Columnist Wetenschapscafé Rotterdam

Column Wetenschapscafé
Column Wetenschapscafé (Foto: R. M. Koppenol)

Al sinds 2004 vindt in Rotterdam maandelijks het Wetenschapscafé plaats, een laagdrempelige avond waarop befaamde wetenschappers vertellen over opzienbarend onderzoek. Sinds september 2013 ben ik de vaste columnist van het Wetenschapscafé. Mijn rol is om de avond te starten met een verhaal dat de bezoekers aan het denken zet. Dat doe ik meestal met humor, gekoppeld aan vragen die bij het publiek leven en verrassende manieren om naar het onderwerp te kijken.

De tekst van de septembereditie, waarop voormalig hoogleraar Jan Hoeijmakers vertelde over de relatie tussen voeding en levensverwachting, vind je hieronder.

Was de dood maar onvermijdelijk

Hartstikke leuk hoor, ouder worden, en zeker als het zo makkelijk kan. U zult het vanavond horen: eet minder, leef langer. Eitje, toch?

Maar ja. Daar zit u dan, 140, blakend van gezondheid, verwachtingsvol over nog minimaal honderd jaar tot magere Hein eindelijk aanschuift en een laatste vorkje komt meeprikken. Om u heen ziet u een hele generatie in dezelfde staat van conservering. U weet amper meer wanneer u voor het laatst een begrafenis bezocht heeft.

Ik heb nieuws voor u: dat wilt u niet. En wel hierom.

Het jaar is 2120. U bent inmiddels 140, want ook de derde wereldoorlog van 2079, de overstroming van voormalig Europa in 2103 en – recent nog – het definitieve tv-afscheid van Irene Moors hebben u er niet onder gekregen. De wereldbevolking telt inmiddels zo’n 35 miljard mensen, en steeds meer uitvaartondernemers moeten bij gebrek aan klandizie hun spade aan de wilgen hangen.

Samen met uw vrouw woont u in X65, een hyperefficiënte woonomgeving in voormalig Rotterdam waar u samen met al uw leeftijdsgenoten bent ingedeeld. U kijkt uit op X64, waar een iets jongere generatie woont. X66, zichtbaar vanuit de keuken, is voor bejaarden van minimaal 150, maar u, met uw 140 jaar, bent daar nog niet aan toe. Nog lang niet!

Waar u wel aan toe bent, is een nieuwe auto. Die van hiernaast, meneer De Breedesteeg, heeft namelijk vorige maand de Toyota Hydrohammer 6.1 gekocht, een monsterlijke cabrio die ook onder water nog 250 kilometer per uur haalt, én verticaal kan opstijgen. Nu vindt u deze editie niet eens zo heel mooi, maar u merkt wel dat de overige bewoners van X65, en dan vooral de vrouwen, daar anders over denken.

Natuurlijk, u bent al 110 jaar gelukkig getrouwd, maar een beetje aandacht van het schone geslacht is nooit weg. Sterker nog: u heeft al een jaar of zeventig heimelijk een oogje op mevrouw De Breedesteeg, die er – met de hulp van minimaal evenveel jaar plastische chirurgie en sinds enkele decennia ook atomaire infusietechnologie – er nog uitziet als een Griekse Godin van hooguit negentig.

Uw eigen vrouw mag er ook zijn hoor, heus wel, maar ja, zo’n midlifecrisis op uw 140e, dat hakt erin. Vooral omdat u er al zeven heeft gehad. Dat midden van uw leven, dat blijft zich maar voor zich uitschuiven. Vermoeiend hoor. Hoeveel motors en leren jassen heeft u inmiddels al wel niet gekocht, en hoeveel keer uw vrouw in uw dromen verruild voor die leuke, jonge, nét zestigjarige secretaresse van de afdeling inkoop?

Ook uw werk begint vermoeiend te worden. Soms praat u er grappend over met mevrouw De Breedesteeg: toen we jong waren, dachten we maar tot ons zeventigste jaar te hoeven te werken. Nu, op het dubbele daarvan, is het nog altijd dertig jaar wachten tot het pensioen ook maar in zicht komt, en die leeftijd stijgt nog altijd ieder jaar.

Waar dat door komt? Die politici! In Tasjkent, Oezbekistan! Al heel uw leven verpesten die pluchezitters, die autocraten, die machtswellustelingen en die geldverslinders het voor u. In uw jeugd deden ze dat in Den Haag, toen in Brussel, vervolgens vanuit de ruimte (wat geen succes was, de opkomst van de verkiezingen op Mars was dramatisch, om nog maar niet te spreken van de animo voor de lijsttrekkersdebatten aldaar), en sinds de derde wereldoorlog dus vanuit Oezbekistan. U maakt dat allemaal niet uit, want waar ze ook zitten, elke keer bent u weer de dupe. Elke keer! Weer! Al 140 jaar! Komt hier dan nooit een eind aan?

s’ Avonds, nadat u hypersonisch uw voedingsstoffen en medicijnen ingestraald heeft gekregen, nog nét voordat het slaapmiddel u richting Klaas Vaak sust, praat u weleens met uw vrouw over dat einde. Zouden we niet? Kunnen we niet? We wonen hoog, de ramen kunnen open, ik ken nog wel een boom met dikke takken, moest je nou verticaal of horizontaal snijden, hoe laat komt de gigahertztrein van Ankara naar Oslo hier langs het onbewaakte spoor?

Maar ja. Dat is zonde. Grote zonde. Want onze God, voormalig hoogleraar Jan Hoeijmakers, heeft niet voor niets zijn ziel en zaligheid opgeofferd om ons via zijn speciale dieet onsterfelijkheid te geven. Hoe zou hij reageren als wij – in onze ondankbaarheid – eruit stappen? Zal hij, zoals de profetie verkondigt, zijn gramschap en wraak over ons uitstorten, en een medicijn lanceren dat het verouderingsproces juist omdraait en ons allen terugstuurt naar het rijk der eencelligen?

U valt daarom iedere nacht licht verontrust in slaap, en droomt dan van vroeger, toen de lucht nog schoon was, en de seks nog vies, en de dood onvermijdelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *