Interview: dBridge is een dankbare oude brompot

dBridge
dBridge

Een van mijn grote helden in het dancecircuit is dBridge. Dit alterego van de Brit Darren White behoort tot de geschiedenis van de drum ’n bass, en heeft zichzelf rond 2005 helemaal opnieuw uitgevonden met een compleet nieuwe filosofie, inclusief nieuwe muziekstroming (autonomic), een eigen label en het afscheid van zijn verleden. 

Het leek me daarom bij uitstek een artiest die over meer kan vertellen dan over zijn nieuwe plaat en zijn laatste gig, en dat bleek meer dan waar te zijn. In de zomer van 2012 vertelde hij tijdens een taxirit van Rotterdam (waar hij de nacht daarvoor gedraaid had) naar Schiphol (om terug te gaan naar Londen) honderduit over zijn verleden, heden en toekomst, en zijn steeds marginaler wordende rol in de drum ’n bass, van oudsher zíjn scene.

Het resultaat, gepubliceerd in het online muziekmagazine KindaMuzik, is het portret van een positieve producer die met weemoed terugdenkt aan vroeger en accepterend lijdt onder het heden. Het originele artikel vind je hieronder.

DBRIDGE IS EEN DANKBARE OUDE BROMPOT

Ondanks dat hij slechts vier uur heeft geslapen, praat dBridge honderduit. Het voormalig Bad Companylid en vaandeldrager van de autonomic heeft de avond daarvoor gedraaid in Club Perron in Rotterdam. Zijn goede humeur kan niet verbergen dat Darren White vandaag somber gestemd is over ‘zijn’ scene, de drum ’n bass, waarin hij steeds irrelevanter wordt. Toch blijft hij positief: “Nooit heb ik er spijt van gehad dat ik hier een onderdeel van ben.”

dBridge
dBridge

Wie met dBridge praat, spreekt én met een van de aartsvaderen van de drum ’n bass én met de oprichter en woordvoerder van de autonomic (zie kader). Gedurende het gesprek wordt duidelijk hoe gespannen die twee op elkaar staan, en hoe lastig de dj en producer het daarmee heeft.

Beginnend bij het begin: hoe is autonomic ontstaan?
“Het begon allemaal toen ik in 2006 nieuw werk hoorde van het duo Instra:mental. Hun muziek klonk alsof zij terug waren gegaan naar het moment dat drum ’n bass op zijn hoogtepunt was, en daar als enige links- in plaats van rechtsaf sloegen. Ook ik ging dit soort muziek draaien, en opeens stuurden allerlei mensen ons zulke tracks op. Daardoor realiseerde ik me dat we niet alleen waren. Al die muziek ging alleen wel verloren door het gebrek aan organisatie. Instra:mental en ik besloten daarom om al dat materiaal in een podcast te gebruiken, zodat mensen het in de juiste context konden horen. Het succes van de autonomic-podcasts verraste ons enorm. We werden vanwege veel te veel downloads van de server geschopt, en hadden aan het eind zo’n zeventigduizend downloads per maand.”

Hoe verliep voor jou de overstap van drum ’n bass naar autonomic?
“Erg zwaar. Ik ben al twintig jaar betrokken bij de drum ’n bass, hou er zielsveel van, maar word door autonomic te draaien steeds irrelevanter. Dat is triest, maar het past bij de leeftijd van de scene. Drum ’n bass draait al zo lang mee dat de nieuwe generatie liefhebbers geen idee heeft wat de scene al heeft doorgemaakt om op dit punt te komen. Dat is zeker niet haar fout. Jongeren willen gewoon uitgaan en een leuke tijd hebben, en daarom gaan ze naar een drum ’n bassfeest. Het probleem is alleen dat ik house of techno moet draaien als ik oudere mensen wil bereiken, en dat wil ik niet. Ik wil juist drum ’n bass draaien voor volwassenen, maar die willen niet naar deze feesten omdat het de muziek van de nieuwe generatie is.”

Wat je omschrijft gebeurt ook in de dubstep, alleen dan in een veel hoger tempo.
“Zeker. Drum ’n bass had tijd om zich te ontwikkelen, en zo konden we formules ontdekken als x+y=het publiek wordt helemaal gek. Dubstepproducers hoeven die ontdekkingen niet te doen, maar kunnen bestaande drum ’n bassformules direct in hun muziek verwerken. Daarnaast is dubstep ook zo hard gegroeid omdat het niet zo elitair was als drum ’n bass. Voor ons gold: als het niet in Engeland was gemaakt, dan was het niet echt drum ’n bass. In de dubstep kan iedereen een ster worden, Brits of niet. Ironisch genoeg was dubstep ook een reactie op drum ’n bass. Zo komen veel van de oudere dubstepproducers uit de drum ’n bass omdat ze het niet leuk vonden wat er in hun scene gebeurde. Dubstep is niettemin het monster geworden dat hij zelf probeerde te doden.”

Heb jij nog een toekomst in de drum ’n bass?
“Laat ik vooropstellen dat ik de term drum ’n bass voorzichtig wil loslaten. Als ik tegen iemand zeg dat ik drum ’n bass maak, dan denkt hij aan iets anders dan wat ik of de mensen om me heen produceren. Ik ben ook niet altijd positief over de toekomst van mijn muziek en vandaag is niet mijn beste dag. Ik houd van wat ik doe en kan er de rekeningen mee betalen, maar tegelijkertijd ben ik als label verantwoordelijk voor mijn artiesten, en voor hen is het zwaarder. Ik probeer daarom meer avonden te organiseren want zo kunnen zij betaald hun ding doen. Dat lijkt me niets meer dan eerlijk want qua muziekverkoop heb je mainstream, niches en pas ver daarna Exit (lacht). Gelukkig groeit de afgelopen jaren het profiel van het label stabiel. Ik ben erg dankbaar dat buiten de drum ’n bass Exit gewaardeerd wordt.”

Dat is veel dankbaarheid voor iemand die steeds verder gemarginaliseerd wordt door de scene die hij zelf heeft grootgebracht.
“Ik ben gewoon erg reëel over zaken. Aan de ene kant wordt het steeds zwaarder om te accepteren dat ik irrelevant word in een scene waar ik al zo lang aan verbonden ben. Aan de andere kant voel ik me een gezegend mens. Ik heb mezelf met Future Forces, Bad Company en mijn solocarrière drie keer opnieuw uitgevonden, en toch ben ik er nog. Muziek heeft ook voorkomen dat ik in een 9-tot-5-baan ben beland. Als dj kan ik bovendien doen wat de fuck ik wil doen, want ik weet dat de dj na mij het publiek precies geeft wat hij wil. Laatst kwam ik op, en zei toen tegen de mc: ‘Je hoeft geen “make some noise” tegen het publiek te zeggen. Het is prima zo.'”

Heb je er soms geen spijt van dat je ooit gestart bent in de drum ’n bass? Wie weet hoe ver je gekomen was als je in een ander genre zat.
“Nee, nee, nee! Ik hou oprecht van drum ’n bass, hoeveel ik ook bitch en jammer als een knorrige oude brompot. Ik ben er serieus trots op dat ik een deel van de scene en zijn geschiedenis uitmaak. Nooit heb ik er spijt van gehad dat ik hier een onderdeel van ben. Helemaal nooit.”

Helemaal nooit?
(lange stilte). “Als ik alleen naar mijn eigen carrière kijk, dan heb ik het zo slecht nog niet gedaan. Het enige dat ik echt betreur, is de VIP-versie van ‘True Romance’. ‘Wat heb ik gedaan?’, dacht ik meteen toen ik de mix had afgerond en naar Goldie had gestuurd (het was de bedoeling dat hij de plaat zou uitbrengen op zijn label Metalheadz – red.). Ik hou niet van remixen, want het haalt iets weg van het origineel. Maldini en ik hebben daarom ook hard gevochten om Bad Company’s ‘The Nine’, één van de grootste drum ’n bass-platen ooit, niet geremixt te laten worden. Daarom ben ik ook ‘nee’ blijven zeggen toen Goldie keer op keer vroeg of hij ‘True Romance VIP’ mocht uitbrengen. Mensen vragen er nu nog steeds om. Maar laten we eerlijk zijn: als je die plaat écht wilt hebben, download hem dan gewoon van één of andere Russische website. Ik breng de plaat in elk geval nooit uit.”

Kader: Drum ’n bass is dood; lange leve autonomic!
Bij de start van het millennium vervalt de drum ’n bass in een race van steeds harder, platter en dansvloergerichter. De muzikale ziel verliest het van de kassaopbrengsten, en veel fans van het eerste uur verlaten het circuit. En terwijl drum ’n bass met het geluid vanvengeance snares de spijkers in zijn eigen doodskist blijft slaan, verschijnt rond 2002 op stormachtige wijze dubstep ten tonele. Waar drum ’n bass bijna een decennium nodig had om de massa te bereiken, verovert dit nieuwe genre in een moordtempo de wereld. In de drum ’n bass zorgt dat voor een tweedeling: een gedeelte is het zat en vertrekt richting de dubstep, een ander deel blijft de scene trouw maar durft het niet aan om het roer radicaal om te gooien en het tij te keren.

dBridge is één van de weinigen die loyaal blijft aan de drum ’n bass, maar wel zijn eigen route zoekt. Zijn sololangspeelplaat The Gemini Principle uit 2008 bevond zich al op een zijspoor van de scene, maar nieuwer werk is hooguit qua tempo nog drum ’n bass te noemen. In zijn kielzog is een nieuwe lichting producers opgestaan, zoals ASC en Consequence. Met zijn nieuwe geluid, autonomic gedoopt, gooit dBridge hoge ogen bij een volwassen publiek dat elektronische muziek voor gebruik in de auto of de huiskamer zoekt. Dat begon bij de twaalf autonomic-podcasts, gevolgd door een bejubelde reeks releases op zijn label Exit. Zijn stroperige, techno-geënte geluiden werken alleen minder goed voor het jonge, energieverslaafde uitgaanspubliek dat linea recta de pit in wil (zie ook de Toekomstmuziek van KindaMuzik over autonomic).

Kader: Geschiedenisles: dBridge
Met een carrière die even lang is als de drum ’n bass zelf is dBridge (Darren White, 1973) één van de laatste der Mohikanen van de scene. De 38-jarige Brit begon solo, ging toen aan de slag in Future Forces (met Jason Maldini), en beleefde eind jaren ’90 en begin ’00 zijn hoogtijdagen als lid van de supergroep Bad Company (met daarin naast Maldini ook Vegas en de latere superster Fresh). Na de alom neergesabelde laatste langspeler Shot Down on Safari en verloren concurrentiestrijd met Pendulum werd de band in 2002 opgeheven, waarna dBridge weer op de solotour ging. In 2008 bracht hijThe Gemini Principle uit op zijn eigen label Exit. Daarnaast startte hij met Instra:mental de autonomic-podcastserie, die alom bejubeld werd. Tegenwoordig is dBridge actief als producer, dj en radiomaker bij Rinse FM.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *