Artikel CIO Magazine: Wie kookt de big data-soep?

CIO Outlook: wie kookt de big data-soep?
CIO Outlook: wie kookt de big data-soep?

Voor ICT-medium CIO Magazine schreef ik een artikel over het tekort aan big data-experts in Nederland. Ik sprak daarvoor met Albert Bogaard van ORTEC en Michel Van De Velden van Erasmus School of Economics. De conclusie: ga econometrie studeren en je hoeft nooit meer om werk (of geld) verlegen te zitten.

Het artikel, dat op social media bijna 100 keer gedeeld werd, is te lezen via de website van CIO Outlook of hieronder.

Wie kookt de big data-soep?

Het is voor bedrijven steeds makkelijker om oneindig veel data te verzamelen. De vervolgstap blijkt lastiger, want big data interpreteren is een vak op zich. Bovendien zijn big data-experts dun gezaaid en worden ze snel uit de grond geplukt.

Tekst: Inge Janse

Wie de internationale media volgt, leest er regelmatig over: het vermeende tekort aan big data-specialisten. Want terwijl het voor bedrijven steeds makkelijker wordt om data te verzamelen en op te slaan, is het steeds lastiger om ook de juiste mensen te vinden die uit deze informatie de juiste conclusies trekken.

“We voelen het nog niet, maar dat is stilte voor de storm.” Dat zegt Albert Bogaard over de situatie in Nederland. Hij weet waar hij over praat, want als partner bij het mondiale consultancybureau Ortec is hij dagelijks druk in de weer om via big data bedrijfsprocessen te optimaliseren. Bovendien is Bogaard board member van de Big Data Alliance, het deze maand opgerichte samenwerkingsverband van bedrijven, universiteiten en onderzoeksinstellingen om alle Nederlandse big data-initiatieven te bundelen en zo meer bekendheid en slagkracht te geven.

Want ja, Nederland heeft met hoogleraren als Hendrik Lorentz en Jan Tinbergen een rijke wiskundige historie. En ja, vrijwel alle universiteiten onderwijzen wel econometrie. Tóch liggen er grote tekorten op de loer. “De Belastingdienst kondigde in mei aan dat ze 1500 big data-specialisten nodig hebben. Voor zo’n aantal moet je Ortec overnemen en alle andere consultancybureaus bij elkaar schrapen. Zoveel zijn er gewoon niet.”

Wegwijs

Ook Michel van de Velden, universitair docent statistiek bij het Economisch Instituut van de Erasmus School of Economics in Rotterdam, merkt dat er steeds meer vraag komt naar ‘zijn’ studenten. Bovendien willen bedrijven ook graag eigen personeel bijscholen. De cursus ‘Grip krijgen op big data’ die hij voor de Erasmus Academie ontwikkelde, was de eerste twee keren stijf uitverkocht. Ook voor de komende editie is weer veel belangstelling. Van de Velden startte met de cursus omdat hij om zich heen veel mensen zich hoorde verzuchtten dat ze nu echt wat moeten gaan doen met big data, maar geen idee hadden hoe.

Een reden waarom er zo’n hype bestaat rondom big data, zijn de media. “In kranten wordt al vier jaar gezegd dat big data dit jaar nu écht gaat doorbreken. Bedrijven verzamelen daarom heel veel gegevens, maar er zijn te weinig mensen die daar iets mee kunnen. Mijn studenten econometrie vinden bijna allemaal direct een baan, soms al voordat ze afgestudeerd zijn.” Maar ook studenten die economie studeren en daarbij ‘iets’ met IT of statistiek doen, komen steeds makkelijker aan de bak.

Om al te grote tekorten te voorkomen, pleit Bogaard voor veel meer aandacht voor big data-opleidingen. Bovendien vindt hij dat elke student economie of bedrijfskunde voldoende kaas moet hebben gegeten van big data en analyse. “Doe je dat niet, dan ben je al over de datum voordat je van de universiteit afkomt.”

Bak met nullen

Maar wat houdt dat dan precies in, big data-expert zijn? Volgens Bogaard zijn daar vier versies van. “Ten eerste heb je de echte analytici die via algoritmen verbanden ontdekken. Zij koken soep van data en halen daar beslissingen uit. De tweede categorie bestaat uit computerwetenschappers die weten hoe je gegevens verzamelt en vastlegt. Dan heb je nog de mensen die de resultaten visualiseren en zo inzichtelijk maken wat de data je vertellen. En de vierde categorie bestaat uit de boundary spanners, mensen die zowel techniek als business begrijpen en zo data vertalen naar competitieve voordelen.”

De Erasmus-onderzoeker vindt dat elke big data-expert in ieder geval een beetje moet kunnen programmeren. Gestructureerd en analytisch denken is een andere vereiste. “Wat wil je weten? Welke data heb je nodig? En welke gegevens moeten eruit komen? Je moet het probleem kunnen opsplitsen in behapbare stukken.”

Ook is het van belang dat je feeling hebt met je onderzoeksgebied, zodat je de juiste vraag aan de data stelt. “Je kunt niet wild in een bak met nullen en enen gaan graaien.” Maar alleen de vraag weten is ook te summier. “Als je niet weet welke methoden er zijn, dan stel je de verkeerde vragen. Een goede big data-expert brengt de werelden van techniek en praktijk samen.”

Tweede van Excelsior

Wat in ieder geval als een paal boven water staat, is dat big data – nog meer dan nu al het geval is – een belangrijke rol gaat spelen in Nederland. En zeker nu de economie weer aantrekt, wordt de vraag naar big data-experts alleen maar groter. “Wij merken als Ortec dat er steeds meer headhunters intensief zoeken naar deze mensen. We moeten wel uitkijken dat er hierdoor geen opwaartse loonspiraal ontstaat, zodat we ons als Nederland uit de markt prijzen. Het aantal big data-experts moet daarom aangevuld worden.”

Dat kan onder meer, denkt Bogaard, door bestaande IT’ers bij te scholen. “Realiseer je goed dat er in Amsterdam momenteel 14 duizend vacatures in de IT zijn, terwijl er tegelijkertijd heel veel werkeloze IT-ers zijn.” Hij pleit er daarom voor dat IT’ers naar zichzelf gaan kijken als sporters. “Als je jezelf niet traint en je expertise niet bijhoudt, dan eindig je in het tweede van Excelsior. Je kunt niet verwachten dat je na het afstuderen veertig jaar hetzelfde werk kan blijven doen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *