Essay in Trouw: De beeldenstorm in de boekenkast

Trouw - Beeldenstorm in de boekenkast
Trouw – Beeldenstorm in de boekenkast

Begin september mocht ik het essay voor Letter & Geest schrijven, de weekendbijlage van dagblad Trouw. Daar ben ik heel trots op, want 1800 eigen woorden in je favoriete krant is een feest. Bovendien mocht ik schrijven over een onderwerp dat me al jaren fascineert: hoe verandert je relatie met boeken als je heel je verzameling weggooit en radicaal overstapt op een e-reader?

Het artikel kun je zowel lezen op de website van Trouw (achter een betaalmuur) als hieronder.

De beeldenstorm in de boekenkast

Inge Janse gooide twee jaar geleden al zijn boeken het huis uit en stapte radicaal over op een e-reader. Calvinisme en pragmatisme blijken de grote vijand van de boekenkast.

Wie voor het eerst bij mij thuiskomt, mist een sociale reddingsboei. Er staat bij mij namelijk geen imposante boekenkast waar je naartoe kunt lopen en instemmend naar kunt knikken, onderwijl iets vragend als “De Duivelsverzen, heb je die écht uitgelezen?” of “Is dat een eerste druk van Elsschots Verzameld Werk?”.

Nee, bij mij thuis moet je echt met mij praten, terwijl je in ieder geval geen idee hebt wat ik lees. Dat komt omdat ik twee jaar geleden zo’n vijfhonderd boeken heb weggegeven aan de Leeszaal West, een door vrijwilligers gerunde bibliotheek in Rotterdam. Ik wilde namelijk van al mijn boeken af, en als ik iets wil, dan doe ik het ook. Zo zijn calvinisten uit de Alblasserwaard, zelfs als ze naar de stad zijn verhuisd.

Vals idee

Die boeken moesten eruit, vond ik, omdat ze steeds slechter lieten zien wie ik ben. Laten we wel wezen: in de meeste boekenkasten (in ieder geval die in onze huiskamer) staan vooral boeken waar we onszelf mee willen associëren en profileren. Maar wat zegt het over mij dat ik tien jaar geleden De Slinger van Foucault of Boze Geesten las? Ja, dat ik een streber was. Maar moet ik daar dag in dag uit aan herinnerd worden, onderwijl mijn gasten het idee gevend dat ik weleens een intellectueel zou kunnen zijn?

Vroeger, toen ik nog Nederlands studeerde, vereerde ik boeken. Ik beschouwde ze als souvenirs, maar dan van het intellectuele soort. Een boekencollectie wordt zo al snel een omgekeerd portret van Dorian Gray: een perfecte, gecultiveerde projectie van zijn eigenaar, hoe dom, suf en plat hij ook in het echt is. Dat irriteerde me. Als ik mijn boeken nodig heb om mijn gasten ervan te overtuigen dat ik slim en belezen ben, dan ben ik niets van dat alles. Ik moest het op eigen kracht kunnen.

Eeuwige rompslomp

Ik wilde er dus vanaf, die ballast uit het verleden, die vergeelde foto van wie ik misschien ooit was maar nu niet meer ben. Je print toch ook niet de websites uit waar je vijf jaar geleden vaak kwam om die pontificaal in de huiskamer op te hangen? Zonder fysieke boeken, dacht ik, zou ik veel meer in het nu komen. Wat ik vroeger las, doet er niet meer toe. Slechts ik, in mijn bibliotheek op mijn e-reader, ziet wat ik lees en las. Voor de buitenwereld is er slechts ik, en daarmee word ook ik meer ik.

Plus, niet onbelangrijk voor een narcist zoals ik: door mijn boeken weg te doen, laat ik mezelf en de buitenwereld zien dat ik een sterk ben. Dat ik afstand kan nemen van aardse schatten. Dat ik me niet houd aan conventies over waarde, bezit en imago.

En dan waren er nog de praktische redenen om al die boeken voor eens en voor altijd mijn huis uit te gooien. Die eeuwige rompslomp van tientallen dozen tijdens een verhuizing. De onmogelijkheid om een boek op bed te lezen zonder een arm en schouder af te laten sterven door zuurstoftekort. En het eeuwige gevecht in een vliegtuig om in je extreem kleine zitplaats nog een boek kwijt te kunnen.

Een e-reader, daarentegen, leek me veel handiger. Neem de ingebouwde verlichting om ‘s nachts te lezen zonder mijn teerbeminde uit haar slaap te houden. Of het formaat en gewicht waardoor je boeken altijd met één hand kan beethouden en dus in elke stand vrijwel oneindig lang kunt lezen. Ook heb je altijd heel veel boeken bij je, dus zit je nooit meer zonder terwijl het amper ruimte inneemt in je tas. En, als laatste: je hebt altijd een online winkel bij je om nieuwe boeken te kopen.

In het voorjaar van 2013 stapte ik daarom radicaal over van fysieke boeken naar hun digitale equivalent. Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder en merk ik dat de overstap niet enkel een zegetocht is. Sterker nog, de schade voel ik sterker naarmate ik langer enkel binair lees. Het ergste vind ik dat boeken voor mij veel vluchtiger zijn geworden. Fysieke boeken, die leven met je mee. Je koopt ze op die mooie zomerdag in je favoriete boekenwinkel, gooit er vervolgens per ongeluk bier overheen, laat ze in de regen liggen en butst en buigt ze tijdens de twee weken kamperen in Spanje. Een fysiek boek laat niet alleen zien wie je bent, maar ook wat je doet. Fysieke boeken, mits goed doorleefd, worden uniek omdat alleen jouw boek er zo aan toe is.

Een e-book, daarentegen, is een honderd procent neutraal object dat voor jou precies dezelfde verzameling bits en bytes is als voor ieder ander. Of nou jij, een boer in Siberië of een puber in Tokyo De Opwindvogelkronieken leest: het boek is precies hetzelfde. Het is daarom lastiger om aan een boek te beginnen en het je eigen te maken, want er is altijd die enorme barrière tussen de binaire wereld van het boek en de fysieke wereld van de lezer.

Zwerkbal spelen

Wat ik ook altijd deed, was achterin elk boek een recensie schrijven, inclusief datum en locatie. Mijn geheugen is slecht, soms vergat ik of ik een boek eerder gelezen had, en daar hielpen recensies enorm bij. Een terugblik verplichtte me ook om na te denken wat ik van het boek vond, waarom dat zo was, hoe het boek zich verhield tot andere boeken en of ik het een ander zou aanraden of niet. Die exercitie zorgde ervoor dat ik boeken beter kon onthouden en dat ik soms, als ik een boek doorbladerde voordat ik het uitleende, opeens exotische plaatsnamen als Roundstone, Villeneuve-lès-Avignon, Sidemen en Koyasan tegenkwam.

Een e-book, daarentegen, is niet van de aantekeningen. Ja, je kunt selecties markeren en op een schaal van vijf je waardering uitdrukken, maar niet juist dát boek voorzien van juist díé recensie. Voor, tijdens en na het lezen verandert er helemaal niets aan het boek. Een e-book is bovendien niet van het uiterlijk. Heb je in de fysieke wereld nog het contrast tussen een beduimelde paperback en een glossy hardcover, daar ziet elk boek er op een e-reader precies hetzelfde uit, met als enige verschil de afbeelding op de zwart-witte cover. Het is altijd, al-tijd, precies dezelfde e-reader die je erbij pakt, ongeacht of je met Harry Potter Zwerkbal gaat spelen of met Malcolm Gladwell in de statistieken van autoverkopers duikt.

Wegmoffelen

Nu kun je dat als een voordeel zien, dat primaire, basale. Tim Parks, schrijver van onder meer Waarom ik lees, brak in The New York Review Of Books juist daarom een lans voor e-books. Afbeeldingen, notities, gescheurde pagina’s, ezelsoren: volgens hem leidt dat alleen maar af van de kern, namelijk de volgorde van woorden die tezamen een boek vormen. Nu is Tim Parks wel erg radicaal in zijn opvattingen. Was hij rond 1566 protestants en woonde hij in Nederland, dan had Parks niet alleen de beeldenstorm geleid, maar ook geen kerkelijke steen overeind gehouden.

Want hoe calvinistisch ik ook ben: ik mis soms mijn fysieke boeken vanwege de unieke, hoogst individuele leeservaring. Mijn vrouw, die eerder dan ik was overgestapt, heeft dat ook en begint voorzichtig terug te krabbelen. Af en toe verschijnen er opeens weer boeken in huis. Onwennig liggen ze dan op een tafel of een dressoir, aangezien er geen echte plek meer voor ze is. Heeft mijn vrouw ze uit, dan moffel ik ze onopvallend richting zolder.

Geen toekomst

Toch blijf ik bij mijn e-reader. Het voelt namelijk alsof ik wendbaarder ben zonder boekencollectie in de huiskamer. Alsof ik er makkelijker voor kan kiezen om een compleet ander boek te lezen, zonder vast te zitten aan een verzameling die me een kant opstuurt. Vroeger, als ik opeens doorsloeg in het lezen van steampunk fantasy of Scandinavische detectives, dan zag iedereen opeens een boekenkast die daarvan uitpuilde, zo vreesde ik. Vroeger, als ik weer die hele plank Umberto Eco-romans van een decennium oud zag staan, dacht ik: ja, daar moet ik weer eens wat van lezen. Nu denk ik: eens kijken welk boek mijn e-reader me vandaag aanraadt.

Ook bevalt het goed dat gasten bij binnenkomst niet direct een beeld bij me hebben omdat ik veel boeken heb. Natuurlijk geeft ons huis nog steeds andere hints (zoals retromeubels en een kleine platencollectie), maar het ligt er niet meer zó dik bovenop wie ik wil zijn.

Maar ook minder verheven argumenten spelen mee, zoals de praktische voordelen. En de kosten. Een beetje e-reader kost meer dan 100 euro, maar een gemiddeld boek is een euro of 5 goedkoper dan de fysieke versie. Wie een beetje doorleest, maakt na een jaar tijd winst bij elk boek dat hij koopt. Bovendien kun je met ingebouwde boekenwinkel ongestoord door blijven lezen, vergelijkbaar met het in één ruk bekijken van een heel seizoen House of Cards. Want vind je deel één van een serie geweldig, dan heb je binnen drie minuten de andere delen ook gekocht en binnen handbereik.

En dan is er nog het begripsvoordeel. Het apparaat heeft namelijk een ingebouwd woordenboek, wat een must is voor voor lezers als ik van Engelstalige fantasy. Die boeken staan tjokvol obscure woorden waar ik vroeger 600 pagina’s uit barre armoede overheen las, maar die ik nu direct kan opzoeken. Aha! Hij heeft een maliënkolder aan!

Dus, hoezeer ik mijn fysieke boeken ook mis, blijf ik bij mijn e-reader. De calvinist en pragmaticus in mij winnen het.

Wat doet een e-reader met je hoofd?

Wie weleens een lange tekst op een computerscherm of tablet probeert te lezen, merkt al snel moe te worden. Dat komt onder meer door het hoge contrast, de felle schittering en de vele flikkeringen. Tekst op een e-reader lijkt daarentegen heel veel op zijn papieren broer, waardoor vermoeidheid en brandende ogen achterwege blijven. Toch lijken er cognitief wel degelijk verschillen te zijn in de informatieverwerking. Een jaar geleden bleek bijvoorbeeld dat gebruikers van een e-reader minder goed in staat zijn om de chronologie van de gebeurtenissen te onthouden dan papieren lezers. Op andere cognitieve aspecten, zoals de emotionele betrokkenheid, scoren beide media even goed.

Een ander nadeel is de toegenomen vergankelijkheid die digitale boeken met zich meenemen. Want wiens harde schijf weleens kapot is gegaan, weet dat niets zo vergankelijk is als nullen en enen. Dat probleem hebben we eerder gehad, vertelde de Amerikaanse filosoof William Duba dit voorjaar in Trouw, en dat is gevaarlijk. Hij stelt dat door de overstap in 1330 van perkament naar papier er heel veel kennis verloren is gegaan, aangezien papier veel vergankelijker is. Het leek net alsof er opeens geen zinnig woord meer gezegd werd, maar dat komt doordat al het papier uit die tijd tot as wedergekeerd is. Wat als we de komende jaren massaal overstappen op digitale informatie die we steeds meer enkel in de cloud opslaan en Google, Amazon en Apple op een mooie dag besluiten de stekker eruit te trekken? Waar vinden we ooit onze kopie van De Duivelsverzen terug?

Over Inge Janse

Inge Janse (1981) is freelance journalist en Neerlandicus. Hij leest op zijn Kobo Glo HD een bonte combinatie van fantasy, wereldliteratuur en non-fictie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *