hardop afvragen of we nog wel een zware, energie-intensieve industrie moeten hebben. Volgens hen moet de industrie vergroenen. Wat zou u tegen hen willen zeggen?

Eén van de grootste problemen is dat heel veel mensen ‘verduurzamen’ gelijkzetten met ‘groen’. Zij missen dan alleen de derde ‘p’, want je hebt planet, people én profit. Als jij geen profit hebt, dan ben je niet duurzaam bezig, want dan is het op afzienbare tijd einde verhaal. We kunnen als maatschappij wel zeggen dat het geweldig is om te vergroenen, maar het kost gewoon twee keer zoveel! Dat gaat nie-mand kopen, en dáár gaat het allemaal om!

Waarom bestaat dat idee van vergroenen dan nog, als het zoveel duurder is? Neem het recente onderzoek in Wageningen, dat stelt dat de overstap naar groene grondstoffen mogelijk is zonder dat daar duurdere producten uit volgen of subsidie voor nodig is. Blijkbaar is die overstap heel makkelijk te maken, toch?

Die mening deel ik niet. Je kunt misschien in je laboratorium wel bewijzen dat iets duurzaam is, maar wat als je het gaat upscalen? Maak er maar eens een fabriek van waar je niet twee litertjes kunt maken, maar duizenden tonnen. En dan praten we nog over heel weinig, want zelfs daar kun je weinig mee doen. Het loopt spaak op de toevoer van je grondstoffen, die je plotseling van verder moet gaan halen. En dit is met heel veel berekeningen om iets te vergroenen het geval. Wij hebben ook zelf, samen met de universiteit van Wageningen, Cargill en de Suiker Unie, onderzocht of we een polyethyleen konden maken uit suikerbieten via bio-ethanol. Het kan, maar het rekent gewoon niet. Helemaal niet!

Is dat zo? Het andere kamp zegt dat verduurzaming juist in één keer moet, zodat de prijzen naar beneden gaan.

Er zijn twee scholen van how to manage a transition. Als je het aan mij vraagt, dan is shocktherapie de nekslag voor de maakindustrie in Europa. Het rekent gewoon niet, en nog minder nu we qua energie- en grondstofprijzen op achterstand staan. Je kunt het wel proberen, maar uiteindelijk heb je te maken met een consument bij wie er steeds minder in zijn portemonnee zit, en die maakt knal-harde keuzes. Waarom staat er anders zoveel made in China in de winkelrekken? Kijk zelf maar naar wat je koopt.

De paradox is dat terwijl Dow Benelux lijdt onder de hoge grondstof- en energieprijs, Dow in Amerika juist profiteert van het goedkope schaliegas en de export hiervan tegenhoudt, hoezeer Dow Benelux daar ook van zou profiteren. Het lijkt wel alsof een ouder het zijn kind expres moeilijk maakt.

Het beeld is genuanceerder dan hoe je het nu schildert. Het klopt dat onze firma in Amerika luid protesteert tegen de export van gas, maar daar zitten een paar dingetjes achter. Er komt een enorme golf aan investeringen in fabrieken aan, en die gaan allemaal koken op natural gas. Dow heeft daarom gezegd: laten we niet méér exporteren dan het nu afgesproken plafond van 8 billion cubic feet per dag voordat we alle risico’s voor de economie kunnen overzien. Want als we over die grens gaan, dan is dat ook voor de lange termijn.

In 2003 tot 2005 werd niet voorzien wat de maakindustrie plus huishoudens nodig hadden, waardoor de gasprijs verviervoudigde. Het gevolg was dat de hele maakindustrie in Amerika, met de petrochemische industrie voorop, op sterven na dood was. Als je nu hetzelfde probleem krijgt, dan overleef je dat niet nog een keer.

Ten tweede, en dan praat ik helemaal uit de Amerikaanse optiek, heeft Amerika nú een voordeel. Het land is minstens zo sterk als het Midden-Oosten, en de situatie is zoals in de jaren zestig en zeventig, toen de hele industrie ontstond. Welvaart wordt gemaakt door banen, en die kun je alleen maar creëren als je ervoor zorgt dat je de derivaten óók in eigen land maakt. Je pakt dus de grondstoffen plus de goedkope energie, dat converteer je door de value chain heen, en pas dan ga je exporteren. Daar komt nog bij dat gas exporteren vreselijk onhandig, duur en anti-energiebesparend is, terwijl plastic korreltjes verschepen juist heel makkelijk is.

Dat is dus de hele redenering. In Dow’s ogen moet Amerika oppassen dat ze deze positie niet weer gelijk kwijtspeelt, maar het voordeel gebruiken om banen te creëren, want dat betekent welvaart.

Maar hoe staat u daar als Dow Benelux tegenover?

Als Dow Benelux vind ik dit vre-se-lijk jammer. Maar ik begrijp het helemaal. En ook al komt er heus wel export van schaliegas, ook daar zit een rem op. Er zijn wel voordelen, maar het is niet zo dat schaliegas dat in Amerika vier dollar kost, hier even duur is. Je moet er behandelingsstappen bijtellen, en dan kost het minstens tien dollar. Wij moeten het hier dus doen met wat we hebben, en dat betekent dat je slim met elkaar gaat samenwerken en dat je kijkt naar hoe we nóg efficiënter met onze resources om kunnen aan.

Hoe houdt u dan toch moed als Dow Benelux?

Ik kan wel bij de pakken gaan neerzitten en een rondje huilen, maar dat helpt niks. Wij creëren daarom onze eigen kansen. De ene kans is door te kijken of we slim kunnen samenwerken. De andere is door zo efficiënt mogelijk om te gaan met je materialen en zo het beste kostenplaatje te hebben van je concurrenten in Europa. Oftewel: ervoor zorgen dat jij de laatste bent van de tien kleine negertjes. Het realiseren daarvan ligt helemaal bij ons, en daar zijn we heel druk mee bezig. Bovendien proberen we in Europa te produceren wat Europa nodig heeft, dus zonder dat je tegen internationale competitie oploopt.

Dus meer produceren voor het eigen achterland, en minder met een mondiaal perspectief?

Dat is inderdaad een mogelijkheid, een beetje schroeven aan het portfolio. Dat is dan weer wél het mooie aan een internationaal bedrijf, dat je met je sourcing points kunt spelen. Als dat goedkope spul met een lage toegevoegde waarde in Amerika wordt gemaakt, dan importeren we dat, en gebruiken we onze capaciteiten hier voor andere producten. Maar, let op: of we hier al mee bezig zijn, dat is wat anders.

Maar kan Dow Terneuzen wel iets aanpassen in zijn portfolio? Terneuzen is in uw eigen woorden het lelijke eendje van Dow. Wil het moederbedrijf wel investeren om dit mogelijk te maken?

(diepe zucht) Die investeringen, die zijn er op dit moment níet. Al het geld gaat ergens anders naartoe, dus daarin heb je een erg beperkte flexibiliteit. Je moet wel een heel erg goede business case aandragen, wil je succes hebben. Maar dan zijn we weer terug bij wat ik zei: we moeten onze eigen kansen creëren, doen wat je kunt doen, en daarin slimme keuzes maken.

Kader: Over Willem Huisman

Willem Huisman studeerde chemie in Zurich en promoveerde op materiaalwetenschap bij het Institute for Nonmetallic Materials. In 1995 ging Huisman aan de slag bij Dow als field sales trainee voor Thermosets in Zwitserland. Sinds juli 2012 is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Dow Benelux. Hiermee volgde hij Gerard van Harten op, die na 35 jaar Dow-dienst eind 2012 met pensioen ging. Huismans laatste functie vóór zijn voorzitterschap was die van sales director basic chemicals & polyurethanes West-Europa.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *