Eenzame Rotterdamse nachten; NRC luistert mee met Sensoor

NRC-cover Sensoor (illustratie: Viola Lindner)
NRC-cover Sensoor (illustratie: Viola Lindner)

Voor de Rotterdam-bijlage van NRC mocht ik in juni een nacht meeluisteren met een vrijwilliger van Sensoor, de landelijke organisatie voor een luisterend oor via telefoon, e-mail en chat. Het resultaat werd het coververhaal van de vrijdageditie

Eenzame Rotterdamse nachten

De helft van de Rotterdammers voelt zich weleens eenzaam, blijkt uit nieuwe cijfers van de gemeente. Wie hier al tientallen jaren dag en nacht bij helpen, zijn de telefonische hulpverleners van Sensoor. NRC mocht een nacht meeluisteren.

Tekst: Inge Janse
Illustratie: Viola Lindner

Wat aan de buitenkant een volslagen onopvallend pand in het Oude Westen is, is aan de binnenkant het hoofdkwartier van Sensoor Rotterdam. Ruim honderd vrijwilligers lopen hier (of bij één van de andere drie locaties in de regio) in en uit om per e-mail, chat en telefoon naar mensen te luisteren. Hun problemen variëren van eenzaamheid en slapeloze nachten tot zelfmoordneigingen en psychosen. Dat gebeurt 24 uur per dag, want er zit altijd meerdere mensen aan de telefoon.

Zoals Ria (*), die al bijna tien jaar bij Sensoor werkt. Toen zij begin vijftig was, wilde zij meer doen met haar als therapeut opgedane ervaring om naar mensen te luisteren. Sindsdien verruilt zij elke week voor één dagdeel haar woning in Barendrecht voor het kantoor in Rotterdam, zoals ook deze zondagnacht. Daar vandaan biedt zij een luisterend oor aan alle eenzamen, slapelozen, radelozen en verdrietigen.

23.30

Sommige gesprekken zijn ronduit exotisch. Neem deze, van een manisch-depressieve vrouw wiens hersenen geëvolueerd zijn tijdens een ziekte. Zo denkt de vrouw dat over een jaar of twintig iedereen een psychose wil om de poorten open te zetten voor frequenties die ons nu nog ontgaan. Ook hoopt ze ooit in een opleiding voor superhelden te komen, vol mensen zoals zij. “Wat denkt u? Moet ik contact opnemen met de overheid?”

Ria is het spoor bijster, maar blijft stimuleren. “Ik zou hier meer mee doen. Misschien is dit iets voor de generatie na ons. Jij hebt dan een eerste zet gegeven.” Trots vertelt de vrouw dat ze inderdaad misschien ooit weleens in de krant genoemd zal worden. Ria rondt af met een compliment. “Dat is toch een goed uitgangspunt? Ga je er hard voor maken! Wie weet lees ik nog weleens iets over je.”

Hoe gek het ook wordt, Ria kan zich niet herinneren dat een gesprek haar aan het twijfelen heeft gebracht over of ze dit wel moet blijven doen. “Ik vat het allemaal niet persoonlijk op. Als ik hier de deur uitloop, laat ik het achter me.” Bovendien geeft Sensoor veel ondersteuning en kunnen vrijwilligers altijd aangeven dat ze verder willen praten over een specifiek gesprek. En mocht het aan de lijn helemaal verkeerd gaan, zoals bellers die zichzelf al iets hebben aangedaan, dan kan Ria direct doorverbinden naar de spoedeisende hulp.

23.45

“Goedenacht, medewerker Sensoor.” Ria noemt doelbewust haar naam niet. Ook geeft ze geen persoonlijke informatie die herleidbaar is. Ja, ze heeft kinderen en is getrouwd, maar hoe het precies zit, daar speelt ze naar gelang mee. Vaak maakt dat voor de bellers niet uit, want zij praten vooral over zichzelf.

Zoals deze manische man uit Cuba. Van de hak op de tak springend vertelt hij over de afgelopen dertig jaar, iets wat hij al ruim tien jaar bij Sensoor doet. “Vindt u het niet erg, mevrouw? Ik ben momenteel manisch en heb energie voor 300 paarden.” Op wonderbaarlijke wijze blijft Ria geïnteresseerd, maar geeft ze wel haar grenzen aan. “Meneer, ik denk dat we nog uren met elkaar kunnen praten, maar misschien is het beter dat u gaat slapen.” De beller lacht. Ja, dat is waar. “Bedankt mevrouw. Zo kan ik er weer even tegenaan.”

23.55

“Hallo? Met welke vestiging spreek ik? Rotterdam?” Na een lange stilte vraagt Ria waarom hij belt. “Gewoon. Om te praten. Dat doe ik wel vaker.” Hij blijkt net naar een verjaardag geweest te zijn waar hij zijn moeder tegenkwam. Ria vat alles samen en helpt hem zo om duidelijkheid en herkenning te krijgen, maar houdt het gesprek kort omdat ze vermoedt dat het mogelijk een seksbeller is. De man laat zich voorbeeldig leiden. “In ieder geval bedankt voor het luisteren. Ik ga weer.”

00:15

Veel nachtelijke bellers van Sensoor zijn vaste klanten die door te bellen de nacht doorkomen. Sommigen eisen daarom de aandacht van Sensoor bijna op, zoals deze belster die begint met een klacht. “Ik kwam er maar niet doorheen.” Soms is het namelijk heel druk voor de elf nachtelijke vrijwilligers die – verdeeld over Nederland – alle gesprekken aannemen.

Ze belt omdat ze niet in slaap kan komen, maar al snel komt een bonte stoet problemen voorbij. Ria blijft er rustig onder en focust zich op het positieve. Zo geeft ze tips om in slaap te komen en prijst het inzicht van de beller. “Ik wens je veel succes met in slaap vallen!” Hoorbaar rustiger neemt de vrouw afscheid.

00:46

“Met welke vestiging spreek ik? Met Rotterdam? Die heb ik nog niet eerder gehad.” De veelbellende man zoekt naar een onderwerp. “Waar zullen we over praten? Moet ik dat verzinnen?” Na een kort gesprek over wat Sensoor doet, vertelt hij trots ervaringsdeskundige te zijn. De beller is namelijk al ruim dertig jaar psychiatrisch patiënt.

Ria buigt het gesprek soepel om naar een lichter onderwerp. “Je wilde toch iets positiefs vertellen? Weet je iets leuks?” De man begint direct te vertellen over dat hij tegenwoordig heel goed het huishouden kan doen. Ria en de man lachen, wensen elkaar een goedenacht en nemen weer afscheid.

Wat Ria goed in de gesprekken merkt, is dat de traditionele GGz steeds minder tijd en geld heeft. Hierdoor krijgt Sensoor vaker dan voorheen mensen met zware psychiatrische klachten, wat het werk er niet altijd leuker op maakt. Sensoor heeft daarom ook eerder dit jaar te kennen gegeven dat de psychiatrie niet mag of moet verwachten dat deze vrijwilligers er zijn om werk uit handen te nemen.

02:05

“Ik ben ongenadig radeloos. De verlatenheid is onverdraaglijk. Ik heb in de tuin gestaan en de kelder schoongemaakt, maar niets helpt.” Ria herkent de oudere man en probeert de conversatie kort te houden. Deze senior rent al tijden in cirkels rond en belt Sensoor heel erg vaak. Wat levert dat je op, vraagt Ria? Gepikeerd: “Nu niets. Heel vaak werkt het wel. U snapt mij niet.” En hij gooit de hoorn erop.

Dat heeft Ria bijna nooit, vertelt ze. “Ik hoor weleens dat andere hulplijnen kortaf zijn. Wij blijven luisteren. Dat is een keuze van het beleid. Soms werkt het. Dat hoor je.” Om dat te onderstrepen, vertelt ze over de cursus die ze een tijd geleden via Sensoor volgde en waarbij voormalige psychiatrische patiënten vertelden hoe het bellen hen er doorheen sleepte. “Een jonge vrouw vertelde dat ze er zonder Sensoor niet meer was geweest.”

02:24

“Ik kan niet slapen, dus ik bel. Is dat oké?” De laatste beller van de avond is een jonge vrouw die relatieproblemen heeft. Ria vat het probleem samen en benoemt waar de vrouw mee zit. “Je hebt het idee dat jij buitenspel bent gezet. Je bent in beide teleurgesteld.”

Net als veel bellers bevindt ook deze vrouw zich in een enorm web van problemen. Hoe langer ze praat, hoe complexer het wordt. Eetproblemen, drugs, ziektes en cosmische energie: het is een ware doos van Pandora. Gelukkig luistert Ria en denkt ze mee. En met succes. “Ik merk dat het bellen helpt en zet in op positiviteit. Super bedankt voor je luisterende oor, midden in de nacht. Ik vond het een erg fijn gesprek.”

Kader: Wat is Sensoor?

Het was de Rotterdamse predikant Henk Teutscher die in 1958 de eerste telefonische hulpdienst in Nederland oprichtte: SOS Telefonische Hulpdienst. Tegenwoordig is de hulplijn (die in 2008 hernoemd werd naar Sensoor) een landelijke organisatie met 900 vrijwilligers uit alle lagen van de maatschappij. Zij werken vanuit 26 vestigingen om per telefoon, e-mail en chat om, zoals de organisatie dat noemt, ‘echte aandacht’ te geven aan wie om een gesprek verlegen zit.

De vrijwilligers zijn geen hulpverleners, maar volgen wel een intensieve training en jaarlijkse bijscholing. Elke medewerker moet vier diensten per maand draaien, waarvan één in de nacht. Deze maand draait de campagne ‘Dus ik luister’ om nieuwe vrijwilligers te vinden. Er vinden jaarlijks namelijk ruim een kwart miljoen telefoongesprekken plaats, plus 13 duizend gesprekken via chat en e-mail. Telefonisch gaat het meestal over eenzaamheid, depressies en relatieproblemen, terwijl het digitaal vooral jongeren zijn die praten over relatieproblemen, eetstoornissen en automutilatie.

*de echte naam van Ria is bekend bij de redactie. Alle herkenbare details van de gesprekken zijn bovendien aangepast om de anonimiteit van de bellers te garanderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *