Opinie: Oorlogsgebied Delfshaven

De Beste Stuurlui
De Beste Stuurlui

Voor ‘De Beste Stuurlui’, de wekelijkse opinierubriek van het Rotterdamse magazine Vers Beton, schreef ik eind 2012 een opiniestuk over Delfshaven. De deelgemeente was die week uitgebreid besproken in dagblad Trouw vanwege de problemen met drugsrunners in de wijk. De schrijfster, Ludette el Barkany, had de problemen alleen wel érg groot en breed gemaakt, dus een nuancering was op zijn plaats.

Na plaatsing van het artikel werd het ook overgenomen in dagblad Trouw, plus dat ik gevraagd werd door Radio 5 om in Dichtbij Nederland toelichting te geven. Het originele artikel vind je hieronder.  

Beste Ludette el Barkany

Grote dank dat je deze week in de Trouw een groot taboe doorbroken hebt. Inderdaad! Delfshaven is een poel des verderfs! De duivel waart hier rond als een briesende leeuw! Het is een postapocalyptisch oorlogsgebied! En het komt allemaal door de Marokkanen!

Ik vind het enorm moedig van je dat je zelf polshoogte bent komen nemen. Kogelvrijvest aan, microfoon onder je kleren, bewakers in de buurt, knuppel met spijkers in de aanslag, kuisheidsgordel vastgegespt, neem ik aan? En dat je heelhuids bent thuisgekomen! Knap hoor!

Want laten we wel wezen, Ludette: Delfshaven is niet zomaar een gebied. Nee nee. “Al jaren maken drugsbendes het leven in de Rotterdamse wijken Bospolder, Tussendijken, Middelland en het Nieuwe Westen ondraaglijk. Winkeliers worden geïntimideerd, bewoners zien dagelijks het geweld toenemen of krijgen er persoonlijk mee te maken en jonge jongens worden gerekruteerd om drugs te verhandelen op straat. Na verschillende schietincidenten heet het westen van Rotterdam in de volksmond al snel ‘Het Wilde Westen’ en dat lijkt geenszins overdreven. De drugsbendes bestaan hoofdzakelijk uit Marokkanen die onderling een drugsoorlog lijken te voeren en die zich heer en meester wanen in de wijken.”

Inderdaad, Ludette. Ik zit hier, schrijvend in mijn appartement aan de Schiedamseweg, op het grensgebied tussen Tussendijken en Bospolder, op de rand van de lichamelijke en geestelijke afgrond. Ki-lo’s valium gooi ik er dagelijks tegenaan om deze misère vol te houden. Gelukkig heb ik, toen ik vorig jaar weer eens naar buiten durfde, voldoende afbakbrood en blikken tonijn ingeslagen om het hier binnenshuis vol te houden. Maar goed: wie weet komen die criminelen wel gewoon mijn huis in! Wat dan, Ludette? Wat dan?!

Bovendien, Ludette, zul je na je diepte-interviews met een representatieve afvaardiging van de wijk tot in de finesses weten dat mijn vrouw het nóg veel zwaarder heeft. Geen moment kan zij zich buiten vertonen of ze wordt beschimpt, bespuugd, geslagen, uitgemaakt voor het hele rotte dierenrijk, en regelmatig doodgeschoten. We zijn inmiddels redelijk bedreven in het stoppen van slagaderlijke bloedingen en uitvoeren van open-hartoperaties, maar het blijft toch altijd een strijd om de dag levend door te komen.

Bedankt dus, Ludette. Bedankt dat je eindelijk de waarheid over drugsrunners in de wijk verteld hebt. Dat wisten we namelijk nog niet. Het is daarom méér dan goed en méér dan reëel dat je – in een verhaal wat eigenlijk over drugsbendes gaat – ook uitgebreid vertelt over Marokkaanse pubers en hun middeleeuwse opvattingen over vrouwen. Die Yassin, die lijkt me namelijk bijzonder representatief en ook exemplarisch voor Delfshaven, en dus is n=1 méér dan voldoende om je punt te maken.

Nogmaals, Ludette, bedankt. Bedankt dat je de ogen voor ons, inwoners van Delfshaven, maar ook iedereen daarbuiten, hebt geopend. Ik blijf daarom ook vandaag veilig binnen, en kijk vanuit mijn raam naar de schietpartijen op straat. Nu maar hopen dat mijn vrouw Yassin niet tegenkomt. Kom jij haar dan redden, Ludette? Bedankt alvast!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *